Lezersrecensie

Thérèse Desqueyroux als het literaire nichtje van Emma Bovary en Thérèse Raquin


Cies Cies
17 apr 2021

“Thérèse” in de uitgave van uitgeverij Bint uit 2017 is een bundeling van twee romans van François Mauriac (1865 – 1970). De eerste en meeste bekende roman is “Thérèse Desqueyroux” uit 1927, het vervolg hierop “Het einde van de nacht” uit 1935 is de tweede. Alle twee de romans zijn al eerder, in 1936 en 1937, in vertaling van M.W. Stols-Kroesen verschenen. Voor “Thérèse” heeft de uitgeverij deze twee laten herzien en actualiseren door Sytske de Jong-Roks en voorzien van een tenenkrommende voorwoord van Jan Siebelink in een kaft gebundeld. Een tenenkrommend voorwoord van Siebelink, omdat hij Emma Bovary van Flaubert tot zijn favoriete romanheldin uitroept, maar een aantal regels verderop een heel ander einde beschrijft van de roman van Flaubert dan die in het boek voorkomt. Niet meer exact weten hoe het afloopt met je favoriete romanheldin, dat maakt al hetgeen Siebelink schrijft in het voorwoord wel heel ongeloofwaardig.

Het is wel juist dat Mauriac voor het karakter Therese Desqueyroux geïnspireerd werd door Flauberts Emma Bovary. Ongetwijfeld is een andere inspiratiebron Thérèse Raquin van Emile Zola geweest. Deze twee literaire ‘tantes’ van Thérèse Desqueyroux zitten net als hun nichtje vast in een onbevredigend huwelijk en alle drie proberen ze op eigen wijze hun leven huwelijk te verbeteren. En net als zijn voorgangers slaagt Mauriac er in om van zijn Thérèse een al even boeiend literair karakter te maken.

Thérèse Desqueyroux
De roman begint met de ontknoping van een vooronderzoek van de rechtbank in Bordeaux ergens in de jaren twintig van de vorige eeuw. Thérèse wordt niet langer door de rechtbank beschouwd als verdachte van de vergiftiging van haar echtgenoot Bernard. Tijdens de terugreis naar haar landhuis in Les Landes, waar haar echtgenoot op haar wacht, overdenkt Thérèse wat er is gebeurd de afgelopen periode. Ze blijft zelf met bijna evenveel vragen zitten als de lezer. “Ik ben met hem getrouwd omdat….” (pagina 36) is hier een fraai voorbeeld van. Het enige wat haar (en ons als lezer) duidelijk wordt is dat zij niet gelukkig is met haar leven, maar wat en/of wie haar zo ongelukkig maakt en wat zij dan wel wil is ook haar niet duidelijk. Zij hoopt bij terugkomst dat haar echtgenoot en de overige leden van de familie haar zullen verbannen, zodat zij ergens anders haar leven opnieuw kan opbouwen. Echtgenoot en familie hebben anders beslist. Zij wordt verbannen naar een woning van de familie diep in Les Landes waar zij alleen, met een dienstbode, de rest van haar leven zal moeten slijten. Op hoogtijdagen wordt zij geacht als goede echtgenote aan de zijde van haar man ‘acte de présence’ te geven. Het gaat rap achteruit met haar geestelijke en fysieke gezondheid, omdat ze geen innerlijke vrede kan vinden met wat ze heeft gedaan, waarom ze het heeft gedaan en hoe het nu verder moet.

Deze innerlijke zoektocht tussen schuldbesef, zelfmedelijden, verantwoordelijkheidsbesef, persoonlijke vrijheidsdrang en niet weten hoe ze dan wel ooit gelukkig had kunnen worden binnen de opvoeding die ze heeft gehad geeft Mauriac op knappe wijze weer. Wanneer haar gezondheid zo slecht is geworden dat ze op ieder moment kan overlijden, neemt haar echtgenoot de verantwoordelijkheid voor haar zorg op zich. Dit leidt tot een soort van verzoening tussen de twee. Bij Bernard gebeurt dit vanuit een mannelijke verantwoordelijkheid voor het doen en laten van zijn echtgenote, bij Thérèse vanuit een lijdzame acceptatie van de consequenties van haar daad op anderen. Eind goed? Al goed? Daarvoor moeten we naar het vervolg.

Het einde van de nacht
De roman begint vijftien jaar na afloop van “Thérèse Desqueyroux”. Thérèse woont dan zo’n vijftien jaar alleen in Parijs. Niet geheel toevallig woont ze in Parijs in de Rue du Bac, dezelfde straat waar Mauriac’s collega en vriend Jean de la Ville de Mirmont woonde. Ze is nog steeds getrouwd met Bernard en in overleg met hem krijgt ze een (klein) jaargeld zodat ze een redelijk goed leven kan leiden in Parijs. Hoe ze heeft geleefd die jaren in Parijs maakt Mauriac niet echt duidelijk.

Haar rustige leventje wordt opgeschrikt wanneer onverwachts en onaangekondigd haar zeventienjarige dochter Marie op de stoep staat. Marie is vanuit Les Landes naar Parijs gekomen om haar liefje, de student Georges Filhot, te volgen. Georges is de zoon van lokale boeren die in de afgelopen jaren het financieel goed hebben gedaan, terwijl de familie van Thérèse en Marie het financieel steeds lastiger heeft. Door Marie en haar strubbelingen met haar lief wordt de nu 42-jarige Thérèse weer geconfronteerd met haar eigen zonden die ze op jonge leeftijd pleegde. Thérèse die haar moederschap alsnog goed wil invullen, last van schuldgevoelens en wil om boete te doen voor haar zonden gaat ver, heel ver, in haar opofferingsgezindheid voor haar dochter. Alleen zij maakt hierbij de nodige inschattingsfouten wat er toe leidt dat ze uiteindelijk samen met haar dochter Marie terugkeert naar Les Landes. Het is terug ‘thuis’ in Les Landes waar Thérèse overlijdt.

Het grote verschil tussen de Thérèse van de eerste en die van de tweede roman is dat ze in de eerste roman veel meer wordt neergezet door Mauriac als een rationele berekende kille vrouw die eigenlijk alleen van haar jeugdvriendin Anne, jongere zus van haar latere echtgenoot Bernard, houdt en verder onverschillig staat tegenover/in het leven. In “Het einde van de nacht” probeert Thérèse om andere mensen te geven, doet ze haar best om van haar dochter te houden en er voor haar te zijn en is er sprake van moreel schuldbesef voor wat ze haar echtgenoot heeft proberen aan te doen. Door de twijfels die Thérèse heeft of ze wel goed doet, het goede kan doen, is ze minder afstandelijk en kil berekenend dan in het eerste deel. In het Nawoord bij “Het einde van de nacht” schrijft Mauriac dat hij dit vervolg heeft geschreven “om het lijden van Thérèse in het volle licht te stellen”. Hij is hier wonderwel in geslaagd. Zijn literaire nichtje Thérèse doet (bijna) niet onder voor haar tantes Emma Bovary en Thérèse Raquin.

Reacties

Meer recensies van Cies

Boeken van dezelfde auteur