Meer dan 5,4 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

Dichtbundel put met vrije associaties troost uit hoop en escapisme

Eline van der Boog 18 maart 2024 Hebban Recensent
In dichtbundel Derde ogentroost neemt Elle Werners de lezer mee in haar kijk op verschillende internationale gebeurtenissen die plaatsvinden. Net als in Thuis & niet pluis is de dichtbundel in verschillende versies verschenen. Ondanks de persoonlijke toon die Werners hanteert, zijn de boodschappen bestemd voor een breed lezerspubliek. In Hoe donker het was en hoe muf is het lyrisch ik ‘op zoek naar metaforen’. De wereld kan een hachelijke plek zijn. Het gedicht gaat verder met: ‘zoiets als een bloedbad op een plein / maar veel en veel heftiger nog’, om af te sluiten met het escapistische besluit: ‘ooit stap ik in een ruimteschip’. De haiku-achtige gedichten bieden een overwegend zalvend karakter. De wereld is niet altijd een fijne plek, maar in het vrij associëren ligt een kracht verscholen om de realiteit behapbaar en wellicht zelfs dragelijk te maken. Ook als dit maar voor even is: ‘In een zondvloed van letters greep ik mijn troost’.

Gedichten die gedragen worden door associaties zie je ook terug in Werners bundel Thuis & niet pluis. Het verhaal van haar vader Jan-Theo Werners die als amateur-filmer unieke beelden maakte van Den Bosch in oorlogstijd, lag hieraan ten grondslag. In Derde ogentroost blijft tussen de dichtregels door het ‘nietpluisgevoel’ hangen dat gevoed wordt door een veranderende leefomgeving. De lezer wacht een veelzijdigheid aan thema’s: oorlog, klimaatverandering, dood, milieuvervuiling, culturen en pandemie. De gedichten bevatten geen rijm en positioneren zich midden op de pagina – soms voorzien van grote, dikgedrukte titels. Dit zorgt voor overzichtelijkheid waardoor de lezer zich kan richten op de associaties die Werners maakt. Hoewel sterk gekleurd door de visie van de lezer, wordt de essentie van een gedicht bij iedere herlezing meer blootgelegd. Af en toe voegt Werners na een reeks associaties zelf een welkome verduidelijking toe: ‘Mensen spreken elkaars taal niet / en worden verplicht zich aan de regels te houden’.

Het losbreken van het ‘nietpluisgevoel’ gebeurt meermaals aan de hand van metaforen en vergelijkingen met de natuur, muziek, dieren en het waarderen van andere, verre culturen. Opvallend is dat Derde ogentroost voortbouwt op dichtregels in Thuis & niet pluis. Deze bewerkingen dragen een andere boodschap uit of bieden de lezer context. Verzachting wordt geboden in de vorm van diverse subthema’s, waaronder het zoeken naar verbinding. Is de wereld eerst nog ‘een wrede plaats, met een gevoel / van drukkend racisme in de lucht’, even later schrijft Werners: ‘uit de broze conversatie / groeit iets levensvatbaars.’ Ook het achterlaten van het breekbare kind-zijn wordt ingezet als kracht: ‘Om alles beter te kunnen waarderen / staar ik naar een geplet viooltje in een kinderknuistje / ’ tegenover: ‘De jaren zijn verstreken / ik maak mijn eigen kleuren.’ De willekeurige associaties creëren een uitdagende leeservaring vol symboliek. De gedichten in Derde ogentroost nodigen uit tot herlezing en bieden in de kern troost bij de verwerking van zware, actuele maatschappelijke thema’s door middel van hoop en escapisme.

Reageer op deze recensie

Meer recensies van Eline van der Boog