Lezersrecensie
Over een grote eerste liefde, ontdekkingstochten van lichaam en geest, verlangens en verlies
Deze recensie werd eerder gepubliceerd op mijn blog GraagGelezen.
Wouter Godijn heeft met Het offer geen simpele nostalgische trip geschreven, maar een rauwe, fonkelende dissectie van wat het betekent om voor de eerste keer (en misschien wel de enige keer) écht te leven. Het is een roman die je niet alleen leest; je ondergaat hem als een emotionele hittegolf.
In de kern volgt de roman een oude man die terugblikt op zijn jeugdliefde, Nicole. Het is meer dan een herinnering. We worden teruggeworpen naar de jaren zeventig, een tijd die Godijn met bijna angstaanjagende precisie tot leven wekt. Maarten en Nicole zijn niet zomaar twee verliefde pubers; ze zijn beschadigde zielen die elkaars trauma’s – diepgeworteld in de levens van hun ouders – proberen te bezweren met tederheid en begeerte.
De setting is herkenbaar: de middelbare school, de ontdekkingstochten van het lichaam en de allesoverheersende gekte van een obsessieve verliefdheid. Maar Godijn behoedt het verhaal voor clichés door de constante dreiging van het verlies dat in de lucht hangt.
Wat Het offer werkelijk boven de middelmaat tilt, is de volstrekt eigenzinnige stijl van Godijn. Hij schrijft met een onweerstaanbaar lef. Terwijl veel auteurs braaf binnen de lijntjes van de chronologie blijven, stapt Godijn moeiteloos in en uit de tijd, spreekt de lezer rechtstreeks aan en gebruikt gedachten tussen haakjes om de innerlijke chaos van het brein te vangen.
“Ik rook haar haar (geel gras; de zomer is over zijn hoogtepunt, namiddag); ik rook haar adem (adembenemend lekker, met een vies randje als een strik eromheen); de verrukkelijke, natte geur van haar speeksel; zelfs haar stem rook ik. ‘Niks zeggen!’; en: ‘Eén woord en ik wurg je.’ Toen was ze weg. Bevend over zijn hele lichaam herstelde de stoel zich.
Fragmentarische beelden van hoe ze door de kamer liep, gelardeerd met het bonken van mijn hart. Rug + haar (bonk). Rug + haar verderweg (bonk), Gaatopdrbedzitten (bonk). Tochnie (bonk). Liggen (bonk). Op d’r zij (bonk-bonk).”
Het proza is "fonkelend" – een term die vaak wordt misbruikt, maar hier op zijn plek is. Het is zowel lyrisch als messcherp.
Godijn vangt de fysieke gewaarwordingen van verliefdheid zo accuraat dat je als lezer onvermijdelijk wordt geconfronteerd met je eigen "eerste keer".
Het is bijna toveren hoe hij de lezer in het brein van een middelbare scholier dwingt.
“Ik herinner me een lichaam. Het was een lichaam dat me ooit in vervoering had gebracht. Seks…?! Het leek zoveel meer dan dat. Ja, ik begrijp dat de mogelijkheid om dat soort gevoelens te krijgen (vervoering teweeggebracht door een lichaam, ik leg het maar even uit voor degene die de draad dreigt kwijt te raken) door Meneer de Schepper met Zijn onhandige, altijd ietwat onvaste, onzekere vingers in ons DNA is gefröbeld met het oog op wat men pleegt te noemen: de voorplanting. Met andere woorden: het schijnt de bedoeling te zijn dat wij het eens geducht op een paren zetten.”
De vergelijkingen met klassiekers als Terug tot Ina Damman van Vestdijk en Turks Fruit van Wolkers zijn gedurfd, maar niet onterecht. Net als Vestdijk vangt Godijn de onbereikbaarheid en de vergoddelijking van de geliefde; net als Wolkers schuwt hij de vleselijke, hartstochtelijke realiteit niet. Toch blijft Godijn uniek door zijn speelsheid. Zelfs in de meest hartverscheurende momenten blijft er een sprankje ironie of een knipoog naar de kunst van het vertellen zelf aanwezig.
Het offer is een eerbetoon aan de radicaliteit van de jeugd, waarin alles nog 'voor het eerst' is en de inzet niets minder dan het hele leven lijkt te zijn. Wouter Godijn bewijst hiermee opnieuw dat hij een van de meest eigenzinnige en begaafde stemmen in de Nederlandse letteren is.
Een absolute aanrader voor iedereen die bereid is om opnieuw verliefd te worden op de literatuur.