Lezersrecensie
Een buitengewoon gezin.
Thomas Mann (1875-1955) is de grote Duitse twintigste-eeuwse schrijver (Nobelprijs 1929) om wie alles draait in deze groepsbiografie. Hij is tevens de vader die alle ruimte binnen het gezin opeist. De kinderen hebben alle zes sterk geleden onder zijn dominantie.
Over de oudste twee (Klaus en Erika) had ik al veel gelezen (De Mann trilogie van Rindert Kromhout, Erika en Klaus, leven langs de bühne van Margreet den Buurman). Zij en hun broer Golo (maar ook hun vader Thomas) waren homo/biseksueel; in hun werk is die geaardheid herkenbaar aanwezig, maar binnen het gezin worden alle gevoelens, dus ook deze, ontkend en genegeerd.
Het boek beschrijft de levens van de zes, in mindere of meerdere mate talentvolle, inspirerende, maar ook verwende, egoïstische kinderen die hun hele leven wanhopig proberen om uit de schaduw van hun vader te komen. Tegelijkertijd blijven ze financieel schaamteloos van hem afhankelijk. Ze reizen (ook in oorlogstijd) de hele wereld af om elkaar op te zoeken en ruzie te maken. De ontmoetingen in het artistieke wereldje zijn talrijk en interessant: Alma Mahler, Franz Werfel, W.H.Auden, Yehudi Menuhin, Josep Roth, Kokoschka...
Tilmann Lahme weet te boeien met de geschiedenis van dit buitengewone gezin ten tijde van het opkomende Nationaalsocialisme in Duitsland, hun vlucht naar Zwitserland, de emigratie naar Amerika en de uiteindelijke terugkeer naar Zwitserland. De gezinsleden worden gevolgd van 1922 tot 2002.
Typerend en aangrijpend: in 1949 pleegt Klaus op 43-jarige leeftijd zelfmoord in Cannes. Behalve zijn jongste broer Michael, die aan het graf altviool speelt, neemt geen van de gezinsleden de moeite om naar zijn begrafenis te komen.
Dit boek boeide van begin tot eind!