Lezersrecensie
Drijft op succes van Game of Thrones
Nightflyers is een bundel met vier korte en twee wat langere sciencefiction verhalen van George R.R. Martin, bekend geworden met de boekencyclus Het Lied van IJs en Vuur, die de bron vormt voor de tv-serie Game of Thrones.
Het titelverhaal Nightflyers laat ons kennismaken met een groep nerdy wetenschappers die op zoek zijn naar een mysterieuze beschaving, de Volcryn. Zij hebben daarvoor het ruimteschip Nightflier gehuurd. Dit staat onder commando van de geheimzinnige Royd Eris, die zich niet in het echt vertoont maar alleen middels een hologram of via een audioverbinding. Al gauw blijkt dat er nog iemand (of iets) op het schip aanwezig is, dat de expeditieleden bepaald niet gunstig gezind is.
In het wat makke verhaal Override lezen we hoe doden van een nieuw, elektronisch brein worden voorzien en zo worden ingezet als gewillige en goedkope arbeidskrachten.
Weekend in een oorlogszone is eigenlijk amper sciencefiction te noemen. Een man wordt door zijn collega uitgenodigd om een weekendje een paintball-achtig oorlogsspel te spelen. Er is één belangrijk verschil: bij dit spel wordt met scherp geschoten …
En zevenmaal: dood nooit een mens is een wat moralistisch, inquisitie-achtig verhaal. Afstammelingen van de Aarde hebben een planeet gekoloniseerd waarvan de oorspronkelijk bewoners, de Jaenshi, in een ontwikkelingsstadium ergens tussen dier en mens zitten. De aardlingen voelen zich superieur en vernielen de godsdienstige uitingen van de Jaenshi als hun dat te pas komt. Handelsreiziger neKrol probeert de Jaenshi aan te zetten tot het gebruik van wapens om zich te verdedigen.
Noch de veelkleurige vuren van een sterrenring is het naast het titelverhaal het meest pure sciencefiction-verhaal. In het verhaal gaat het om de ontdekking hoe de mens via sterrenringen (een soort wormgaten) snel naar afgelegen delen van het heelal kan reizen.
In Een lied voor Lya tenslotte staan twee telepaten centraal die door de bestuurder van een door de mens gekoloniseerde planeet worden ingehuurd. Hun taak is uit te zoeken waarom sommige mensen zich bekeren tot de dodelijke godsdienst van de oorspronkelijke bewoners.
Het eerste wat mij opviel toen ik het boek opensloeg, was de colofonpagina, waarop te lezen valt dat de verhalen in deze bundel tussen 1973 en 1980 geschreven zijn, en dat de bundel als geheel al in 1985 gepubliceerd is. De vermelding ‘nieuwe verhalenbundel’ op de website van Luitingh is dan ook wat gekleurd. Je kunt je afvragen waarom de bundel pas 33 jaar na verschijning in het Nederlands vertaald wordt. Is dit wellicht handig gebruik maken van het succes van de serie Game of Thrones?
George Martin geeft aan Nightflyer geschreven te hebben naar aanleiding van een uitdaging dat het hem niet zou lukken horror en sciencefiction in één verhaal te verenigen. Dat is hem in het verhaal Nightflyer echter vrij goed gelukt. De angst voor de ‘entiteit’ die langzaam maar zeker het ruimteschip en de bemanning in zijn greep krijgt, is bijna voelbaar. Jammer is dat dit het aanvankelijke thema van het verhaal (de zoektocht naar de Volcryn) in de weg zit, waardoor de zoektocht totaal niet meer uit de verf komt. Ook slaagt Martin er niet in de lezer een band met de personages op te laten bouwen (dat geldt overigens voor alle verhalen, met uitzondering van Lied voor Lya). Wat daar m.i. aan bijdraagt is dat hij zeker in het titelverhaal te vaak naar personen verwijst met hun functie in plaats van met hun naam (“de linguïsten werkten samen”, “de psi-psych mompelde in haar slaap”). De bemanningsleden leven daarnaast ook niet lang genoeg om er überhaupt een band mee te krijgen.
Martin is (of was althans in die tijd) de kunst blijkbaar nog niet voldoende machtig om karakters neer te zetten waar je een band mee krijgt. Positieve uitzondering is het verhaal Lied voor Lya, dat me echt aangreep en aan het denken zette. Het verhaal draait om de essentie van echte liefde, en de manier waarop Martin hier invulling aangeeft, vond ik echt briljant. Niet voor niets heeft dit verhaal de prestigieuze Hugo-award gewonnen.
Samengevat laat de bundel m.i. duidelijk zien dat fantasy meer het ‘ding’ is van George Martin dan sciencefiction. De verhaallijnen zijn leuk bedacht, maar beklijven niet echt, met uitzondering van Lied voor Lya. Dat laatste maakt dan ook dat ik het boek toch met drie sterren beoordeel.