Advertentie

Ruim 20 jaar geleden had ik eindeloze pret met "Ik zat op het dak", een dikke verzameling van korte verhalen, gedichten, toneelteksten, kinderteksten, brieven en dagboekfragmenten van de geniale Daniil Charms. Maar nu is er een nog uitgebreidere en dikkere verzamelbundel, die ik met minstens zo veel pret en inspiratie las. Ik jubel van voorpret bij de gedachte dat er mogelijk nog meer bundels van Charms volgen, want zijn complete werk schijnt ruim 1700 bladzijden te tellen. Voorlopig echter ben ik vol van napret. Want wat een geweldig onuitputtelijke bundel is dit, wat een eindeloze bron van even pikzwarte als hilarische absurdistische humor, wat een fontein van ongeremde en ongerijmde creativiteit. En wat is het ongelofelijk dat Charms dat allemaal voor elkaar kreeg in de jaren 30 van de vorige eeuw, in het angstwekkend turbulente en repressieve Stalinistische tijdperk.

Waarom hou ik zo van Charms? En waarom vind ik hem zo inspirerend? Dat is nauwelijks uit te leggen, want zijn teksten zijn niet na te vertellen zo origineel en onvergelijkbaar uniek. Dus laat ik een van zijn ultrakorte verhaaltjes citeren: "Er was eens een roodharige man die geen ogen en geen oren had. Hij had ook geen haren, zodat men hem maar bij wijze van spreken roodharig noemde. Spreken kon hij niet, want hij had geen mond. Een neus had hij ook niet. Hij had zelfs geen armen en benen. Hij had ook geen buik, hij had ook geen rug, hij had ook geen ruggengraat, hij had helemaal geen ingewanden. Hij had niets. Zodat het niet uit te maken is over wie het gaat. Laten we het liever niet meer over hem hebben". Geweldig: een verhaaltje dat klassiek begint ("Er was eens" ) en zichzelf meteen daarna volkomen opblaast. Over een roodharige man die alleen "bij wijze van spreken roodharig" is, wat ik een hilarische formulering vind, en die vervolgens tot mijn snel stijgende jolijt alle andere kenmerken die bij een "man" horen ook niet blijkt te hebben. Een verhaal kortom dat alle conventies van het verhaal ondermijnt, eigenlijk uit niks anders dan die ondermijning bestaat, en precies dat is voor mij de enorme pret ervan. Die pret voel ik ook bij regels als: "Ik heb eens gezien dat een vlieg en een wandluis met elkaar aan het vechten waren. Dat was zo verschrikkelijk dat ik de straat op rende en het op een lopen zetten, Joost mag weten waarnaartoe". Of bij "Moeder was een grote, mollige vrouw met een stem van een paard en vader was gewoon haar echtgenoot. Bovendien had vader ook nog sproeten". Vooral naar die laatste zin kan ik eindeloos kijken, want hoezo doen die sproeten ertoe!? In mijn burgermannenwereld is het noemen van die sproeten in deze context volkomen off topic. Maar alles wat voor ons off topic is staat volop ongerijmd te glanzen in Charms' absurdistische wereld. En voor mij is dat smullen geblazen.

In elke tekst neemt Charms je weer mee in een nieuw, absurdistisch universum, waarin onze conventies en onze logica niet meer gelden. "Mijn interesseert alleen 'onzin'; alleen dat wat geen enkele praktische zin heeft. Mij interesseert het leven alleen in zijn ongerijmde verschijningsvorm", aldus Charms in een dagboeknotitie. Maar met name in zijn brieven, en in zijn als appendix opgenomen manifest van de Oeberioe- groep, wordt duidelijk dat dit meer is dan alleen maar loltrapperij. In een brief schrijft hij bijvoorbeeld: "Hoe prachtig is de eerste werkelijkheid! Prachtig zijn de zon en het gras en de steen en het water en de vogel en de kever en de vlieg en de mens. Maar prachtig zijn ook een glaasje en een mesje en een sleutel en een kam. Maar als ik blind geworden ben en doof en al mijn zintuigen verloren heb, hoe kan ik dan al dat prachtigs kennen? Alles is verdwenen en niets bestaat voor mij. Maar zodra ik de tastzin terug heb, verschijnt de wereld vrijwel meteen opnieuw.Ik krijg mijn gehoor terug, en de wereld is aanmerkelijk beter geworden. Ik krijg alle volgende zintuigen weer terug, en de wereld is nog groter en beter. De wereld begint te bestaan zodra ik haar mijzelf heb binnengelaten. Ze mag dan wanordelijk zijn, maar ze bestaat in elk geval!". En, even later:"De ware kunst hoort thuis in de reeks van de eerste werkelijkheid, zij schept de wereld en verschijnt als haar eerste weerspiegeling. Ze is absoluut reëel."

Charms zegt hier, volgens mij, dat hij weigert de wereld te zien en te ervaren zoals anderen hem ervaren, en dat hij als het ware bewust al zijn zintuigen dereguleert, om al zijn zintuigen als het ware weer opnieuw te leren gebruiken. Zodat hij op de tast een geheel nieuwe werkelijkheid ervaart, die vanuit dit totaal nieuwe perspectief volkomen wanordelijk en absurd is geworden, maar ook veel reëler omdat hij is gezuiverd van onze versimpelende conventionele blik. "En de wereld, verontreinigd door de tongen van talloze dwazen, vastgeraakt in de modder van 'ervaringen' en 'emoties', wordt nu opnieuw geboren in alle zuiverheid van zijn fiere, concrete vormen". En die nieuwe, opnieuw geboren wereld is absurd, DUS echt. Charms kunst is reëel, WANT absurd. Dit in tegenstelling tot wat bijvoorbeeld de krant ons laat lezen: "Dat is een verzonnen, en geen geschapen wereld. Dat is slechts armzalig, warrig drukschrift op slecht, schilferig papier". De "geschapen wereld" van Charms is totaal anders dan de wereld van alledag, of de wereld in meer normale of realistische literatuur. Want het is een wereld waarin iemand bij wijze van spreken roodharig kan zijn, waarin iemand in paniek kan raken omdat een vlieg met een wandluis vecht, waarin iemands sproeten volkomen onbegrijpelijke nadruk kunnen krijgen, en waarin zelfs een punaise voor omwentelingen kan zorgen: "Peretsjin ging op een punaise zitten, en vanaf dat moment werd zijn leven heel anders. Van een nadenkende, stille man werd Peretsjin een ongelofelijke ploert". Een wereld ook waarin zelfs een nietig insect zomaar ontwrichtende botsingen kan veroorzaken: "Een vlieg kwam met een klap op het voorhoofd van een voorbijlopende heer, ging door zijn hoofd heen en kwam er bij zijn achterhoofd weer uit. De heer, genaamd Dernjatin, was vreselijk verbaasd: het leek wel alsof hij in zijn hersens iets hoorde fluiten en of er aan zijn achterhoofd een velletje was losgeraakt dat nu kriebelde"

Charms' onderwerpen en stijl zijn, in het licht van onze geijkte conventies, niet reëel en niet logisch. Precies dat is voor hem uiterst essentieel: "Maar wie heeft gezegd dat de logica van het dagelijks leven noodzakelijk is voor de kunst? We worden getroffen door de schoonheid van een geschilderde vrouw, ondanks het feit dat de schilder in strijd met de anatomische logica het schouderblad van zijn heldin ontwricht en verschoven heeft. De kunst heeft haar eigen logica en zij vernietigt het voorwerp niet, maar helpt het te leren kennen". Dus juist met behulp van zijn barokke vervormingen wil Charms de werkelijkheid beter leren kennen. De perspectieven die hij oplevert zijn door hun absurditeit vaak hilarisch, maar ook zwartgallig en verontrustend: mensen vallen van daken, raken zomaar ledematen kwijt, merken ineens dat er een vlieg dwars door hun hoofd is gevlogen, worden met beitels en bijlen bewerkt of gaan zomaar ineens dood. De wereld van Charms is ook vol verschrikking, horror, Sadistische pijnigingen en amputaties, en bepaald niet arm aan riekende geslachtsdelen of vormen van polymorfe perversie. Op de meest onverwachte momenten is Charms dan weer uiterst poëtisch, zij het op ongrijpbaar ongerijmde wijze, en op andere momenten is zijn tekst vol gierende angst en leegte. Dat zorgt voor enorme variatie tussen de verschillende teksten, en soms zelfs binnenin een tekst. Het volkomen absurdistische toneelstuk "Elisabeth Bam" bijvoorbeeld begint en eindigt met een Kafkaesk angstaanjagende arrestatie op basis van al even Kafkaëske ongerijmde willekeur, maar staat tegelijk vol met idiote grappen, adembenemende decorwisselingen en onbegrijpelijk dichterlijke passages. Die heterogeniteit maakt het toneelstuk extra unheimlich, maar zorgt ook voor een onuitputtelijke grabbelton van opvrolijkende verrassingen. En de "Komedie van de stad Petersburg" begint erg dichterlijk met een droom waarin tsaar Peter zichzelf als van buiten ziet, nog voor Petersburg ontstond: "Het razen van de Neva - zo dartel en losbandig- naar de zee. De grote tsaar, hij kwam, hij zag en met zijn blik wierp hij de wolk terneer. De middag was vaal en hij dacht na, broze gedachten berimpelden zijn voorhoofd en fladderden toen voort over de Neva - vlogen langs de oevers, hemelwaarts zweefden ze en verder over sluimerende bossen, bliezen een zeil aan ver weg, daar op de wonderschone zee". Maar daarna vlecht Charms op enerverende wijze allerlei verschillende historische fasen dooreen: Peter de Grote ontmoet tsaar Nicolaas, die weer terugkijkt op hoe hij door de Bolsjewieken is vermoord, en beide tsaren voeren volmaakt bizarre gesprekken met volkomen doorgedraaide Komsomol-leden, wat leidt tot een plot die bol staat van groteske en surrealistische verwarring. Bijna onleesbaar, en naar mijn idee volkomen onspeelbaar, dit toneelstuk. Maar precies daardoor wel heel prachtig, omdat het zo onnavolgbaar en turbulent is. Even onnavolgbaar en turbulent naar ik aanneem als het dagelijks leven in het Rusland van toen, dat na de omwentelingen van de Russische revolutie niks anders dan omwentelingen meer kende. Zeker niet in de jaren dat Charms leefde en schreef. En precies die chaos brengt Charms naar mijn gevoel prachtig over, in "Komedie van de stad Petersburg" maar ook in veel andere teksten.

Charms schreef dus, zo zou je kunnen zeggen, in bizarre tijden en over bizarre tijden. Dat is vaak beklemmend: al die gewelddadige slapstick over vechtende vliegen en wandluizen schreef hij terwijl duizenden mensen werden opgepakt en gefusilleerd, al die grappen over bij wijze van spreken roodharige mannen schreef hij toen elk leven maar heel voorlopig en alleen bij wijze van spreken voortduurde. Maar tegelijk staat dit verzameld werk vol aanstekelijk bizarre humor en vol inspirerend absurdistische fantasie. Het ontregelde mijn door conventies dichtgeslibde hoofd voortdurend, op uiterst stimulerende wijze. Het staat bovendien bol van ongeremde creativiteit, terwijl het geschreven werd in een land dat elke creativiteit wilde smoren. Om al die redenen werd ik helemaal hilair van dit verontrustende maar ook uiterst originele boek.

Reacties op: Eindeloos inspirerende absurdistische creativiteit

5
Werken - Daniil Charms
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker