Lezersrecensie

Schurende werelden in een fraaie korte roman


Cies Cies
17 mrt 2020

Na het kloeke en wereldse debuut “Magda is overal” (2018) van Christian Jongeneel (geb. 1969) is zijn tweede roman “Venus in het gras” (2020) veel korter en intiemer. In deze korte roman beschrijft Jongeneel een periode van een aantal weken waar de levens van Simone en Hella samen lopen. Geen gewone tijdelijke samenloop, want het is de ongeveer veertigjarige lerares kunstgeschiedenis Hella die kort na het verlaten van haar woonplaats op weg naar een vakantiehuisje van vrienden in de Périgord (zuidelijk Frankrijk) een naakte jonge vrouw ziet rondlopen. Hella stopt, Simone stapt in de auto en samen gaan ze op weg naar de Périgord.

Tijdens de autorit vertelt Simone waarom ze naakt in de omgeving van de boerderij van haar vader rondliep op het moment dat Hella haar zag. Ze vertelt maar een deel, niet omdat ze iets wil achterhouden, maar Simone staat op haar eigen manier in de wereld, kijkt naar en beoordeelt de wereld om haar heen op een eigenzinnige wijze. Ze vertelt wat voor haar relevant is in haar eigen taal. Door het opgroeien op een schapenboerderij, zonder broertjes of zusjes, met een moeder die op relatief jonge leeftijd is overleden, is het voor Simone lastig om aansluiting te vinden bij de belevingswereld van klasgenoten en anderen in haar omgeving. Simone beseft (nog) niet dat haar belevingswereld een heel andere is dan die van andere mensen.

Dit (nog) niet beseffen dat de eigen belevingswereld op bepaalde en onbepaalde momenten op gespannen voet staat met de belevingswereld van anderen maakt Jongeneel op subtiele en indrukmakende wijze duidelijk. Hij doet dit door de belevingswereld van Simone te laten schuren met die van Hella, die zo haar eigen belevingswereld heeft. Een belevingswereld die veel meer aansluit bij wat de meeste mensen als belevingswereld hebben al kan en wil Hella openstaan voor andere belevingswerelden. Dit doet zij door middel van het op een net iets ander manier kijken naar de wereld via interpretaties van klassieke schilderwerken. Het is alsof de wetenschapsfilosoof Jongeneel in navolging van Thomas Kuhn twee paradigma’s naast elkaar in een auto op weg naar zuidelijk Frankrijk heeft gezet in “Venus in het gras”.

Een treffend voorbeeld van de verschillende belevingswerelden is het moment waarop Simone en Hella in de Périgord in het huis van Hella’s vrienden zijn aangekomen. Het is een voormalige boerenwoning met daarnaast een grote al jaren niet meer gebruikte schuur. Terwijl Hella deze schuur tekent en schildert, maakt Simone de schuur schoon en rekent uit hoeveel schapen er gehouden kunnen worden. Dit voorbeeld en alle anderen in “Venus in het gras” worden door Jongeneel ieder keer weer vanuit de belevingswereld en in de taal van Simone of Hella beschreven, wat nog eens extra duidelijk maakt hoe anders Simone en Hella in de wereld staan.

Het verschil waarmee Simone en Hella in de wereld staan en met de wereld omgaan zorgt voor een niet uitgesproken en door Simone en Hella niet uit te spreken spanning tussen de twee. Ze proberen elkaar te begrijpen, maar dat lukt steeds maar (net) niet. Niet alleen Simone en Hella lukt het niet helemaal ondanks het constant blijven proberen om de ander te begrijpen, ook als lezer blijf je steeds met vragen en (nog) niet begrepen situaties zitten. Het is dit psychologische ‘spel’ dat Jongeneel met Simone, Hella en ons lezers speelt dat er voor zorgt dat je “Venus in het gras” in één ruk uit wil lezen. Dat je als lezer na afloop met meer vragen dan antwoorden achterblijft is te danken aan het talent waarmee Jongeneel “Venus in het gras” heeft geschreven.

Reacties

Meer recensies van Cies

Boeken van dezelfde auteur