Lezersrecensie

Tweede keer goede keer


Cies Cies
1 mrt 2022

De Duitse schrijfster Irmgard Keun (1905 – 1982) moest net als veel van haar collega’s vluchten na de machtsovername door de Nazi’s. Een van deze collega’s was Joseph Roth met wie ze in 1936 een relatie kreeg. “Kind van alle landen” gaat over dit leven op de vlucht, haar relatie met Roth en de slechte financiële omstandigheden waarin veel Duitse (en Oostenrijkse) auteurs moeten leven doordat er geen inkomsten meer zijn van verkochte boeken in Nazi Duitsland. Keun vertelt het verhaal vanuit het perspectief van de tienjarige Kully, dochter van Peter en Annchen. Een briljant idee. Peter is overduidelijk gebaseerd op Joseph Roth die in die jaren geplaagd werd door financiële zorgen en alles uit de kast haalde om hier een voorschot binnen te halen, daar een paar artikelen aan een krant te verkopen en ginder te gaan onderhandelen over de rechten van een vertaling van een van zijn romans.

Het is niet alleen een briljant idee van Keun om het verhaal vanuit het perspectief van een tienjarig te vertellen, net zo belangrijk is dat Keun het idee tot in de puntjes uitvoert. Het vertelperspectief van Kully is geloofwaardig. Ze blijft de hele tijd met de ogen en de geestelijke ontwikkeling van een kind de wereld om haar heen observeren. Een wereld die zij op het ene moment nog niet zo heel goed begrijpt en op het andere moment op kinderlijke wijze heel scherp weet te analyseren. Haar wereld is die van een spelend kind op zoek naar schelpen op het strand van Oostende, terwijl op hetzelfde moment haar vader op zoek is naar iemand die hem geld wil lenen, zodat hij hun hotelrekening in Oostende kan betalen. De wijze waarop Kully naar de wereld van de volwassenen kijkt, deze beschrijft en beoordeeld maakt de onrustige, onzekere, dreigende en vreemde jaren in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog alleen nog maar absurder en wranger.

De constante financiële onzekerheid, de nooit ophoudende zorg over (bijna) verlopen visa met als gevolg het keer op keer van stad naar stad trekken beschrijft Keun in de woorden van Kully als ‘We zitten eigenlijk ik elk hotel en in elke stad gevangen en vooral omdat we geen geld hebben, zitten we vanaf de eerste dag alweer te denken aan hoe we kunnen ontsnappen’ (p 91). Het boek staat vol met dergelijke rake observaties. Het zijn deze observaties en de kinderlijk directe eenvoud waarmee ze zijn neergezet die “Kind van alle landen” tot een van de sterkste ‘Exil-romans’ maken.

Na de machtsovername door de Nazi’s in 1933 mocht “Kind aller Länder” in 1938 niet gepubliceerd en verkocht worden in Duitsland en werd het door de Amsterdamse uitgeverij Querido op de markt gebracht. In 1939 volgde een Nederlandstalige vertaling. Na de Tweede Wereldoorlog was er in Duitsland (Oost en West) weinig tot geen belangstelling bij uitgevers en lezers voor een meer dan tien jaar oude roman die ging over de jaren voorafgaande aan de Tweede Wereldoorlog. Het duurde tot begin jaren tachtig van de vorige eeuw voor “Kind aller Länder” (eindelijk) in West-Duitsland doorbrak. Nederland volgde in 2016 met een nieuwe vertaling van Marcel Misset. Het is goed, heel goed zelfs, dat klassiekers als “Kind van alle landen” een tweede kans krijgen.

Reacties

Meer recensies van Cies

Boeken van dezelfde auteur