Advertentie

Tolstoj is natuurlijk vooral bekend van zijn geniale romans "Oorlog en vrede" en "Anna Karenina". Dat zijn twee van mijn ultieme favorieten, die ik meerdere keren las en waarvan ik steeds erg genoot. Bovendien had ik veel plezier van zijn kortere werk, zoals "De dood van Iwan Iljitsj" en "De kozakken". Dus vond ik het eens tijd worden voor "Kinderjaren", dat samen met "Jongensjaren" en "Studentenjaren" een soort semi- autobiografische trilogie is die volgens de kenners heel goed is vertaald door Arthur Langeveld. En ja, ook "Kinderjaren" was weer dikke pret. Tolstoj was nog heel jong toen hij dit boek schreef, en natuurlijk was hij nog niet zo meesterlijk op dreef als in zijn rijpere werk. Maar wat was hij al retegoed!

Hoe vaker ik Tolstoj lees, hoe beter ik hem vind. Alleen begrijp ik nog steeds niet waarom hij precies zo grandioos goed is. Maar misschien is het de meesterlijkheid van zijn helderheid, zijn trefzekerheid, zijn eenvoud. Karel van het Reve zegt terecht dat alle zinnen van Tolstoj door een twaalfjarige begrepen kunnen worden, Nabokov zegt treffend: "When your reading Turgenev, you know you are reading Turgenev. When you are reading Tolstoy, you read just because you cannot stop". Elke zin van Tolstoj is kraakhelder, ogenschijnlijk ongelofelijk simpel, en zonder de opsmuk of het persoonlijke stempel dat de stijl van andere schrijvers kenmerkt. Maar elke zin is ongelofelijk raak. In één alinea geeft Tolstoj een volkomen compleet en kraakhelder beeld van een volstrekt meerkantig en complex karakter, zonder ook maar iets van die meerkantigheid te versimpelen. In een paar bladzijden geeft hij je een volkomen transparant overzicht van volmaakt tegenstrijdige gevoelens die de personages zelf maar nauwelijks kunnen articuleren. En dat alles doet hij in zinnen die dermate natuurlijk en eenvoudig ogen dat je bijna niet meer ziet hoe ingenieus ze zijn en hoe rijk ze zijn van inhoud.

Ook "Kinderjaren" lees je ademloos, "just because you cannot stop". Want ook hier tovert Tolstoj ons het ene meerkantige portret na het andere voor ogen, en het ene rijke tafereel na het andere. Fascinerend is bijvoorbeeld hoe hij in een paar pagina's de spelersnatuur van zijn vader schetst, of het aandoenlijk zelfopofferend karakter van een oude vrouwelijke bediende. Mooi is ook hoe hij de aantrekkelijkheden van het pastorale platteland beschrijft, en de geheimzinnige spanning die wordt opgeroepen door de jacht. En nog fraaier is het beeld dat opstijgt van de nog heel jonge, zeer verlegen maar tegelijk zeer zelfbewuste Tolstoj. Een volgens hemzelf lelijk jongetje, dat van zijn moeder leert dat hij dus heel slim moet zijn; een vaak hard huilend jongetje, dat al huilend wel stiekem om zich heen kijkt om te zien welk effect dat huilen heeft; een jongetje dat enorm verdriet heeft omdat het van zijn moeder moet scheiden, maar dat verdriet al heel snel weer vergeet. Een jongetje ook dat snel van schaamte naar verliefdheid overspringt, of van intense vriendschap naar boosheid. En een jongetje dat heel ontroerend totaal kan falen, bij een jachtpartij of tijdens het dansen van een mazurka. Precies dat jongetje wordt ons van alle kanten getoond. Zonder oordeel, zonder veel moralistische of psychologiserende verklaringen, in ongehoord simpele maar doeltreffende zinnen.

Bovendien is "Kinderjaren" een mooi gecomponeerd afscheid van de oh zo verrukkelijke kinderjaren. Over die tijd zegt Tolstoj: "Welke tijd kan beter zijn dan die waarin de twee mooiste deugden - onbekommerde vrolijkheid en een grenzeloze behoefte aan liefde - de enige prikkels in het leven zijn?". Een mooie zin, die aan kracht wint omdat die beide deugden- zowel de onbekommerde vrolijkheid als die grenzeloze behoefte aan liefde- zo helder worden getoond in de hoofdstukken voor en na deze zin. Daarmee wordt het geluk van de kinderjaren echt schitterend neergezet. Maar ook de al vroeg optredende onvolkomenheden daarin: "Nog voor we de bittere ervaringen hadden gehad die volwassenen nopen tot voorzichtigheid en afstandelijkheid in de omgang met anderen, ontzegden wij onszelf het zuivere genoegen van tedere kinderlijke aanhankelijkheid alleen maar uit het vreemde verlangen de groten na te apen". Bovendien eindigt het boek met de dood van Tolstojs moeder: bij uitstek zo'n "bittere ervaring" die de grens tussen kindertijd en volwassenheid markeert. Prachtig hoe de jongvolwassen schrijver Tolstoj het verdriet en het niet- begrijpen van de piepjonge Tolstoj in woorden vat. Schitterend hoe hij de vreemde mengelingen laat zien van oprecht verdriet met onoprecht vertoon van verdriet: bij hemzelf, bij zijn vader, bij vele mensen die de begrafenis bijwonen. IJzingwekkend hoe hij de plotselinge wanhoop beschrijft, het ineens doorbrekend besef van de bittere waarheid van zijn moeders dood en alle ontluisterende kanten daarvan. Maar ook fraai is hoe hij tot de conclusie komt dat sterven zonder spijt en angst "het beste en grootste [is] wat je in het leven kunt bereiken". Een conclusie die met behoorlijk veel Christelijkheid is doordesemd, maar die zo helder geformuleerd en opgebouwd is dat hij zelfs mij als atheïst volkomen overtuigt.

In "Kinderjaren" wordt kortom zowel het geluk van de kinderjaren als het verlies daarvan fraai neergezet. Ook staat het boek vol met geslaagde en ontroerende beschrijvingen van personages, taferelen, gedragingen en kindergevoelens. Het smaakt dus naar meer. Op naar "Jongensjaren"!

Reacties op: De kinderjaren van Tolstoj

8
Kinderjaren - Lev Nikolajevitsj Tolstoj
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners