Advertentie
    Eline van der Boog Hebban Recensent

In De dag dat de walvis kwam van John Ironmonger (1954) spoelt er een naakte man aan op het strand van St. Piran in Cornwall. Nietsvermoedend brengen de Cornische inwoners van het fictieve vissersdorpje de man in veiligheid. De drenkeling blijkt Joe Haak te zijn (geen familie van, tenzij de schurk uit Peter Pan net als Joe ook Deense roots heeft natuurlijk). Joe is afkomstig uit de City (Londen) waar hij als analist bij een bank verantwoordelijk was voor het inschatten van een dalende beurskoers om 'short te gaan'. Hij wist het vertrouwen te winnen van zijn baas Lew Kaufmann en ontwikkelde op zijn aanraden een financieel programma – Cassie – dat op korte termijn prijzen kan voorspellen.

Wanneer Cassie een verkeerde inschatting maakt en faillissement dreigt, ziet Joe geen andere uitweg dan Londen te ontvluchten. Als hij op mysterieuze wijze in St. Piran belandt, wordt hij echter achtervolgd door Cassies voorspellingen. Zo verneemt hij dat de wereld binnenkort geveld zal worden door een geheimzinnig Aziatisch griepvirus. Samen met de inwoners van St. Piran neemt Joe grote voorzorgsmaatregelen door enorme hoeveelheden voedsel in te slaan en het dorpje volledig van de buitenwereld af te sluiten. Zal St. Piran immuun zijn voor het naderende virus?

De dag dat de walvis kwam is de derde roman van de Britse Ironmonger die naast romanschrijver ook bioloog en computerwetenschapper is. Zijn debuutroman The Notable Brain of Maximilian Ponder stamt uit 2012. Hoewel De dag dat de walvis kwam al in 2015 in het Engels verscheen, is het boek vandaag de dag verrassend actueel. De angst en isolatie die de inwoners van St. Piran ervaren als ze voor het eerst over het griepvirus horen, doen denken aan de impact van het coronavirus. Ook de lockdown van St. Piran en de regels die daaruit voortvloeien zijn voor lezers herkenbaar. In dat opzicht komt De dag dat de walvis kwam angstwekkend dichtbij, en is het dystopische element in het verhaal op dit moment zelfs werkelijkheid.

Gelukkig weet Ironmonger De dag dat de walvis kwam een positieve lading mee te geven. Terwijl Joe verwacht dat verschillende inwoners van St. Piran te koppig zullen zijn om aan zijn plan mee te werken, blijkt het tegengestelde waar. De mensen verbroederen en zetten hun schouders eronder om de pandemie de baas te blijven. Dat St. Piran als een sprookjesachtige plek aan de kust van Cornwall wordt beschreven, geeft Ironmongers fijne schrijfstijl een zekere lichtheid (prachtig naar het Nederlands vertaald door Robert Neugarten). Zo beschrijft hij St. Piran als volgt:

'de tijd verstreek [hier] in een ander tempo. Je kon gewoon met een glas cider over de oceaan zitten uitkijken en de wijzers gingen over de klok zonder dat iemand je naam riep. Bestond er wel ‘tijd’ in de City? Was dat hetzelfde verschijnsel? Waren er in Threadneedle Street ook momenten die zich geleidelijk ontwikkelden en als zeepbellen neerdaalden? Bleven de klokken stilstaan?'

De dag dat de walvis kwam is in eerste instantie een gedoseerde mix van een sprookje, een avonturenroman en een dystopie. Ironmonger creëert meer lagen in het verhaal door een dosis filosofie en religie toe te voegen. Zo speelt het sociaal contract ('de staat boven individu') uit de Leviathan van Britse filosoof Thomas Hobbes een rol. De walvis in het boek verwijst naar de titel van Hobbes’ werk. Het dorpje St. Piran is vermoedelijk niet geheel toevallig vernoemd naar Saint Piran, een van de drie beschermheiligen van Cornwall. Daarnaast doet het verhaal bij vlagen denken aan Jonas en de walvis. Bij het omslaan van de laatste bladzijde blijkt De dag dat de walvis kwam in de eerste plaats een liefdesverhaal waarin 'soul searching in crisistijd' centraal staat.

Reacties op: Een sprookjesachtige dystopie

23
De dag dat de walvis kwam - John Ironmonger
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners