Advertentie

Nadat de relatie tussen protagonist Ilja Leonard Pfeijffer en diens muze Clio Chiavari Cattaneo is stukgelopen, besluit hij hun woonplaats Venetië te verlaten. Een bestemming heeft hij niet. Op internet zoekt hij naar “iets ouds en afgelegens.” Zo belandt hij in Grand Hotel Europa, een wereld van vergane glorie, een universum op zich.
Ilja leert Clio kennen tijdens een lezing die over de geschiedenis van de Genuese Republiek ten tijde van de kruistochten. Die blijkt echter de avond daarvoor te zijn gehouden. Hij trekt de stoute schoenen aan en nodigt de knappe vrouw die naast hem zit samen een drankje te gaan drinken. Van het een komt het ander en voor je het weet liggen beiden te rollebollen, waarbij Pfeijffer zoals we van hem gewend zijn geen blad voor de mond neemt. Er ontstaat een relatie, al moeten zij die volgens Clio eerst nog samen verdienen.

De ontwikkeling en de neergang van de relatie dient te worden vastgelegd, in Grand Hotel Europa. Pas daarna kan Ilja op zoek gaan naar een nieuwe woonplaats. Hij beschrijft de bewoners van het hotel die er vaak al jaren vertoeven: meneer Patelski, een man die van alles op de hoogte lijkt te zijn, de Franse dichteres Albane, de Griekse reder Volonaki; maar ook majordomus Montebello en diens hulpje piccolo Abdul. Ieder van hen heeft zo diens eigenaardigheden. Grand Hotel Europa geeft blijk van een rijk verleden, “waar ooit baljurken ruisten en juwelen rinkelden.” Het hotel is een metafoor van het verleden, grandeur van weleer. Als meneer Wang, een rijke Chinees, het hotel overneemt gaat hij drastisch te werk: de Chinese kamer wordt omgebouwd tot Engelse pub, het portret van Paganini in de centrale hal wordt vervangen door een poster van Parijs. “Daar houden Chinezen nu eenmaal van.” En inderdaad komen er steeds vaker toeristen die – in tegenstelling tot de vaste bewoners – slechts enkele dagen blijven.

Terug naar Clio. Zij krijgt een baan aangeboden in Venetië. Ilja voegt zich bij haar. Nu gaat Pfeijffer helemaal los: op onnavolgbare wijze beargumenteert hij hoe achterlijk toeristen zijn. “Terwijl toeristen bovenal op zoek zijn naar een authentieke ervaring, veroorzaakt hun aanwezigheid een teloorgang van de authenticiteit die ze begeren. Of die authenticiteit wordt op een weinig authentieke wijze speciaal voor hen gecreëerd. Toerisme vernietigt datgene waardoor het wordt aangetrokken.” Venetië, een stad waar niet door te komen is, waar supermarkten zijn verdwenen ten faveure van souvenirwinkeltjes, waar de straten door drommen schuifelende mensen in bikini of korte broek zijn dichtgeslibd, is daar het meest sprekende voorbeeld van. Maar ook Amsterdam krijgt een sneer.
“Wat Europa de wereld te bieden heeft, is zijn verleden.” Pfeijffer staaft dit met onder andere statistieken over het afnemende aandeel academici dat Europa wereldwijd levert, aan het schamele aantal patenten dat wordt aangevraagd in vergelijking tot China, Korea en Japan. “Er is zoveel verleden in Europa, dat er geen plek meer is voor toekomst.” Daaraan koppelt hij de vluchtelingenproblematiek: Europa vergrijst in razendsnel tempo en toch weert het jonge vluchtelingen uit Afrika die een oplossing voor ons (pensioen)probleem zouden kunnen vormen. Vanzelfsprekend krijgen de rechtspopulisten er van langs. Tussen de essayistische hoofdstukken meandert de verhaallijn met Clio verder: “het spel” dat zij spelen, op zoek naar een verdwenen Maria Magdalena, centraal stuk van een drieluik. Langzaam maar zeker komt er echter sleet op hun relatie. Clio blijkt een jaloers kreng dat Ilja steeds vaker verwijt een enorme egoïst te zijn. Als zij uiteindelijk een baan krijgt aangeboden als wetenschappelijk assistente bij de dependance van Het Louvre in Abu Dhabi, bestookt Ilja haar met argumenten waarom zij niet moet gaan. Clio echter ziet het als mogelijkheid te ontsnappen aan een wereld waarin haar kansen bepaald worden door derden, ongeacht haar kwalificaties; eindelijk krijgt zij de gelegenheid om haar dromen waar te maken. Dan barst de bom. Zal Ilja na het op schrift stellen van zijn verhaal z’n bestemming nog vinden?

'Grand Hotel Europa' is een roman die bedoeld lijkt om enkele essays voor het voetlicht te brengen: de teloorgang van Europa, vluchtelingenproblematiek, de almacht van het (groot)kapitaal, de waanzin van toerisme, waarbij steeds ‘authentieker’ ervaringen worden gezocht. Als geen ander kan Pfeijffer dat in prachtig proza verpakken.

Reacties op: Essays in romanvorm gegoten

1997
Grand Hotel Europa - Ilja Leonard Pfeijffer
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners