Lezersrecensie
Voor de ware motorliefhebber
Op de cover een afbeelding uit een snelheidswedstrijd voor motoren. Dat verwijst natuurlijk naar de T.T. van Assen (die echt bestaat en ondertussen nog groter geworden en verder geëvolueerd is dan hier beschreven).
Enkele jonge knapen gaan samen kamperen met als doel de T.T. en al wat daar bij komt kijken op de voet te volgen. De auteur besteedt dan ook veel tijd en aandacht aan al wat er zoal gebeurt, op de tracks, naast de baan en in de stad en omgeving. Dat maakt het heel interessant voor wie houdt van motorrennen maar het is mogelijk wel te veel van het goede voor wie gewoon een spannend avonturenboek wil lezen. Al verloopt het verhaal oorspronkelijk wel luchtig met allerlei kennismakingen en de focus op het motorrennengebeuren, de renners, de officials en het publiek. Nadat de laatste kampeerder zich bij het groepje gevoegd heeft, Parelman is platzak maar wil met een oude legermotor meedoen aan de T.T. en dan nog wel in de 250, 350 en 500cc klasse.
Vanaf dan wordt er een zekere avontuurlijke spanning ingebouwd. Want het gaat niet meer enkel om een race die gaat gerenden worden, er komt ook een misdaad aan te pas.
Een technisch defekt leidt tot een race tegen de tijd om de nodige onderdelen uit de fabriek in Italië tot in Assen te krijgen om op tijd te kunnen starten. En een diefstal van een cruciaal onderdeel lijkt de Nederlandse kansen de bodem in te slaan. Dan komen de jongens, althans 1 van hen, in aktie en in een gevaarlijk avontuur probeert die een speciale magneet terug te halen bij de dieven.
Spannend, met heel wat jongenshumor, en allerlei problemen en nostalgische herinneringen doordat sportwedstrijden op de radio live uitgezonden worden. Dus zonder beelden. Communicatie gaat via vaste telefoonlijn en zelfs telegraaf.
De sfeer tussen de motorrijders onderling en in de spits maar ook rond het circuit getuigt van een zekere naïviteit. Alles is koek en ei tussen de mededingers, sportiviteit staat voorop.
Aan te raden voor motorliefhebbers. Of voor wie wat wil bijleren. Dubbelboer schrijft goed, al is zijn stijl ietwat formeel ouderwets, het leest vlot en gedetailleerd genoeg zodat ook een buitenstaander kan volgen.