Lezersrecensie
Balanceren tussen macht en onmacht
Josie Cruquius, een jonge aantrekkelijk vrouw, wordt zonder veel werkervaring docent Wiskunde op een vmbo-school in de achterstandswijk. Een wijk onder de rook van de hoogovens, met hardwerkende arbeiders, tobbende mensen en verloren jeugd, met kleine en grote problemen.
De charismatische Peter Oomen, de vestigingsleider, heeft Josie gretig aangenomen (ondanks haar twijfel en onbevoegdheid) en heeft beloofd haar te ondersteunen, maar daar komt in de praktijk bitter weinig van terecht. De klassen die Josie draait, zitten vol speciale gevallen. Brammert, de conciërge, heeft zijn leesbril niet op, maar doet bij de sleutelafgifte verslag van klas 3A:
‘’Oké, nou we hebben Yilmaz en De Vos, die zijn niet op school. Yilmaz zit nog in Turkije en komt waarschijnlijk niet terug. De vos is een probleem, daar gaat het hoofd achteraan. Dan hou je er veertien over. Moet lukken toch? Maar let op Pirvu en Schilleboer. Als er problemen zijn, stuur je ze naar mij toe.’’
'Heb je verder nog iets nodig? Pennen? Whiteboardmarker? Traangas vlammenwerper?'
Het klaslokaal blijkt een grote helse plek te zijn waar Josie als beginnende docent geen enkele vat op heeft. De leerlingen luisteren niet, maar overschreeuwen elkaar. Boeken en pennen vliegen door het lokaal en het enige wat de leerlingen een beetje rustig houdt is hun telefoon. Wat Josie ook probeert, ze krijgt niet het resultaat wat ze zo graag wil en binnen no-time heeft de populaire Carmen, haar als juf compleet in haar macht.
Carmen, de diva van de klas, met zestigduizend volgers op Instagram, vraagt haar om bijles. Maar wel onder één voorwaarde, het moet bij Josie thuis in het kakkersparadijs!
Josie stemt er uiteindelijk mee in en hoopt zo de situatie onder controle te krijgen, maar wie heeft wie nu eigenlijk in de greep? Josie krijgt complimenten, want op deze school gaan ze nét een stapje verder in leerlingenbegeleiding.
De Droomfabriek geeft een actueel en onthutsend inkijkje in het onderwijs. De roman heeft humor, het verhaal gaat vlot, de dialogen zijn scherp, de personages zijn leuk en herkenbaar en de setting van de Wijcker Scholengemeenschap is weer eens wat anders. En niet alleen de leerlingen hebben een gebruiksaanwijzing. Zo is er een cynische collega, Ludo, die met zijn ongezouten mening duidelijk maakt dat er van alles schort aan het onderwijs en de school en de altijd politiek-correcte juf Geke.
Maar halverwege het boek slaat de stemming om. Wat is er allemaal aan de hand? Als lezer zie je het helemaal de verkeerde kant op gaan en het onderbuikgevoel lijkt bewaarheid te worden. Het meest beklemmende daaraan is misschien nog wel de herkenbaarheid. Behalve dat iedere beginnende docent wel eens radeloos voor een klas heeft gestaan, zullen er ook verdacht veel (oud) leerlingen zich in (een soort) Carmen herkennen. Op mijn school werd er ook weinig aandacht besteed aan grenzen, of het overschrijden van gedrag. Het is een actueel onderwerp dat nog steeds niet uit de taboesfeer is, terwijl er op iedere school verhalen of vermoedens rondgaan.
De droomfabriek is naar mijn idee een goed boek voor het voortgezet onderwijs, of om een gesprek mee te openen met leerlingen. We praten steeds over vernieuwing, maar wat kunnen we doen om échte verandering in het onderwijs door te voeren. Wat hebben leerlingen en docenten nodig om verandering teweeg te brengen?