Advertentie

In 1931 werd “De Goede Aarde” gepubliceerd in de Verenigde Staten. Het leverde de auteur Pearl Buck (1892 – 1973) de Pulitzer prijs voor fictie op in 1932. In 1938 kreeg ze (mede voor “De Goede Aarde) de Nobelprijs voor literatuur. De roman speelt zich af in China zo rond de jaren twintig van de vorige eeuw. Buck heeft lange tijd in China gewoond en gewerkt. Haar ouders waren missionarissen in China en brachten hun dochter kort na haar geboorte mee naar China. Ze groeide op, zoals ze het zelf heeft aangegeven, in twee werelden; de kleine christelijke wereld van haar ouders en de grote groezelige Chinese wereld.

Ondanks haar grote kennis van en ervaring met het Chinese leven van alledag kreeg ik bij het lezen van “De Goede Aarde” meer en meer de indruk dat ze het dagelijkse leven in China niet begrijpt en een buitenstaander is gebleven. Haar keuze voor een hoofdpersoon, de boer Wang Lung, die de wereld buiten zijn lapje grond ook niet zo heel goed begrijpt ligt dan voor de hand. Begrijpen is iets anders dan begrip hebben voor bijvoorbeeld de naar hedendaagse maatstaven belabberde positie van vrouwen in het China van die tijd. Door dit niet volledige begrijpen van het onderwerp is en blijft er een afstand tussen deze lezer en hetgeen Buck beschrijft. Deze afstand is het duidelijkst wanneer de boer Wang Lung en zijn gezin in verband met een grote hongersnood hun boerderij in de omgeving van een provinciestad verlaten in de hoop een (iets) beter leven te hebben in een grote stad een paar honderd kilometer verderop. Buck beschrijft Wang Lungs kennismaking met die grote stad alsof Wang Lung voor het eerst in de Chinese samenleving is. Hij ziet er dingen die totaal vreemd voor hem zouden zijn, maar die hij toch ook al in zijn bezoekjes aan de provinciestad gezien moet hebben. Wang Lung mag dan een ongeletterde boer zijn, helemaal wereldvreemd is hij toch ook weer niet. We kijken niet door de verbaasde ogen van Wang Lung naar de grote stad, maar door die van Pearl Buck. Dat is jammer.

In de grote stad lijkt zowel het leven van Wang Lung en zijn gezin als de roman zelf vast te lopen, omdat het gezin er niet in slaagt om genoeg geld over te houden voor de reis terug naar huis. Buck haalt dan een truc uit die op een ‘deus ex machina’ lijkt. Opstandige armen plunderen het huis van een gevluchte rijke familie. Er is nog één rijke stinkerd achter gebleven in het grote huis en ‘toevallig’ is het Wang Lung die deze rijke stinkerd alleen aantreft. Voor de eerste en enige keer in “De Goede Aarde” gedraagt Wang Lung zich direct standvastig en met enige stemverheffing weet hij de zakken van de rijke stinkerd leeg te kloppen. Beladen met geld verlaat Wang Lung het grote huis. Geld genoeg voor zijn gezin om de terugreis te betalen en bij aankomst terug thuis is er nog meer dan genoeg geld om de hele boerderij weer op te bouwen, een os, zaadgoed en gereedschap te kopen. Alsof dit nog niet ongeloofwaardig genoeg is blijkt verderop in de roman ook nog dat de vrouw van Wang Lung bij een gelijkaardige plundering een beurs vol met juwelen en edelstenen heeft ‘gevonden’. Wang Lung is nu rijk genoeg om heel veel land te kopen en zelf uit te groeien tot een groot grond bezitter die in een heel groot huis leeft en woont.

Een ongeloofwaardige plotwending en een stijl van schrijven die afstand creëert tussen lezer en verhaal, het zou allemaal nog niet zo heel ergerlijk zijn als het daar bij bleef. Een (inwonende) oom die lid is van een roversbende waardoor de boerderij van Wang Lung tijdens de eens in de zes-zeven jaar voorkomende hongersnood niet wordt beroofd en Wang Lung die keer op keer wanneer hij in conflict komt met een van zijn gezinsleden boos op zichzelf wordt om wanneer de boosheid over is de ander zijn/haar zin te geven. Het zijn slechts twee voorbeelden die er voor zorgden dat ik opgelucht was toen ik het boek uit had.

Reacties op: Niet goed en ook niet aardig

23
De goede aarde - Pearl S. Buck
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker