Advertentie
    Jan Stoel Hebban Recensent

“Was hij maar groter, dan begreep hij het beter. (…) Grote mensen denken dat kinderen niets begrijpen, maar Jonathan begrijpt het heel goed. Het is mis.” Het zijn zinnen op de eerste bladzijde van ‘Onderstroom’ van romanschrijver Johan Bordewijk. Bordewijk publiceerde al eerder twee verhalenbundels en twee romans.

Jonathan heeft het niet makkelijk. Op school heeft hij een klas overgeslagen, maar is nu de jongste van de klas en bungelt er wat bij. Zijn ouders vinden dat hij zelfstandig moet zijn, maar Jonathan heeft behoefte aan aandacht. Hij wil nog bij zijn moeder op schoot zitten, maar die wijst hem steeds af: “Het valt niet mee, hè, om groot te worden.” Hij is geestelijk verder dan sociaal-emotioneel. En thuis merkt hij de spanningen. Moeder heeft het druk met haar werk, haar carrière en heeft eigenlijk nooit tijd voor hem. Vader Manuel, Maan, is journalist, neemt het huishouden en de opvoeding van Jonathan voor het grootste deel voor zijn rekening. Nergens wordt de naam van de moeder genoemd. Het suggereert dat Manuel dichter bij Jonathan staat dan zijn moeder.

Vader en moeder hebben regelmatig ruzie over de gang van zaken thuis. Nu moeder weg is naar het hoofdkantoor in Frankrijk past Jolanda, een oud-vriendin van moeder, op. Jonathan komt er achter dat voor Manuel Jolanda meer dan een oppas is, maar zwijgt. Hij is immers loyaal aan beide ouders, wil ze geen van tweeën missen. Hij doet alles om ze bij elkaar te houden, zonder resultaat. De bom barst en hij zit tussen twee vuren. De dan elfjarige Jonathan, op de drempel van de middelbare school, neemt het heft in eigen hand. Ze zoeken het maar uit: “Het gezin dat ze ooit vormden bestaat niet meer. Hij staat er alleen voor.” Hij vertrekt, zwerft door Amsterdam en Brussel, komt allerlei personages tegen die hem wel aandacht geven, ontdekt gevoelens voor een meisje. Zijn ouders gaan op zoek naar hem. Jonathan ontdekt zichzelf en weet welke keuze hij voor de toekomst moet maken.

Bordewijk heeft zich goed verdiept in de psyche van het hoofdpersonage. Jonathan heeft wel trekjes die op een autismespectrumstoornis wijzen. De verwarring die ontstaat als zijn ouders gaan scheiden, de manier waarop hij met zijn gekko’s als huisdieren omgaat, de gevoeligheid voor geuren, de woordspelletjes en taalgevoeligheid, het hechten aan afspraken, het moeilijk contact leggen zijn daar voorbeelden van. Beeldend weet de auteur de gevoelens van zijn hoofdpersonage te verwoorden. Bij het manifest worden van de spanningen tussen zijn ouders zit Jonathan op de grond “en laat een straaltje zwart zand door zijn hand lopen: een klein vulkaantje in een landschap van lava”. En de judosport brengt hem ook tot inzicht: “Het leven is net judo: je moet het leven een stap voor zijn en vanuit je eigen kracht een oplossing zoeken.” Vader Manuel is anders, heeft moeite om met zijn vrouw om te gaan, begrijpt haar niet, mist ook de warmte. Die kan hij wel bij Jolanda vinden. En de moeder van Jonathan heeft alle kenmerken van Asperger: ze kan zich moeilijk inleven in anderen, is dwangmatig (iedere dag moet er in huis gezogen, gedweild worden, de kleren gewassen, gedroogd en gestreken worden), gaat volledig op in haar werk, werkt systematisch, is in zichzelf gekeerd, voelt zich alleen.

“Ze laat al haar ankers los, ze wordt een klein losgeslagen scheepje in een grote oceaan.”

Jonathan moet ineens denken aan een woord dat hij op internet vond: onderstroom. “Een waterstroom onder het oppervlakte, maar figuurlijk het verloop van iemands diepere gevoelens. Ook dat gaat over mama.”

De roman valt uiteen in drie delen. Het eerste deel beschrijft het gezin waar Jonathan deel van uitmaakt tot aan de scheiding. Vervolgens, in het hart van de roman, gaat het over de vlucht van Jonathan de ontmoeting met ‘aparte’ mensen, het zoeken naar wie hij zelf is. In het laatste deel reflecteert Jonathan en maakt hij zijn keuze voor de toekomst. “De onderstroom is boven gekomen.” In korte hoofdstukken, scènes bijna, wordt het verhaal vooral lineair verteld. Een aantal keren verspringt de tijd. Bruusk gebeurt dat op het moment dat de hoofdpersoon zich ineens in Brussel bevindt. Vandaar wordt teruggeblikt naar hoe hij daar terechtgekomen is.

Bordewijk schrijft ‘staccato’, korte zinnen, heeft een vlotte hand van schrijven. Hij beschrijft alles gedetailleerd, zoals wat er precies in Brussel gebeurt, hoe Jonathans slaapplek er in het park uitziet, welke route hij loopt, de toeristische plekjes. Het leidt te veel van de kern van het verhaal af. Aan de andere kant past het natuurlijk wel perfect bij het personage van Jonathan Bij mensen die aan Asperger lijden is ieder detail wezenlijk. Op deze manier krijg de lezer wel begrip voor wat het hoofdpersonage in zijn hoofd doormaakt. Het eerste deel van het boek is sterk, maar daarna verliest de roman aan spankracht. Bordewijk laat weinig over aan de verbeelding van de lezer, vult alles in.

De veiligheid van het gezin, wat het voor een kind betekent als zijn ouders problemen hebben, aandacht, genegenheid, verdriet, zorg, je alleen voelen, verliefdheid zijn motieven die in deze roman spelen. De kernthema’s zijn begrip hebben voor elkaar, en wat het betekent om op te groeien, keuzes te maken die bij je passen. Groot worden, het valt niet mee.

Reacties op: Groot worden, het valt niet mee

1
Onderstroom - Johan Bordewijk
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners