Lezersrecensie
Een geest in de keel, een onderzoek naar haar vrouwelijke blik
.."een oprechte, breekbare verdichting van wat zij denkt, voelt, ziet en onderzoekt, haar vrouwelijke blik "..
"Een geest in de keel" is het relaas van een jonge moeder en schrijfster in de vorm van een soort monologue intérieur, wij blijven het hele boek in het hoofd van de schrijfster, er is geen plot, geen echte interactie met andere personages. Er is een prachtig eeuwenoud gedicht en een jonge schrijfster en moeder die daarmee aan de slag gaat.
Deze jonge moeder lijkt niet echt tevreden met haar tradionele rol als moeder en voedster. Zij wordt zich bewust van de onzichtbaarheid van dit deel van haar leven voor de buitenwereld en ziet dat dit door de eeuwen heen een universeel lot is dat de levens van vrijwel alle vrouwen treft. Zij neemt zich voor om het werk en de levens van vrouwen die buiten de geschiedenisboekjes zijn gebleven zichtbaar te maken. Zij gebruikt hiervoor het gedicht en een onderzoek naar het leven van de schrijfster van dit gedicht.
Het mantra van "een geest in de keel" is: dit is een vrouwelijke tekst, het is de openingszin én de slotzin, het is een zin die in de loop van het verhaal keer op keer wordt herhaald.
Het boek bestaat eigenlijk uit 2 delen, in het eerste deel probeert de schrijfster tussen het voeden van haar prille baby en haar bezigheden van alledag door een eigen, waarachtige vertaling te maken van een beroemde klaagzang uit de Ierse literatuur : de "Caoineadh", van de achttiende-eeuwse dichteres Eibhlín Dubh Ní Chonaill, het is een gedicht dat zij schreef na de moord op haar echtgenoot. En passant neemt de schrijfster ons in dit deel op indrukwekkende en ontroerende wijze mee in de heftige omstandigheden van de vroege geboorte van haar vierde kind, haar dochtertje, een dochtertje dat in het boek op enig moment ook als "een vrouwelijke tekst" wordt benoemd.
Als zij merkt dat haar vertaling tekortschiet en niet voldoet aan wat zij wil uitdrukken, wordt zij zich bewust van haar "ware werk" pag. 68) : het eren van Eiblhlín Dubhs leven door een waarachtig beeld van haar leven te schetsen. Dit onderzoek beschrijft zij in het tweede deel van het boek. Zij verzamelt daarvoor een stortvloed aan fragmenten en feiten rond de persoon Eiblhín Dubh en rond personen uit haar direkte omgeving. Het leven van Eiblhïn heeft de gewone geschiedenisboeken niet gehaald , evenals het leven en werk van vele vrouwen die door "de academische blik in de schaduw van mannen gesteld worden, alsof zij alleen aandacht verdienen als figuranten in mannenlevens" (pag. 67).
Bij dit onderzoek gaat onze schrijfster op onorthodoxe manier te werk, in plaats van gangbare academische methoden kiest zij heel bewust voor haar eigen "onwetenschappelijke wirwar".
Misschien is dit overigens wel een goede manier om een nieuwe blik op vrouwenlevens te werpen. Over levens waarvan niet veel rechtstreeks is vastgelegd kunnen omcirkelende onderzoeken wellicht wel wel iets van de puzzel van een leven blootleggen.
Het terrein waarop met name vrouwen zich bewegen, het terrein van affecties en gevoelens, het rommelige van het moeilijk meetbare, legt immers als eerste het loodje bij elk wetenschappelijk onderzoek.
Doireann Ní Ghríofa is beroemd in Ierland om haar gedichten, dit boek is haar debuut in proza. Het boek is prachtig geschreven, vaak heel poëtisch, maar toch begint het me af en toe te benauwen, het is soms te mooi, te geëxalteerd en te veel allemaal , dan krijg ik behoefte aan een dosis nuchterheid...
In haar zoektochten naar de scherven van het leven van Eiblhlín Dubh verweeft zij passages uit haar eigen leven om dichter bij haar geliefde schrijfster te komen, soms in prachtige zinnen, het volgende stukje raakt voor mij aan de kern van haar zoektocht:
"Ik laat de handdoek op de grond vallen en onderzoek mijn lichaam nieuwsgierig: mijn melkflessendijen, in stukjes opgedeeld door turquoise aders; mijn borsten, ongelijk in grootte maar prachtvol, het heilige deurtje van mijn viervoudige keizersnede, mijn hangbuik, geribbeld met zwangerschapsstrepen als een strand bij eb. Mijn navel grimast daar, het onzichtbare koord dat mij altijd met mijn moeder zal verbinden, precies zoals die van haar haar verbindt met haar moeder, en zo verder, en verder, en verder. Ik bestudeer dit lichaam van mij, zomaar een lichaam in een lange lijn, en ik voel geen afkeer, alleen trots. (Pag. 191).
Ik kies voor dit stukje omdat ik vind dat het recht doet aan de meest geuite wens van de schrijfster: "dit is een vrouwelijke tekst" een zin die , ik heb ze niet echt geteld, maar minstens een keer of 10 door het boek heen wordt geschreven. In deze zin herken ik haar zelfopgelegde opdracht om "de vrouwenlevens uit mannelijke teksten terug te winnen". De onopgesmukte manier waarop zij hier haar lichaam beschrijft is van binnenuit, vanuit een supervrouwelijk perspectief. Het lichaam is een lichaam dat functioneert, dat leeft, het heeft gebruikssporen, het poseert niet, het is geen verleidelijk object. Ik vind dit heel direkt, eenvoudig en mooi geschreven, inhoud en vorm vallen hier indrukwekkend samen. En last but not least: hier wordt een verbinding gelegd met de rol die vrouwen spelen in het leven, elk mens wordt uit een vrouw geboren, kinderen worden door melk uit vrouwenborsten gevoed: de poppetjesslinger die geknipt wordt op pagina 74 staat voor een slinger van vrouwen, hand-in-hand door de eeuwen heen.
Ik vond het boek interessant om te lezen, bij vlagen indrukwekkend en prachtig, soms vond ik het dweperig en over de top, zij maakt omtrekkende bewegingen, zij fantaseert, zij fabuleert en is soms onbekommerd dweepziek, dit maakt het boek voor mij uitzonderlijk. Wat ik uiteindelijk het boeiendst vind is dat het boek een originele, eigentijdse vraag stelt en daar op onorthodoxe manieren antwoorden op vindt.
Het is niet eenvoudig om de persoon die het boek schrijft te scheiden van de hoofdpersoon van het boek. De schrijfster heeft in mijn ogen het leven van (veel)vrouwen en moeders in het licht van de schijnwerpers willen zetten en het is niet perse volkomen autobiografisch. In eerste instantie vond ik de hoofdpersoon obsessief en neurotisch, egocentrisch met weinig aandacht voor haar man en haar kinderen die als een soort figuranten in het boek fungeren, zij krijgen zelfs geen naam, tot ik mij realiseerde dat het boek niet daarover ging, maar dat het boek een oprechte, breekbare verdichting is van wat zij denkt, voelt, ziet en onderzoekt, haar vrouwelijke blik, het vastleggen waard.