Lezersrecensie
Kinderlijk eenvoudig verhaal over goed en fout
“Spaar de spotvogel” van Harper Lee (1926 – 2016) is een in 1960 gepubliceerde roman die, eerst in de Verenigde Staten daarna in de rest van de wereld, heel snel uitgroeide tot een populaire klassieker. De roman kreeg de prestigieuze Pulitzer Prijs voor Literatuur in 1961. De eerste Nederlandstalige vertaling verscheen al in 1961. In 2010 verscheen een nieuwe Nederlandse vertaling van Ko Kooman. Ik heb deze vertaling gelezen. Jaren geleden heb ik de Amerikaanse versie gelezen. Het verhaal speelt zich af tussen 1933 en 1935 van de vorige eeuw in Maycomb, Alabama. Maycomb is de hoofdstad van de county, heeft daarom een rechtbank, bankkantoren en andere typische regiofuncties. Harper Lee groeide zelf op in een dergelijk provincieplaatsje in Alabama.
De zesjarige Jean Louise ‘Scout’ en haar vier jaar oudere broer Jeremy ‘Jem’ wonen samen met hun vader, de advocaat Atticus in een rustige middenklasse buurt in Maycomb. De echtgenote en moeder is overleden toen de kinderen nog jong waren. Calpurnia ‘Cal’ is de zwarte huishoudster die niet alleen het huishouden doet, maar Atticus ook nog helpt bij het opvoeden van de kinderen.
Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Scout en begint met het einde. Scout, dan een (jong) volwassene en haar vier jaar oudere broer Jem kijken terug op hoe de toen dertienjarige Jem een breuk aan zijn ellenboog opliep. Het verhaal is dus voor het overgrote deel een lange ‘flashback’ verteld door een jonge volwassene over gebeurtenissen toen zij tussen de zes en negen jaar jong was. Dit vertelperspectief geeft Lee de ruimte om Scout tijdens het ophalen van al die jeugdherinneringen die herinneringen ook deels te duiden en in een groter verband te plaatsen, iets waar een zesjarige nog amper toe in staat zou zijn geweest. Het beste voorbeeld hiervan is het keer op keer subtiel doorprikken van de (racistische) hypocrisie van de witte middenklasse bestaande uit buren en familie van Scout.
Scout en Jem leren Dill kennen, die tijdens de zomervakantie op bezoek is bij familie in Maycomb. Dill raakt gefascineerd in de woning van Boo Radley. Boo leeft erg terug getrokken en bijna niemand heeft hem de laatste jaren buiten gezien. Terwijl de kinderen zich druk maken om de mysterieuze Boo Radley krijgt Atticus de zaak toegewezen van Tom Robinson. Robinson, een zwarte man, wordt beschuldigd en verdacht van het verkrachten van een blanke vrouw. Tijdens de rechtszitting wordt overduidelijk dat Robinson onschuldig is, maar het feit dat hij zwart is en in de jury alleen maar witte mannen zitten, wordt Robinson veroordeeld. Het slachtoffer Mayella is niet verkracht door Tom, maar zo goed als zeker mishandeld door haar vader, de notoire dronkenlap Bob Ewell. Ewell zweert wraak te nemen op Atticus, omdat Atticus in een volle rechtbank duidelijk heeft weten te maken dat Bob Ewell een smeerlap is. Op het moment dat hij wraak probeert te nemen door Scout en Jem op een avond lastig te vallen, breekt Jem zijn arm en komt uit het niets Boo Radley opduiken als redder in nood.
Bij herlezing moest ik regelmatig denken aan de verhalen van Truman Capote die grotendeels ook afspelen in het landelijke zuiden van de Verenigde Staten en ook jonge mensen of kinderen als hoofdpersonage hebben. Niet zo’n hele rare associatie, toen ik er achter kwam dat het personage Dill in ”Spaar de spotvogel” is gebaseerd op Truman Capote en dat Harper Lee en Truman Capote hun leven lang goed bevriend zijn geweest. Toch vind ik de verhalen van Capote beklemmender en daardoor stukken beter dan “Spaar de Spotvogel”. Harper Lee blijft te veel steken in een eenduidige, nog al kinderlijke, tweedeling tussen goed en kwaad, of in dit geval misschien beter zwart en wit, ondanks het feit dat het verhaal niet verteld wordt door een kind, maar door een volwassene die terugkijkt op gebeurtenissen in de kindertijd.