Lezersrecensie
Een absurd goed boek
In “De grote schoonmaak” volgt Rob van Essen het beproefde recept van autobiografie, surrealisme, filosofie en sciencefiction-elementen die we kennen uit vorige romans, maar dan (nog) veel beter.
Net als in “Ik kom hier nog op terug” begint het verhaal van “De grote schoonmaak” met iets onwerkelijks, dat door Van Essen zo onnadrukkelijk wordt beschreven dat je het als lezer onmiddellijk voor waar aanneemt. In zijn vorige roman was dat het terugreizen in de tijd met een tijdcapsule, en nu is het een absurde gebeurtenis met een levensechte, manshoge fles schoonmaakmiddel die ter promotie van een nieuw product in een dorpssupermarkt verschijnt.
Die gebeurtenis – waarvan we de details niet zullen verraden – hebben ingrijpende gevolgen voor de verdere levens van de twee personen die het hebben meegemaakt, supermarktfiliaalhouder Vendrix en diens medewerker (en ik-verteller) Thomas. Want heeft dat voorval nu echt plaatsgevonden? Dat kan toch helemaal niet? Maar ze hebben het met eigen ogen gezien! De beide protagonisten kunnen er ook met niemand over praten, want de gebeurtenis is zo absurd dat niemand het kan geloven. Ze besluiten uiteindelijk op zoek te gaan naar een verklaring voor de absurde gebeurtenis. De zoektocht brengt hen naar een niet met name genoemd stadje in Engeland, waar een bedrijf gevestigd is dat pakken voor ‘menselijke’ flessen en dergelijke verhuurt.
Van Essen wisselt de (aanvankelijk korte) hoofdstukken die in Engeland spelen inventief af met de verhaallijn in Nederland. Naar het einde toe zien we in het verhaal meerdere elementen terugkomen die we ook in “Ik kom hier nog op terug” zagen, zoals een gemeenschap van lotgenoten, een tijdreis, bespiegelingen over wat echt gebeurd is en wat is verzonnen, en de vraag of een van de hoofdpersonen God is of niet. Van Essen doseert dit evenwel veel beter dan in zijn vorige roman, waar juist deze elementen teveel en te lang werden uitgesponnen. In “De grote schoonmaak” weet hij perfect maat te houden.
Zo is dit een uiterst boeiende en leesbare roman over geloof en ongeloof, over schijn en wezen, over godsdienst (denk: Christendom, waarin Jezus aan het kruis sterft om de zonden der mensheid weg te wassen) en filosofie. Geschreven in een soepele, onnadrukkelijke, prettige stijl, met subtiele humor. Een echte pageturner – je wilt weten hoe het verder gaat – zonder dat de gedachten en ideeën die Van Essen opwerpt hinderlijke onderbrekingen van de plot worden.
Is er dan niets aan te merken? Jawel. In een roman over geloven of niet geloven de hoofdpersoon Thomas noemen, is wel wat cliché. Er zitten een paar wel wat erg toevallige gebeurtenissen in het verhaal. En Van Essen moet oppassen dat het gebruik van enkele in zijn werk terugkerende elementen, zoals hierboven genoemd, geen trucje wordt.
Maar dat doet weinig tot niets af aan het absurd goede boek dat “De grote schoonmaak” is. Een derde Libris Literatuurprijs waardig.