Lezersrecensie
Niklas NOD : Zweedse James Ellroy ?
“1793” is het debuut van de nieuwe Europese geprezen en succesvolle auteur met de gevleugelde naam Niklas (Carl Bosson) Natt Och Dag, die zelf afkomstig is van één van de oudste adellijke families van Zweden met ’n zwaar historisch verleden waar je op zich al ’n thriller over zou kunnen schrijven.
“1793” speelt zich af op de achtergrond van het na-oorlogse Stockholm, dat de gevolgen draagt van de ambities van (volgens de roman, de megalomane) koning Gustav III die zonet de oorlog tegen Rusland (1788-1790) verloren heeft. Niklas NOD’s beschrijvingen van de stad, het leven en de personages zijn verbluffend goed, het lijkt alsof hij zich door zijn afkomst heeft laten inspireren om de spanning tussen de high class en de extreme armoedige onderlaag van Stockholm te creëren.
“1793” wordt in sommige recensies wel ’s vergeleken met “De naam van de roos” van Umberto Eco, of de romans van Hilary Mantel; persoonlijk vind ik de eerste vergelijking beter geslaagd (Hilary’s romans zijn echte non-fictie romans van ’n volgens mij nóg hoger niveau).
Je hoeft Stockholm niet te kennen om met Niklas NOD’s proza voor uw ogen de mensen uit de huizen te zien komen en langs de kanalen en bruggen te zien lopen, de bedelaars in de smerige greppels te zien liggen, of de dronken met blauw-witte uniformen aangeschoten agenten van de “tuchtwacht” te zien patrouilleren in hun onafgebroken heksenjacht op “staatsgevaarlijke elementen”.
Het boek bestaat uit vier delen, waarvan de eerste drie ogenschijnlijk drie parallelle verhalen zijn die chronologisch teruggaan in het dramatische jaar 1793.
In het najaar van 1793 moet de half-invalide oorlogsveteraan Mickel Cardell zijn stamkroeg ergo slaapplaats verlaten om ’n afzichtelijk verminkt lijk uit het water, of beter de open riool van de stad, te gaan opvissen. Deze vondst komt ter ore van (de aan finale tbc lijdende) Cecil Winge, werkzaam voor de schoutenkamer, de 18e eeuwse recherche van Stockholm, die vastbesloten is de waarheid achter deze lugubere moord te achterhalen.
In de zomer van 1793 volgen we de belevenissen van de met schulden overladen jongeman Kristofer Blix, die samen met z’n beste vriend Rickard Sylvan probeert te timmeren aan een betere toekomst.
In het voorjaar van 1793 komt de ongelukkige fruitverkoopster Anna Stina op dramatische wijze in contact met het gerecht en het lot van de veroordeelden in “het spinhuis”, de plaatselijke vrouwengevangenis.
In de winter van 1793 geraken dan deze drie verhalen op ingenieuze wijze met elkaar vervlochten.
De beste omschrijving die ik voor dit type roman ben tegengekomen is een op-en-top “hard-boiled historische thriller”, geënt op de Zweedse geschiedenis van de 18e eeuw, die me qua schrijfstijl heel hard doet denken aan de “hard-boiled spionage thrillers”, geënt op de Koude Oorlog geschiedenis van de 20e eeuw, van James Ellroy.
Dit type roman is mijn ding.
“1793” was voor de auteur een absoluut internationaal succes, voor een debuutroman, en is bekroond. Inmiddels zijn de sequels “1794” en (dit jaar) “1795” van hem verschenen.
Uiteraard ben ik zeer benieuwd om ook deze romans te lezen, en te zien of ze “1793” kunnen evenaren.