Lezersrecensie
Cliché fantasy, maar leest lekker vlot weg
Review voor de complete trilogie.
Deze trilogie van Alexey Pehov is vrij kort samen te vatten: koninkrijk in gevaar door duistere macht, magisch object kan dit tegenhouden, magisch object ligt niet echt in de buurt en dus zal er een reisgezelschap op weg gaan dit object op te halen. De vergelijking met Lord of the Rings ligt al vrij snel op de loer, alleen wordt er nu niets weggebracht (ring) maar iets opgehaald (hoorn). Het klinkt allemaal erg standaard met de gebruikelijke dertien in een dozijn fantasy elementen. Toch ben ik er aan begonnen, want ja... het hoort een beetje bij fantasy net zoals andere genres ook de standaard dingetjes hebben.
Bij de samenstelling van het reisgezelschap heeft Pehov alle mogelijkheden benut. We hebben een dwerg (uiteraard met baard), een gnoom, een kobold, een dief, een elf krijger, een elf magiër, een tovenaar in de vorm van een geest in het hoofd van de dief en om de boel een beetje op te vullen gooien we er nog een paar met zwaarden slingerende mensen bij. En de tegenstanders zijn uiteraard de orks, de ogers, de zombies, de wandelende skeletten... je zou haast denken wat komt er niet in voor. Het enige dat iets kan verrassen zijn de elfen in het reisgezelschap die lijken op de orks. Deze elfen zijn geen standaard slanke langoren met blond haar, maar net als orks voorzien van twee uitstekende hoektanden en een donkere huidskleur.
Hoofdpersoon is de dief Harold die door de koning wordt ingehuurd voor dit klusje vanwege een bepaalde profetie. Een van mijn problemen met de dief is dat het een "meesterdief" zou moeten zijn, maar vrijwel nergens komt dat terug in het verhaal. Het is een nogal onhandige figuur die of wordt gered door een vriend of zich behelpt met magische dingetjes die uit zijn rugzak komen. Pehov lost sommige dievenproblemen namelijk nogal eenvoudig op. Zo moet Harold ergens in het verhaal een sleutel terug stelen uit een woning. Stap 1: hoe kom je op het balkon? Nou... we hebben hier een magisch elfentouw dat zich automatisch hecht aan het balkon en je en passant nog even automatisch optilt. Stap 2: het raam is voorzien van een magische val. Geen probleem, een beetje poeder uit een flesje en het raam is open. Stap 3: hoe steel je de sleutel? Mwoah... je loopt de gang door, opent een kist, pakt de sleutel en loopt weer terug. Gelukkig zijn de bewakers allemaal stomdronken, dus daar loop je gewoon langs. Kortom, vrijwel iedereen kan hier op die manier inbreken, daar hoef je geen "meesterdief" voor te zijn.
Helaas blijven de meeste hoofdrolspelers erg oppervlakkig. Pehov geeft ze geen geschiedenis of een ingewikkeld karakter. Alleen bij een van de mensen wordt kort zijn geschiedenis aangestipt (broer van koning uit ander land, heeft kroon opgegeven uit schande en is nu soldaat), maar verder is de dwerg bijvoorbeeld gewoon de dwerg net zoals de anderen gewoon zichzelf zijn.
Pehov heeft geprobeerd het verhaal met wat humor te verluchtigen. Alleen komt dat niet helemaal goed uit de verf. De humor zit 'm voornamelijk in de kibbelende dialogen tussen de reisgenoten, maar het wordt al snel erg repetitief en op een gegeven moment weet je het wel dat de dwerg en de gnoom zitten te ruziën over wie het beste bier brouwt of wie de beste wapens maakt en dat de kobold als hofnar continu de anderen lastig valt en dan het weer goed weet te maken.
Verwacht ook geen "epische reis" hier. Het is een paar dagen rijden naar een stadje aan de rand van een groot woud en vervolgens nog een weekje rijden naar de ingang van de graftempel waar het magische object zich zou moeten bevinden. Omdat er toch iets te doen moet zijn komen ze regelmatig wat moeilijkheden tegen waar elke keer weer een of meer van de reisgenoten het loodje legt. In boek drie arriveren ze bij de enorme graftempel Hrad Spein waar hoofdpersoon Harold alleen in zal afdalen. Ook hier worden weer een aantal clichés uit de kast gehaald. Zo hebben we onder andere de "Indiana Jones" situatie: loop een kamer in, klik, deur gaat dicht en plafond komt naar beneden. Meesterdief Harold had dit niet in de gaten, maar gelukkig zit er een rooster in de vloer (waarom?) die met weer een van zijn magische flesjes automatisch opengebroken kan worden.
Pas tegen het eind van deze lange redelijk eentonige graftempel wordt het verhaal wat interessanter en wanneer Harold de tempel weer verlaat wordt het nog iets interessanter. In ieder geval genoeg om het laatste boek een ster meer te geven.
Uiteraard komen ze net weer op tijd terug om het kwaad te weren, er was alleen wel al een grote veldslag bezig tussen de vijandelijke troepen en het koninkrijk geholpen door de elfen, gnooms en dwergen. Op zich wordt de veldslag uitgebreid en lekker vlot beschreven, alleen zijn de vijandelijke troepen weer erg standaard. Barbaren met berenvellen en schedels op hun hoofd, orks, reuzen en wat magiërs. De vijanden zijn ook niet al te slim en vertrouwen voornamelijk op de grote aantallen.
Maar toch, ondanks dit alles leest deze trilogie lekker vlot weg en weet het nèt genoeg te boeien zolang je de verwachting maar iets naar beneden afstelt. Geen hoge school fantasy werk, maar leuk voor tussendoor.