Advertentie
    Jan Stoel Hebban Recensent

Het eerste boek dat ik van Jan Siebelink kocht was De herfst zal schitterend zijn. In het voorwoord van De herfst zal schitterend zijn staat een passage die relevant is voor Jas van belofte: ‘Siebelink heeft al bewezen een meester te zijn in de beschrijving van de fascinerende grensgebieden tussen realisme en droom, tussen filosofie en symbolisme’. In veel van zijn werk en ook Jas van belofte staat de aandacht voor gewone mensen centraal. De kleine man die ploetert en steeds de verkeerde keuze maakt. Deze mensen krijgen daardoor een ander karakter, mysterieuzer, raadselachtiger. Ze worden daardoor bijzonder. In Jas van belofte komen motieven uit zijn werk terug: het geloof en zeker ook het ‘zware geloof’ van zijn vader, de kwekerij waar hij de auteur opgroeide (die het karakter krijgt van het verloren paradijs), het onderwijs, trouw zijn. En er zijn ontzettend veel bijbelse verwijzingen. Zo merkt Siebelink fijntjes opdat in de Bijbel homoseksualiteit gekoesterd wordt.

Het meest opvallend is natuurlijk de titel van het boek, ontleend aan het boek Koningen 2:12.
“Daarop nam Elia zijn mantel en sloeg op het water van de Jordaan dat zich her- en derwaarts verdeeld, zodat hij met Elisa, zijn opvolger, kon oversteken. Aan de overkant wachtte hem een vurige wagen en vurige paarden. Aldus voer Elia ten hemel, verdween uit het oog. Daarop raapte Elisa de mantel op die van hem gevallen was tijdens de opneming.”
Een jas van belofte dus, een perspectief op de toekomst.

Precies op de dag dat Arthur elf jaar wordt ziet hij zijn vader op voorgoed op de fiets ziet verdwijnen, weg van de kwekerij. “Vaders achterlicht trok een flakkerende rode streep op het asfalt” (verwijzing naar de vurige wagen) en enkele meters verder ligt de jas van zijn vader. Arthur pakt hem op en hoort iemand op hem toe lopen die over zijn haar strijkt. Maar hij ziet niemand. Het is alsof hij toch de bescherming van zijn vader voelt. Overigens komt die vurige wagen aan het eind van het verhaal terug en is de cirkel rond.

In Jas van belofte gaat het over Arthur Siebrandi. Hij krijgt een beroerte en wordt met vliegende sirene naar het ziekenhuis gebracht. In cursieve passages volgt de lezer het wegglijden, afscheid nemen van zijn leven. Arthur beschouwt zijn leven kijkt er op terug, vraagt zich af wat hij achterlaat en wie ‘zijn jas’ op gaat pakken. Het lijkt wel over Siebelink terugblikt op zijn schrijverschap. Er zijn dan ook allerlei parallellen tussen Arthur en Jan Siebelink. Arthur krijgt een beroerte, Siebelink een tia. Arthur worstelt met het schrijven van zijn grote roman. Knielen op een bed violen was voor Siebelink de roman die hij moest schrijven. Dat boek gaat net als het boek van Arthur over zijn vader. Arthur is docent Frans en bezig met een proefschrift over een Franse schrijver uit het fin de siècle. Jan Siebelink was ook docent Frans en maakte studie van J.-K. Huysmans eveneens schrijver uit die periode.
Met deze achtergrond in gedachte is het enorm genieten van het verhaal. Arthur is een docent Frans die alleen nog maar invalwerk doet, gefrustreerd door al het gedoe in het onderwijs.

Op schoolblijven steeds meer docenten vanwege de chaos thuis. De vernieuwers dachten dat ze het zwarte garen hadden uitgevonden.
Ondertussen werkt hij aan een roman. Dat wordt opgepikt door criticus Edwin Woppereis die zijn eerste verhaal, Wit-Zwart, heeft gelezen en dat wil opnieuw wil uitgeven. (Dit verwijst naar het eerste verhaal van Siebelink Witte Chrysanten en zijn eerste verhalenbundel Nachtschade). Edwin dringt zich aan Arthur op en neemt de regie over diens roman in wording over. Arthur herkent zijn eigen boek niet meer en legt het weg. Er komt een breuk met Edwin. Lisette is de echtgenote van Arthur. Ondanks het feit dat hij erg gecharmeerd raakt van zijn leerlinge Caroline blijft hij haar trouw. Ze zijn open naar elkaar. Caroline wordt als het ware als lid van het gezin beschouwd. Lisette en Arthur hebben een doodgeboren dochter gehad en Caroline is voor hen haar ‘vervangster.’ Ze houden van haar. Dan is er nog zijn vriend Lout IJzertje, een echt vriend waar hij diepzinnige gesprekken mee voert. Vriendschap is zeker een belangrijk thema in dit verhaal.Als Lout sterft maakt Arthur zijn roman af, wars van de kritiek van Woppereis. “Schijf zoals jij denkt dan het moet,” zei Lout immers.

Fijnzinnig geformuleerd, doordacht, ieder woord op de juiste plek, vaak poëtisch in de woordkeus. De scenes over het onderwijs zijn humoristisch en zorgen voor wat ‘ontspanning’. De wijze waarop tijdverdichting toegepast is tussen Arthurs 58e en 72e verjaardag gebeurt in een paar bladzijden. Toch wringt het niet.

"Wat ligt deze straat er vredig en kalm bij in het ochtendlicht! Waar deze aan het eind op de spoorbaan stuit, hangt een lage mistbank, die vanbinnen verlicht lijkt."

Jas van belofte is een echte Siebelink. Knap om zo’n verhaal in 94 bladzijden te vertellen. Er valt nog veel meer in te ontdekken dan in deze recensie geschreven is. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat Lout IJzertje het alter-ego is van auteur Louis Ferron. Hopelijk houdt Siebelink zijn schrijversjas nog lang aan.

Reacties op: Siebelink maakt belofte waar

517
Jas van belofte - Jan Siebelink
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het e-book € 12,50
E-book prijsvergelijker