Advertentie

Deze familiekroniek beschrijft het verhaal van twee generaties Nederlandse "wereldverbeteraars". Auteur Mar Oomen, journaliste en antropologe, gebruikte stukken uit het familie archief. De titel verwijst naar haar grootvader en vader: leken met een missie en dokters. Zij wilden het katholiek geloof verbreiden, beschaving brengen, levensomstandigheden verbeteren, goed doen.

Zoals aan het begin van de kroniek wordt beschreven, werden katholieken tot in de 19e eeuw (net als in andere protestantse landen) gemarginaliseerd. Dit veranderde rond pakweg 1850, maar toen moest er wel een inhaalslag geleverd worden - vond men.

Dit gold binnen Nederland, maar ook er buiten. Men ging de concurrentie aan met protestantse liefdadigheid en missie-werk. Er kwamen katholieke universiteiten, de padvinderij werd gebruikt als manier om het geloof te verbreiden, goede doelen en goede werken: alles in dienst voor het bekeren van mensen tot het ware geloof. Gold natuurlijk niet alleen voor het katholieke geloof, maar rond 1900 liepen Nederland en België blijkbaar voorop in deze katholieke missie, in hun koloniën en elders.

Het boek start met een proloog. Er is paniek uitgebroken in de familie Oomen: Dries, de vader van de auteur, is 76 jaar oud en wil een auto kopen. Niks mee mis? Dries wil naar Tanzania rijden. Dries is niet alleen bejaard; blijkbaar is hij gestopt met lithium slikken.

Bij de juiste lezer gaan alarmbellen extra hard rinkelen: lithium?! Wat is hier aan de hand?

Vervolgens start het boek pas echt: in tien hoofdstukken wordt de missie beschreven van grootvader Janus en de missie van vader Dries. Door de crisis gaat de auteur namelijk het familie archief van meerdere generaties uitzoeken, uitruimen, opruimen. Dat brengt herinneringen boven.

Beide mannen besluiten arts te worden en met hun echtgenotes als leken de wereld in te trekken. Beide echtparen zien het als hun missie hun geloof te verbreiden, elders beschaving te brengen, zich in dienst te stellen van een groter geheel.

Janus en zijn vrouw worden beïnvloed door de boeken van Albert Schweitzer. Dries door het leven en werk van zijn vader. Maar zoals de Engelsen zeggen: "The way to hell is paved with good intentions".

De missie van Janus en Stans gaat niet over rozen, maar uiteindelijk belanden ze op Celebes, in Nederlands-Indië. Idealisme wordt geconfronteerd met realiteit. Maar ondanks ups en downs, is het jonge gezin (Dries maakt de reis als kleuter) toch gelukkig.

Maar een aantal jaren later, besluiten zij met Indonesische hulp en huishoudster Marie vanwege de oorlogsdreiging te verhuizen naar Java. Daar overleeft het gezin de Japanse bezetting en Bersiap, maar zoals iedereen die het overleefde: getraumatiseerd.

Tijdens de Japanse bezetting wordt het gezin gesplitst en komen ze uiteindelijk terecht in verschillende kampen. Wat ze meemaken blijft grotendeels onduidelijk, maar het is heftig. Zoals bij zo velen die deze periode overleefden, wordt het grootste deel verzwegen: het is te erg.

Al snel na de oorlog wordt Dries naar Nederland gestuurd. Dat was toen gewoon voor expat-kinderen: middelbare school werd in het thuisland gevolgd. Dries belandt op een katholiek internaat, waar hij een briljant leerling is. Hij gaat net als zijn vader medicijnen studeren om arts te worden.

Janus is ondertussen in dienst van de WHO. De schrijfster merkt op, dat zulke organisaties door zowel protestanten als katholieken werden beschouwd als concurrentie. Maar Janus was ook gefascineerd door onderzoek.

Ondertussen worden steeds meer kolonies zelfstandige landen. Dries en zijn gezin worden dan ook niet uitgezonden naar Indonesië, maar naar Tanzania. Ook hun missie-leven kent ups en downs. Uiteindelijk werkt en leeft het gezin nog een tijd in Ethiopië, om "overland" terug te reizen naar Nederland.

Maar zoals het alle expats en vluchtelingen vergaat: de ontwikkelingen en veranderingen in het moederland hebben niet stil gestaan. Toch lijkt het gezin van Dries een gouden toekomst te krijgen in hun thuisland eind jaren '60, begin jaren '70. Maar zoals expats en vluchtelingen op termijn merken: het is moeilijk om in meerdere landen thuis te horen. Men kan ongemerkt vervreemd zijn en die vervreemding kan uitlopen op ontheemding en nergens meer thuis te zijn.

Is dit de oorzaak van wat Dries en zijn gezin meemaken? Zijn het onderdrukte oorlogstrauma's? Is het de enorme maar verzwegen druk van Stans en vooral Janus en onmogelijke verwachtingen en eisen aan Dries en Pauke? Of is er altijd al iets geweest met Dries, wat kindermeisje Marie wellicht aanvoelde?

Het is waarschijnlijk een combinatie van factoren; maar na een paar jaar gaat het totaal mis. Deze familie-kroniek sluit af met een korte schets van de laatste jaren van de grootouders en ouders. De derde generatie blijft achter met onbeantwoorde vragen en herinneringen aan een exotische jeugd.

Oomen gaat niet diep in op de Japanse bezetting of de onafhankelijkheid van Tanzania. Voor mensen die meer willen weten, is er achterin haar boek per hoofdstuk een lijst met geraadpleegde bronnen. Met tien hoofdstukken en net iets meer dan 300 pagina's, is dit boek wellicht ook te kort voor een beschrijving van twee generaties Nederlandse expats en hun avonturen. Het draait bovenal om twee mannen die bijdroegen aan de Nederlandse katholieke missie en ontwikkelingshulp.

De auteur worstelt ook met zaken. Ze merkt terecht op, dat de familie behoorde tot de (katholieke) elite. In Nederland werd er al tegen doktoren opgekeken, die zelfs nu amper iets mis kunnen hebben. Hoe was dit in Nederlands-Indië en later in Tanzania? Daarnaast had men het beste voor en bedoelde het allemaal goed, maar denkt men er tegen het eind van het verhaal iets genuanceerder over. En er blijft die afstand tot de bevolking. Die wordt nauwelijks gehoord. De interactie tussen blanke elite en de rest van de bevolking blijft complex.

Zoals andere lezers, moest ik dit boek af en toe opzij leggen. Mij viel ook op dat er pagina's lang gesproken werd over "witten"; om dan opeens de term "blanke" te gebruiken. Waarom? Wees niet bang: het boek is politiek correct en zwart, of kleurling wordt nergens gebruikt; Chinezen worden gewoon Chinezen genoemd, etc.

Het onderwerp zijn natuurlijk de vaders; maar hoe zat het met hun echtgenotes? Af en toe zijn zij aanwezig; is er iets te lezen over hun ervaringen, ideeën. Maar wie er is, op de achtergrond en niet gehoord wordt: Marie. Het Indonesisch kindermeisje, hulp, huishoudster. Zij ontlast Stans, zorgt voor een deel van de familie als die geïnterneerd wordt en laat alles achter om met de familie terug te keren naar Nederland. Zij wordt dus expat en ziet haar land, familie, vrienden nooit meer terug. Uiteindelijk, als Janus overlijdt, hongert ze zich blijkbaar dood. Het wordt afgedaan met één zin.

Zo waren er meer zaken, die mij bevreemden, waar mijn haren overeind van gingen staan.

Oomen heeft gelijk, dat dit deel van de Nederlandse geschiedenis niet mag worden vergeten. Maar zou ik dit boek aanbevelen aan vrienden? Het haalt het absoluut niet bij "Het kind met de Japanse ogen" en zo veel andere uitstekende non-fictie boeken over koloniaal verleden, missie werk, ontwikkelingshulp.

Reacties op: De wereld verbeteren vanuit het ware geloof

12
Missievaders - Mar Oomen
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 22,99 Bestel het e-book € 14,99
E-book prijsvergelijker