Lezersrecensie
“Het was historisch gezien onvermijdelijk…”
Je zal maar erfgenaam zijn van een landgoed en kasteel in veranderende tijden. Met de paplepel is je ingegoten dat bevoorrecht zijn een plicht inhoudt. Vooral naar de sociale klassen toe die onder de hoede van jouw Heerlijkheid vallen. Astrid Schutte zoomt in op ‘Hoe de bevoorrechte klasse in Nederland plaatsmaakte voor de gewone man’. Als journaliste en schrijfster van non-fictie laat ze haar blik glijden over de Heerlijkheid van Huis Baak met zijn ‘laatste Heer’ Werner Helmich, en haar vader ‘de gewone man’ in Baak en bankdirecteur Jan Schutte. We volgen beider levensloop van een gesloten, traditioneel lokaal bestuur volgens ‘noblesse oblige’ naar een meer open bestuursvorm volgens competitieve meritocratie, een beetje als ‘après moi le deluge’. Beide mannen lukten het niet zich echt thuis te gaan voelen in hun nieuwe stand in een nieuwe vreemde wereld. De gewone man, in status opgeklommen, verloor door de ontstane kloof het gemoedelijke contact met zijn sociale klasse van geboorte. De bevoorrechte landheer, die door zijn opvoeding vele knievallen moest maken ten faveure van de onstopbare vooruitgang, verloor het respect van de naaste familie Helmich. Noodgedwongen verhuisde deze trotse man met zijn gezin van zijn kasteel naar een eengezinswoning zonder vanzelfsprekend inkomen, macht, respect, erkenning of bevoorrecht leven.
“Dit is het verhaal van twee mannen die opgroeiden met een toekomstperspectief dat gedurende hun leven ingrijpend veranderde, het verhaal van de geboorte van de meritocratie in Nederland.”
In een artikel van het blad Schrijven Magazine (februari 2019) vertelt Astrid Schutte over de schoonheid die schuilt in het feit dat iets waar is. Haar motto is: Vertonen, niet vertellen! Zij zelf heeft nu twee boeken als lichtend voorbeeld in deze vorm geschreven. Zo ook is ‘De laatste heer’ pure non-fictie, het leest als een boeiend en interessant verhaal. Echt een spannend plot heeft het niet, alslezer weet je natuurlijk van te voren hoe het afloopt. Astrid Schutte en ik schelen maar een jaar in leeftijd, en vele veranderingen in het nu heb ik net als zij zien gebeuren tijdens het opgroeien. Veel beschreven veranderingen waren daarom zo herkenbaar voor me wat anders niet uit te leggen valt aan de volgende generatie. Astrid Schutte deed dat wel, en hoe! Alles heeft ze stevig gedocumenteerd. Achterin zijn pagina’s vol bronnen en verantwoording toegevoegd. Ik heb genoten van dit verhaal in verkleind groter perspectief.
Ze besluit haar story met een passende quote van Maarten Koning, hoofdpersonage in ‘Het bureau’ van J.J. Voskuil:
“Geschiedschrijven is denken over jezelf met de feiten van anderen.”
Mooi gezegd, en het geldt zeker ook voor de lezer van historische non-fictie.