Lezersrecensie
Vlot geschreven verhaal, loodzwaar thema!
DJINN PATROUILLE OP DE PAARSE LIJN - Deepa Anaparra.
De schrijfster neemt ons mee naar de sloppenwijken van een grote stad in India. Het lijkt alsof zij ervaringsdeskundige is, maar dat is schijn. Deepa Anaparra komt uit Kerala, het deel van India waar de educatie via onderwijs het hoogst is. Zij is journaliste en heeft jarenlang columns geschreven oa voor de Hindoe. Daarvoor interviewde zij veel bewoners ( volwassenen en kinderen) over hun leven, hun zorgen in de basti (=sloppenwijk) Deze gegevens kon ze in haar columns niet kwijt, maar het bleef in haar hoofd ‘plakken’. In 2008 verhuisde ze nar Groot Brittanië, daar schreef ze haar debuut: Djinnpatrouille op de Paarse lijn. Hierin kon ze haar informatie, gedachten, zorgen over de kinderen in de basti’s wel kwijt. Wat heeft armoede, religieus geweld, kinderarbeid, onveilige thuissituaties etc voor impact op de ontwikkeling van een kind!
De titel van het boek komt niet veel op de Paarse Lijn terug. Of het moet zijn dat dit een onbereikbaar deel voor de kinderen in de basti is. De Paarse lijn is een metrolijn naar het centrum van de stad. Deze kinderen gaan nooit met de metro, zijn nooit in het centrum geweest. Het zou kunnen duiden op de afstand, zij vormen de marginalen van de bevolking, niet alleen qua afstand, ook wat betreft de sociale klasse vormen zij de marge, de Paarse Lijn als scheidslijn!
In het verhaal gebeuren vreselijke dingen, die niet te verklaren zijn, waarvoor geen aanknopingspunten zijn te vinden: dan zegt een van de drie kinderen (hoofdpersonen).. het zijn de djinns, de kwade geesten.
Het is wel knap van de schrijfster dat ze de kinderen in hun omgeving ( ik kan de sloppenwijken ruiken als ik er aan denk!) heel natuurlijk weergeeft, als gewone kinderen die gewoon naar school gaan en gewoon hun huiswerk moeten maken. Het is op een luchtige toon geschreven, maar als je het tot je laat doordringen is het wel schrijnend.
Zeker als één van de klasgenootjes, Bahadur, van Jai verdwijnt. Jai, (hindoe 9 jaar), samen met Pari ( hindoe meisje ong. 9 jaar) en Faiz (moslim jongetje ook ong. 9 jaar) de hoofdpersonen van het verhaal zitten bij elkaar in de klas. Zij missen Bahadur, maar op school wordt hij niet als absent genoteerd. Bahadur is een stotteraar, komt slecht uit zijn woorden, dus valt in de klas niet op. Zijn vader (dronkenlap) mist hem niet, moeder moet lang werken als dienstmeisje bij de ‘hifi’-mevrouw in het ‘hifi’-gebouw aan de overkant van de vuilnisbelt en de muur. Ze komt soms ’s nachts niet thuis.
Je zou nu het verhaal kunnen opvatten als: Wie heeft dit gedaan? Als een detective. Jai kijkt veel naar de teevee en naar dit soort programma’s! Hij kan zelf wel een detective zijn, want de politie doet niets voor de basti-bevolking. Alleen maar geregeld langskomen om smeergeld op te halen bij de basti-bewoners … ze leven immers bij de dag met de dreiging dat de bulldozers langs zullen komen. De moeder van Bahadur geeft haar gouden ketting aan de politie… zoek alstublieft naar onze zoon!
Het schrijnende van het verhaal is dat er meer kinderen verdwijnen en dat Jai, noch Pari, noch Faiz kunnen achterhalen waar en wie de ontvoerders zijn. Ook al zegt de politie dat ze zijn weggelopen, zij kennen een aantal kinderen goed genoeg om te weten dat dat echt niet het geval is!
Het verhaal is geschreven vanuit 2 perspectieven. Het perspectief van de verdwenen kinderen en die van de zoektocht naar hen vanuit de kinderen en hun ouders en de andere basti-bewoners.
In de hoofdstukken van de verdwenen kinderen wordt de spanning over de daders opgebouwd. Elke keer aan het einde van het hoofdstuk wordt iets van het raadsel weergegeven.
Bij Bahadur: “… trage voetstappen die, zeker weten zijn, kant op kwamen. Hij sperde zijn mond open om te schreeuwen, maar dat ging niet. Het geluid bleef achter in zijn keel steken zoals alle woorden die hij nooit had kunnen zeggen ….” (blz.63)
Bij Omvir wordt hij het duidelijk….hij wil niet mee: “”… zijn mond was zo droog dat het leek alsof er doorns aan zijn tong ontsproten…”( blz. 108)
Bij Aanchal: ”…De man… toen hij zich bewoog schitterde gloed van een gouden zonnestraal in haar ogen…die werden opgeslokt door het donker…”( blz 195) Door alert te zijn op deze eindes ontdek je wel steeds meer over hoe de kinderen verdwijnen.
Het boek is prachtig beschreven. Het vertelt over de kinderen hoe veerkrachtig ze zijn, hoe vrolijk en optimistisch ze in het leven staan en hoe solidair ze zijn naar elkaar. Maar ook hoe de angst bezit van ze neemt: “… de kou klauwt naar mijn keel…”( blz 260). Na de verdwijning wordt er een zondebok gezocht. Er wordt een puja ( vereringsritueel) georganiseerd… de dag erna worden vier moslim jongeren opgepakt en zonder bewijs of aanklacht vast gezet.
Faiz is verbluft: ”… alsof iemand op zijn hoofd geslagen heeft en de sterretjes nog steeds voor zijn ogen fonkelen…”( 241) Maar Jai en Pari blijven solidair met Faiz en de andere moslim bewoners.
Hoe leef je elke dag met deze onzekerheid, met dit corrupte politie apparaat.
Als één van de ouders aangifte van vermissing wil doen, wordt ze geslagen en uitgescholden: “…. Waarom jongen jullie als ratten, terwijl je niet eens voor ze kunt zorgen…”(blz 236)
Het verhaal is zo goed geschreven, het is gelardeerd met prachtige vergelijkingen, met humor en grappige momenten. Bijvoorbeeld: de nauwe steegjes in de basti, die uitnodigen tot plassen op de muur… maar door er heilige platen de posters en tekeningen van christelijk, hindoe en moslim heiligen op te hangen… voorkom je dat dat gebeurt.
Ondanks het loodzware thema is het een verhaal dat vlot te lezen is, maar dat nog lang zal nawerken.
4 sterren.