Advertentie

Het boek begint met de zestienjarige, eenzelvige Hazel in de “Praatgroep” voor jonge kankerlijders. In deze groep ontmoet Hazel, met haar gebrekkige longen en zuurstoftankje, de eenbenige adonis August (Gus). Met de dood op hun hielen ontpopt zich in het Amerikaanse Indiana een liefdesverhaal, waarin zij met moeite de beschermingsdrang van hun bezorgde ouders kunnen weerstaan. De goede bedoelingen van hun omgeving komen in het onbarmhartige licht te staan van de meedogenloze kanker en de vlijmscherpe beschouwingen en dialogen. Wat is de mens in dit universum, van wie is die kanker, is er een hiernamaals? Wat maakt het leven nog de moeite waard? Moet Hazel zich wel of niet hechten aan Gus, is dit nu liefde? Lukt het Gus met zijn verrassende, originele invallen Hazel te verleiden of niet? Keer op keer weet de auteur ons te verrassen met zijn “zwarte humor”. De woede-uitbarsting van kankervriend Isaac, zijn geliefde Monica dropt hem voordat hij blind wordt door een operatie, en met name de reactie van Gus is weergaloos. Huiverend lachen. Zij Hazel en Gus verdiepen zich in elkaars lievelingsboek. Gus met de heldhaftige avonturen van een commando en Hazel met haar stukgelezen filosofische “Een vorstelijke beproeving” van de teruggetrokken schrijver Peter van Houten, telg van de chocoladefamilie”. De obsessie van Hazel is, in contact te komen met die schrijver, want het boek is midden in het verhaal opgehouden en zij wil absoluut de afloop kennen, maar alle pogingen mislukken. Gus weet via de secretaresse van de schrijver contact te leggen met van Houten, die in Amsterdam woont. Zij slepen er zelfs een uitnodiging uit hem in Amsterdam te ontmoeten, want hij wil alleen maar in een persoonlijk contact over de afloop van het boek praten. Stukje bij beetje wordt duidelijk waar dit boek over gaat. Beide komen in Amsterdam terecht en zien wij die stad door de ogen van Amerikanen. Het verblijf in Amsterdam is een hoogtepunt in dit boek, de confrontatie van de rauwe kant van de kanker en de tederheid van hun liefde. In het laatste deel van het boek verdwijnt de humor en geeft de auteur onverhuld de tragiek weer van deze jonge mensen en hun kanker.
In mijn eigen omgeving zijn drie mensen die een van elkaar verschillende vorm van kanker hebben met de dreiging van een snel naderend einde. Wij gaan “normaal” met elkaar om, vermijden het onderwerp kanker niet, maar ik ben mij voortdurend bewust van mijn onvermogen tot invoelen wat dit voor hen betekent. Dit boek heb ik in een ruk uitgelezen. Het meesterschap van de schrijver leidde tot mijn zodanige identificatie met de hoofdpersonen , dat het mijn invoelend vermogen voor mijn hoofdpersonen heeft versterkt.

Reacties op: Huiverend lachen

1746
Een weeffout in onze sterren - John Green
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners