Lezersrecensie
Een reis op afstand
Maja Wolny treedt in de 21ste eeuw in de voetsporen van de eerste vrouw die naar Tibet afreisde: Alexandra David-Néel. Ze neemt een aantal spoorlijnen en vertelt wat de reis van België tot Tibet met haar deed.
De reis verloopt chronologisch en je wordt als lezer dan ook netjes begeleid vanaf het begin naar het eindpunt. De manier waarop Wolny het vertelt, bevat echter nogal wat hobbels. Het lijkt alsof ze te veel wil, maar tegelijkertijd te weinig. Haar schrijfstijl is dan ook niet onder een bepaald kopje te scharen. De ene keer vloeit het prachtige zinnen, terwijl een ander stuk juist té simpel geschreven is. De historie van gebieden waar ze langs reist wordt gedetailleerd weergeven, terwijl haar persoonlijke weergave een stuk beperkter is. Alles wat normaal gesproken gevoel in een reisverslag geeft, blijft lange tijd achterwege en de pagina's worden gevuld met afstandelijke teksten die je niet aan de pagina's laten kleven.
Als Wolny haar bestemming bereikt, lijkt het boek om te slaan. Het boek kaart een politiek probleem in het land aan en hiermee weet ze wel de juiste snaar te raken. Haar gevoelens als "Westerse" stroken niet met die van de inwoners in Tibet en ze kaart haar valkuilen aan. Niet eenmalig begeeft ze zich in situaties die aan de ene kant begrijpelijk zijn, en aan de andere kant totaal onbegrijpelijk omdat het de Tibetanen niet zal helpen en ze wellicht alleen maar onder een nog strenger regime zullen zetten.
De trein naar Tibet is geen slecht boek, maar het is niet het standaard reisverhaal. De politieke problemen worden op een nette manier aangekaart, evenals de gevoelens die ze als reiziger ervaart. De echte binding met het reizen ontbreekt echter bijna volledig.