Lezersrecensie

Geweldig, humoristisch reisverslag van een onwaarschijnlijk duo


Jan59 Jan59
3 apr 2022

In 'Voor het te laat is' reist Douglas Adams samen met zoöloog Mark Carwardine een jaar lang over de wereld om dieren op te zoeken die met uitsterven bedreigd worden. Wie Adams kent, zal nu waarschijnlijk denken: wat kan een schrijver van humoristische science fiction voor zinnigs te melden hebben over bedreigde diersoorten? Het simpele antwoord: niets, maar daar ging het ook niet om. Wat precies de aanleiding is geweest om Adams en Carwardine samen deze reis te laten maken, meldt het boek helaas niet (Adams meldt alleen dat het "een journalistieke samenloop van omstandigheden" was), maar het resultaat is uniek en zeer lezenswaardig.

Op hun reis langs zes bedreigde diersoorten (het vingerdier, de Komodovaraan, de breedlipneushoorn, de kakapo, de Yangtze-dolfijn en de Rodrigues-vleermuis) is het uiteraard de rol van Carwardine om interessante wetenswaardigheden over de dieren aan te dragen. Adams heeft vooral de rol om de belevenissen tijdens deze reis, naar de meest afgelegen en onherbergzame gebieden, te vertellen. En dat doet hij op zijn geheel unieke, humoristische wijze.

Wie 'The hitchhiker's guide to the universe' kent (het boek waar Adams vooral mee bekend werd), kent de persoon Arthur Dent: een wat naïeve en bangige typische Brit, die tijdens zijn reis door het universum van de ene verbazing in de andere valt. In dit boek lijkt het wel alsof Adams zelf zich in de persoon van Arthur Dent verplaatst heeft. Natuurlijk gaat er van alles mis tijdens de reizen, soms op het gevaarlijke af. Adams beschrijft dit met een onderkoelde, nuchtere toon, vol understatement, en neemt daarbij vooral de ambtenarij en corruptie in de veelal arme landen die ze bezoeken, op de hak. Als zij op een vlucht van Kenia naar Zaïre een tussenstop moeten maken in Tanzania, worden de passagier naar de 'International transit lounge' gebracht, wat niet meer blijkt te zijn een vervallen loods met twee ruimtes. Vervolgens lezen hoe we hoe dankzij de volhardendheid van twee typische ambtenaren de passagiers steeds van de ene naar de andere ruimte gestuurd worden omdat ze niet in de betreffende ruimte mogen komen. Ronduit hilarisch is het avontuur in China; Adams ondergaat een complete cultuurshock, met als hoogtepunt een passage waarin de mannen proberen condooms te kopen om van hun microfoon een onderwatermicrofoon te maken. Over de kakapo (een soort papegaai) schrijft hij: "Een natuurbeschermer vertelde ons dat hij zich wel eens afvroeg of de paarroep van het mannetje in feite het vrouwtje niet afstoot; een soort biologische dwaasheid die je anders alleen in discotheken tegenkomt." En als hij, op weg naar een ontoegankelijk eiland, van een boot af moet springen, in het water valt en slechts met veel moeite een glibberige rots kan beklimmen, meldt hij: "Daar bezwoer ik als een doorweekt, bloederig hoopje dat alles goed met me was en ik alleen maar een rustig hoekje nodig had waar ik kon sterven en dat alles goed zou komen."

Het boek is echter niet alleen maar een kolderieke reisbeschrijving. Naast Carwardine heeft ook Adams zeker oog voor de wijze waarop de mens de natuur verpest en dieren op de rand van uitsterven brengt. Hij registreert feilloos hoe ambtenarij, corruptie, politiek, winstbejag en wanbeleid acties om diersoorten te redden in de weg staan, en daarmee weet hij op geheel eigen wijze aandacht te vragen voor het redden van diersoorten. Zijn boodschap komt feilloos over, en beklijft misschien juist door zijn manier van schrijven nog beter dan een wetenschappelijk betoog van een expert. Kenmerkend in dit verband is zijn ervaring bij de reis naar het Indonesische eiland Komodo, om daar de Komodo-varaan te bezoeken. Al gauw blijkt dat er ter plekke een soort circus van het reservaat is gemaakt, waarin een aantal varanen lusteloos op vaste tijdstippen een meegebrachte geit verslinden, en de meegereisde Amerikaanse toeristen vooral oog hebben voor elkaars verrekijkers.

Al met al een zeer onderhoudend boek, dat me regelmatig hardop aan het lachen maakte (dat is op zich al een grote verdienste), maar me ook pijnlijk bewust maakte van wat een lange weg we nog te gaan hebben om de dieren op onze planeet te beschermen.

Reacties

Meer recensies van Jan59

Boeken van dezelfde auteur