Lezersrecensie
Netjes opgevouwen kwaad
Hoofdpersoon Herbert in De overbodigen van Herman Koch is als een spiegel die nét verkeerd hangt: je ziet er iets bekends in, maar de hoek klopt niet, waardoor alles vervormd terugkaatst. Koch laat Herbert niet ontsporen; hij laat hem redeneren. En juist dat maakt hem zo verontrustend. Alles wordt door hem gefilterd, gerangschikt en uiteindelijk in zijn eigen voordeel herschikt. Het kwaad wordt niet geschreeuwd, maar beredeneerd, geordend, bijna netjes opgevouwen.
Wat Koch bijzonder goed doet, is dat hij je medeplichtig maakt zonder dat je het doorhebt. Je lacht. Niet omdat de situatie licht is, maar omdat de logica van de hoofdpersoon soms zo absurd consequent is dat het komisch wordt. Het is lachen zoals je dat doet bij een scherpe rand: kort, een beetje schuldig, en met de wetenschap dat je jezelf er zojuist aan hebt gesneden.
Koch bewijst opnieuw dat hij geen sympathie nodig heeft om je aandacht vast te houden. Sterker nog: hij floreert juist in het morele ongemak.