Advertentie

Het verhaal Deirdre en de zonen van Usnach is een oude Ierse sage. De dichter Adriaan Roland Holst (1888-1976) maakte er een zeer persoonlijke bewerking van die in 1920 voor het eerst in boekvorm verscheen.

Een tijdloos verhaal over eenzaamheid, liefde, trouw en verraad en de onontkoombaarheid van het lot. Het verhaal begint ab ovo: het wordt vanaf het begin verteld en in het begin wordt al verwezen naar het einde. Het verhaal verloopt chronologisch.

'Onvermoed door de talloozen komt de storm van de groote ondergangen.
Als de duisternissen stijgen uit het Oosten en over de wateren van het Westen de groote schaduwen al waaiende zijn en het schuim bleek wordt, zijn zij nog onbekommerd, en weten niet, dat onder het zwarte weer zij de wapenen tegen elkander zullen heffen, noch vermoeden zij de schemering van het einde, waarin de schilden en de zwaarden gebroken zullen liggen naast de doode lichamen.
Zonder meedoogen, onafwendbaar, komt de storm over de onwetenden.
Maar soms, over de landen en de windrige heuvelen, nadert een teeken tot aan den voet onzer muren en den drempel onzer poorten...'

Zo begint deze oude vertelling. Het bombastische, gezwollen taalgebruik is even wennen. Maar dit verhaal gaat over thema's die nog altijd actueel zijn.

'En dit verhaal van liefde, sterk als de bergstroom, en van verlangen, als de zee eindeloos, dat ver voorbij de brand der koningsmuren ondergaat in het breken der zeeën tegen een wereldeinde, vangt aan met de verzwegen angst van een man, die in den avond buiten de woning stond, waar hij zijn vrouw wist, wachtend haar eerste kind.'

Het is dus een verhaal van liefde die sterk is als een bergstroom en vol van verlangen als de eindeloze zee. Kan het nog romantischer?

Fedlime, de harpspeler van koning Concabar Mac Nessa, verwacht zijn eerste kind. De druïde voorspelde dat er door zijn dochter bloed en vuur zal zijn over het hart van het rijk. Grote helden zullen vallen in haar naam.

Vanaf dan was de rust weg uit zijn leven en om aan de voorspelling te ontkomen, sturen de moeder en hij het zevenjarige kind weg om onder de hoede van Lavarcham te komen.

Daar groeit Deirdre op.

'Eenzaam was het land van hun bestemming, eenzaam en stil. Alleen de wind zong er het oude, vreemde lied, dat geen woorden heeft.'

Daar groeit Deirdre op, onwetend van het bestaan van mensen. Bij toeval komt Concobar te weten van haar bestaan en besluit dat zij zijn koningin zal worden.

Haar schoonheid en het verlangen van koning Concobar naar haar schoonheid zal het begin van het einde zijn. Het is een vrij paternalistisch thema: het verlangen van een man naar de schoonheid van een vrouw.

Niet lang daarna ziet Deirdre de zonen van Usnach.

'Zij kwamen zingende over de heuvelen, laat in den middag. Het was het eerste begin van het voorjaar... En zij zongen een lied, dat woei als het licht en als de regen glinsterde.'

Deirdre en Noisa, de zoon van Usnach horen bij elkaar. Het is een wederzijdse liefde.

'Ze hebben elkaar gevonden, onherroepelijk, gelijk de wind en de zee.'

Om aan koning Concobar te ontkomen, gaan ze scheep naar Schotland, samen met de broers van Noisa, Anla en Ardaan.

Haar geluk is oneindig.

'Háár leven was dien avond begonnen, toen zij zijn naam riep over de eenzame heuvelen, tot driemaal toe. En als een schoone bereiking was zij daar door hem genomen.
Hij werd door haar beleden als het leven zelve; en haar leven was liefde.'

Hun geluk blijft niet duren.

De koning roept hen terug naar Ierland en dan is het noodlot onafwendbaar.

In deel I 'De vlucht' is een verteller aan het woord. De verteller is een oude man die aangeeft niet alles te weten.

'Wij weten het niet. Wij weten alleen, dat er veel verloren ging sinds zij verdwenen.'

Het verhaal is in het hij perspectief geschreven. In deel II 'De terugkeer' gaat de verteller over in de ik-vorm. In vragende zinnen richt hij zich op pagina 30 tot 32 rechtstreeks tot de lezers, tot zijn gasten die nu in het afgelegen huis van zijn verlangen bij hem zijn en naar het verhaal luisteren.

Er worden veel bijvoeglijke naamwoorden gebruikt en de natuur wordt beeldend beschreven, in poëtische zinnen: de wind, de wolken, de regen, de zee, de stormen.

Het is duidelijk een verhaal uit de neoromantiek. De werkelijkheid was niet interessant, de verbeelding des te meer. Verhalen uit het verleden waren hun bron van inspiratie.

Eenzaamheid is een rode draad doorheen het verhaal. Alle personages zijn eenzaam. Deirdre en Noisa leven eenzaam en gelukkig.

'Het was een klein eiland door ruige rotsen uit de zee getild, waar zij toen kwamen, in zicht van de Schotsche kust. En daar leefden zij geruimen tijd, eenzaam en gelukkig, op hooge heuvelen in den wind, en rond om hen heen het machtig zingen van de zee.'

Concobar is eenzaam en ongelukkig omdat hij geen vrouw heeft en verlangd naar een vrouw.

Deirdre leeft eenzaam en gelukkig.

'Het was een klein eiland door ruige rotsen uit de zee getild, waar zij toen kwamen, in zicht van de Schotsche kust. En daar leefden zij geruimen tijd, eenzaam en gelukkig, op hooge heuvelen in den wind, en rond om hen heen het machtig zingen van de zee.'

Ook de andere twee zonen van Usnach leven afgezonderd van de rest van de wereld.

Deirdre heet ook Deirdre der smachten omdat ze het noodlot meebrengt en veel lijden.

Usnach verlangt naar het oude leven.

'Hij werd door haar beleden als het leven zelve; en haar leven was liefde. Maar zij wist zich voor hem wel een schoone vervulling, doch een terwille waarvan hij afstand had moeten doen van alles. En nu besefte zij, dat achter haar de koningsburcht nog zichtbaar was voor haar minnaar. Niet lang woedde dit besef in haar als een donkere storm. Niet lang woedde dit besef in haar als een donkere storm...
Want zij voelde het einde naderen, en zij wist, dat het groot zou zijn en donker als de aarde. En alles in haar werd opgenomen in den verheven drang het einde waardig te zijn.'

Deirdre is een kind van de wind en kent het einde, weet dat het noodlot nadert. Usnach behoort tot de onwetenden en verlangt naar de aardse strijd.

Een storm komt over de talloozen en de onwetenden: de mensen over wie het verhaal gaat, de edelen, de ridders, de machtigen maar ook over ons allemaal, het noodlot treft ons allemaal. Usnach is onwetend, net als Concobar. Deirdre en Lavarcham behoren tot de wetenden. Hier is ook een tegenstelling duidelijk: tussen de wetenden en onwetenden, tussen het hemelse en het aardse, tussen het eeuwige en het tijdelijke.

Deirdre heet ook Deirdre der Smachten omdat ze het noodlot meebrengt en veel lijden.

SYMBOLEN
Het belangrijkste symbool in dit verhaal is de wind. De wind staat hier
voor de 'stem des levens'. Deze bepaalt eigenlijk wat er gaat
gebeuren. Het ongehoorzaam zijn aan deze wind brengt storm.

De zee, een ander symbool dat te maken heeft met de wind, staat voor de oneindigheid. De zee gaat door tot het einde der aarde. Zij neemt mensen mee naar de oneindige eeuwigheid.

Dan is er de toren. Deze staat voor de afscheiding, de vervreemding. Een toren is een vesting, iets dat bescherming moet bieden. Het moet hen doen ontkomen aan het noodlot.

Het onbewoonde eiland is vergelijkbaar met de Elysische velden. Alles is hier goed, zij blijven er jong. De stem des levens zingt er volop haar zoete tonen.



Geraadpleegde bron: https://www.zoekboekverslag.nl/boekverslag_incach.php?gid=40457

Reacties op: Een tijdloos verhaal

7
Deirdre en de zonen van Usnach - Roland Holst A. Roland Holst
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker