Lezersrecensie
Misbaksel
Een chique wijk in Den Haag wordt opgeschrikt door een reeks moorden die al snel bekend komt te staan als de “Duinmoorden”. De slachtoffers zijn jonge vrouwen waarvan de handen ontbreken. In de week dat een nieuw slachtoffer wordt gevonden worden de bewoners van “Het Zand” allemaal geconfronteerd met iets wat hun leven kan veranderen.
Jet van Vuuren levert elk jaar een nieuw vakantieverhaal voor vrouwen af. ‘Misstap’, dat aan het eind van de zomer speelt, tijdens een onverwachte hittegolf, past helemaal in dat plaatje. Dat het een luchtige vrouwenthriller is betekent echter nog niet dat het verhaal een rommeltje mag zijn. Van Vuuren onderschat haar publiek. Ze komt met een vergezocht plot vol toevalligheden en herhaalt voortdurend van alles. Dat laatste is bijna nog wel nodig ook, als gevolg van de waardeloze opbouw. Aanvankelijk kun je bijna niet volgen wie de personages zijn en hoe het verhaal in elkaar zit.
Je leest over Harry en Agnes, hun nieuwe buren Guusje en Bo, de egocentrische zakenman Wouter en voormalig politieagente Britt, die na een rouwperiode haar werk als privédetective weer oppakt en haar politievriendin Anja helpt bij het oplossen van de Duinmoorden. De vele perspectieven wisselen elkaar in hoog tempo af zonder goede overgang. Voorlezer Beatrice van der Poel doet niets om duidelijker te maken dat er iemand anders aan het woord is, waardoor je dit soms pas na een paar zinnen door hebt. Vooral aan het begin, als je de personages nog niet kent, is er geen touw aan vast te knopen. Het is nog verwarrender omdat de tijd niet klopt. Gebeurtenissen in de ene verhaallijn vinden veel eerder plaats dan in de andere en fragmenten waarin de moordenaar tegen het laatste slachtoffer praat zijn op een willekeurige plek in het verhaal verwerkt. Dat maakt het moeilijk om bij te houden welke dag het is.
In de wetenschap dat het verhaal niet spannend zou zijn als het simpelweg chronologisch verteld zou worden – op zich al een teken dat er iets ernstig mis mee is – heeft Van Vuuren een proloog toegevoegd die een paar dagen later speelt dan de eerste hoofdstukken. Het maakt het verhaal er echter niet interessanter op, en maakt vooral duidelijk dat de spanning volledig ontbreekt. De proloog heeft niet het gewenste effect omdat je al weet hoe sommige dingen gaan aflopen waardoor je zit te wachten tot dit daadwerkelijk gebeurt en je je geen zorgen maakt over hoe iets uitpakt, want dat weet je al. Alle kleinere spanningsbogen worden hierdoor volledig tenietgedaan.
‘Misstap’ is geen spannende thriller over een seriemoordenaar, maar een zeurverhaal over rijke buren die allemaal heel toevallig tegelijkertijd iets naars meemaken. Er is sowieso heel veel ontzettend toevallig, en al die toevalligheden bestaan alleen maar zodat de personages een verband met elkaar kunnen hebben en Van Vuuren kan proberen de lezer op een dwaalspoor te zetten. In Van Vuurens wereld kan alles. Ze lijkt totaal niet op de hoogte te zijn van hoe het werkt bij de politie, de gemeente en bij begrafenisondernemingen. Het is allemaal nogal ongeloofwaardig. En dat is een probleem, want het plot leunt sterk op haar onjuiste aannames.
Het verhaal is vrij voorspelbaar. Je weet eerder wat er speelt dan de zogenaamd ontzettend slimme rechercheurs. De dader is niet met zekerheid aan te wijzen omdat er geen enkele aanwijzing gegeven wordt naar diens identiteit, maar je weet wel al snel wie het in ieder geval zeker niet zijn. Daar zorgt Van Vuuren zelf voor door het er zo dik bovenop te leggen dat meteen duidelijk is wie je af kan schrijven. Dat veel lezers verrast zullen zijn door wie de moorden dan wel gepleegd heeft, is in dit geval niet positief. Van Vuuren stelt dat ze soms pas aan het eind van het schrijfproces bedenkt wie de dader is en in dit geval lijkt het – op een detail na – zeker achteraf bedacht. Het klopt niet met de rest van het verhaal en maakt enkele eerder al vreemde gebeurtenissen en reacties nog onlogischer. Ook de fragmenten vanuit het perspectief van de moordenaar komen hierdoor nog idioter over, en tijdens het lezen zijn ze al lachwekkend en vervelend. Ze voegen niets toe. Ze zijn niet spannend en zorgen niet voor sympathie en het is totaal onrealistisch dat een moordenaar zo tegen een slachtoffer praat.
De personages hebben weinig diepgang. Harry is de brave medewerker van een crematorium, Guusje de achterdochtige nieuwe buurvrouw en Agnes, tja, die is gewoon gek. Alleen Britt is goed uitgewerkt, maar het verlies van haar man en zoontje zijn nauwelijks relevant voor het verhaal en haar relatie met politievriendin Anja is erg vreemd. Daarnaast zijn ze stuk voor stuk ontzettend irritant. Dat is niet erg bij zakenman Wouter, die duidelijk een egocentrisch stuk stront voor moet stellen, maar dat ook de andere personages vervelend zijn maakt het moeilijk met hen mee te leven. Je snapt geen seconde waarom Harry bang is Agnes kwijt te raken, want ze is zo paranoïde en gestoord dat elke man die normaal na kan denken elk excuus zou aangrijpen om bij haar weg te gaan. De onthullingen aan het eind maken het alleen maar ongeloofwaardiger.
Het verhaal komt niet erg Nederlands over. Seriemoordenaars, corrupte ambtenaren, geheimzinnige chanteurs en harde, gewiekste zakenmannen met vreemde hobby’s. Van Vuuren wil het heel erg het Nederlands te laten lijken door het voortdurend te hebben over “Scheveningen”, “Limburg”, “het strand” en “trams” – woorden die je al gauw niet meer kunt horen – maar dat werkt niet zolang het verhaal niet overtuigt.
Van Vuuren heeft geprobeerd hip te zijn door een spelletje dat in de zomer van 2016 kort een hype was te verwerken in het verhaal, maar het maakt het boek alleen maar gauw gedateerd. Het voegt niets toe en is vooral irritant omdat de spelers worden weggezet als gekken terwijl dat niet relevant is. Het is ook wel erg vreemd dat iedereen weet wat Pokémon GO is en bijna niemand ooit van Tinder gehoord heeft (misschien heeft de auteur zich er ook geen seconde in verdiept, want ze heeft het steeds over een “datingsite” terwijl het toch echt een app is. Maar goed, Pokémon GO is blijkbaar ook een “computerspelletje”. Correcte aanduidingen zijn niet het sterkste punt van Van Vuuren). Een goed excuus voor de auteur om haar personages informatie aan elkaar te laten geven die duidelijk voor de lezer bedoeld is omdat ze het onmogelijk níét kunnen weten – en eigenlijk gaat het vaak om dingen die zo algemeen bekend zijn dat hetzelfde voor de lezer geldt.
Het is allemaal slordig. Het taalgebruik is buitengewoon onorigineel, omslachtig, vol clichés en soms erg plat. Daarnaast blijkt Van Vuuren niet vies van infodumps en het achterhouden van informatie voor de lezer. Op het stomst mogelijke moment komt ze met haar onthulling, terwijl er genoeg betere momenten voor waren. Nodeloos te zeggen dat die dan ook weinig impact heeft. Om toch nog een beetje te verklaren hoe wat ze eerder allemaal beweerd heeft en wat achteraf gezien niet klopt volgens haar toch in het verhaal past, komt ze met een aantal enorme infodumps. Als kers op de taart sluit ze af met een niet heel erg schokkende “onverwachte” verdwijning, enkele bloederige details en een volslagen belachelijke epiloog die de conclusie dat dit verhaal een misbaksel is alleen maar bevestigen. Wellicht moet Van Vuuren voor haar volgende boek meer dan een jaar de tijd nemen zodat ze wat langer kan nadenken over een goed plot en ze dat beter uit kan werken.