Advertentie

In 1934 en 1935 verscheen de novelle “Mijn zuster de negerin” in het vooraanstaande literaire tijdschrift Forum. Een jaar eerder had Debrot zijn prozadebuut gemaakt in datzelfde Forum met het verhaal “De Mapen”. In “De Mapen” was Debrot nog op zoek naar zijn eigen stijl, los van naturalistische elementen en zwaar aangezet gepsychologiseer. In “Mijn zuster de negerin” heeft hij die eigen stijl gevonden. Een haast sobere en tot de kern gereduceerde beschrijving van hetgeen dat wordt waargenomen en het ervarene. Ondanks, of wellicht dankzij, deze eenvoudige en beknopte stijl is Debrot in staat om zijn novelle veel diepgang te geven. Hij is in staat om in relatief weinig zinnen helder te vertellen waar het om gaat. Veel auteurs hebben hier een hele roman voor nodig. Dit is een kwaliteit die Debrot deelt met bijvoorbeeld de veel bekendere Willem Elsschot, ook een auteur die in Forum publiceerde.

Het (gedeeltelijk) autobiografische “Mijn zuster de negerin” begint met de terugkeer van Frits Ruprecht (Cola Debrot?) naar zijn geboorteplaats, een niet nader genoemd Nederlands West-Indisch eiland (Debrot is op Curaçao geboren). Zijn ouders zijn overleden en Frits is het leven in Europa meer dan beu: “Ik haatte in Europa de bleke gezichten met hun visachtige kilheid, hun gebrek aan broederlijke sympathie”.
Bij zijn aankomst wordt hij ontvangen door de notaris die de erfenis van zijn ouders met Frits regelt en hem de sleutels overhandigt van het huis in de stad en van de plantage in het binnenland. In plaats van op het aanbod van de notaris in te gaan om bij hem thuis wat te eten (zijn echtgenote rekent er op) en te overnachten zoals gebruikelijk is op het eiland wanneer er een oude bekende langskomt, kiest Frits om naar zijn huis in de stad te lopen. Is Frits meer Europeaan geworden dan hij zelf had gedacht? Het boek staat vol met dergelijke ongemakkelijkheden. Zij kunnen elkaar niet (meer) begrijpen, omdat ze de leefwereld van de ander niet (meer) kennen zonder dat ze dit van elkaar weten. Zowel Frits als de eilandbewoners reageren gaan daar iedere keer net iets anders mee om.De ene keer denkt Frits dat het hele eiland een wrok tegen hem koestert, om kort daarna het gevoel te hebben dat hij wordt binnengehaald als de verloren zoon. Een andere keer roept hij (bijna) uit: “Ik wil hebben: mijn zuster de negerin. Geen geklets meer. Maar zwartheid en aanhankelijkheid”.

Frits is niet meer dezelfde als de jongen die zestien jaar geleden het eiland verliet en het eiland is ook niet meer hetzelfde als toen. Dit zorgt voor een innerlijke strijd bij Frits, kan hij op het eiland wel zijn levensgeluk vinden? Deze strijd bereikt een climax wanneer hij op de plantage Maria tegenkomt, een vriendinnetje uit zijn kindertijd. Is zij of is zij niet zijn halfzus? En maakt het eigenlijk iets uit?

De thematiek van de gescheiden leefwerelden en de ongemakkelijkheden die dit geeft in “Mijn zuster de negerin” is nog steeds actueel. Misschien wel meer dan ooit. In een tijd waar er steeds meer mensen in twee culturen opgroeien en met regelmaat het gevoel hebben in geen van die twee werelden (nog) welkom te zijn of thuis te kunnen zijn.

Het feit dat "Mijn zuster de negerin" in Forum werd gepubliceerd en recensenten in 1935 erg te spreken waren over waren voor mij belangrijke redenen om het te lezen. Victor van Vriesland noemde het "een werk van betekenis", Ter Braak noemde het zonder aarzelen "meesterlijk". Dit schept verwachtingen. Verwachtingen die "Mijn zuster de negerin" waarmaakt.

Reacties op: Zus of geen zus. Doet het er toe?

3
Mijn zuster de negerin - Cola Debrot
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker