Lezersrecensie
Schuld en boete
Een beeldende en van onheil zwangere roman over een groep jongeren die bij de oude boerderij in Zeeland, en de gebeurtenissen aldaar die diepe sporen nalaten in de levens van enkelen van hen, en van anderen. Dat is ‘De zwarte poel’ van Jan Vantoortelboom.
“Ik herkende zijn silhouet meteen, ook al had ik hem in geen jaren gezien: de plankerigheid, de onbeholpenheid waarmee hij stond, haast sullig. Het petje. Na de lagere school was ik hem uit het oog verloren. In die tijd liep hij traag en stroef, een weerstand in de benen, alsof er in zijn lichaam een oud motorblok met versleten tandwielen verborgen zat dat hem aandreef.”
Een roman die zo begint, dan weet je dat het wel goed moet zitten. En dat doet het dan ook.
De ik-verteller van ‘De zwarte poel’ is Ko, een keurige, wat burgerlijke man, die getrouwd is met Lydia en een kantoorbaan heeft bij een Zeeuwse groothandel in uien. In flashbacks ontrolt zich het verhaal van zijn oude vriendschap die allang geen vriendschap meer is met Lou, een vreemde, onaangepaste man die grove taal uitslaat en mensen in zijn omgeving ombekommerd beledigt. Zo noemt hij Lydia in het bijzijn van haar kinderen “slingertiet”, of zegt hij dingen als “kankergekken” of “je bent een domme kankermongool”.
Omdat hij na een ongeluk maar één been heeft, is hij hulpbehoevend, en Ko geeft hem die hulp, al naar gelang de grillen van Lou. Als deze midden in de nacht naar de hoeren in Antwerpen wil, moet Ko hem daarnaartoe rijden, ook al wil deze liever bij zijn vrouw zijn.
Nu is Lou dood, en is het Ko’s verantwoordelijkheid om diens huis te ontruimen. Door Lou’s overlijden is Ko van slag en komen de donkere herinneringen aan zijn gedeelde verleden met Lou weer boven.
In de flashbacks zien we dat Lou en Ko elkaar kennen van de lagere school, waar Lou een buitenbeentje was. Hij werd gepest, omdat hij raar liep, en vreemde dingen zei en deed. Ko kwam voor hem op en beschermde hem een beetje. Na de lagere school verliezen ze elkaar enkele jaren uit het oog, maar dan opeens duikt Lou op bij de boerderij van Adrie. Daar komt een groep jongeren, voornamelijk jongens, geregeld samen om op het verwaarloosde en overwoekerde erf en land te sleutelen aan brommers, kampvuren te stoken, met machetes de voortwoekerende bramenstruiken te lijf te gaan om bepaalde onderdelen te van afgedankte apparaten te halen, en op brommers en motoren te crossen. Adrie, de eigenaar, is geen boer meer, maar knapt oude landbouwvoertuigen op, en staat wat buiten de maatschappij; brieven van overheden gooit hij ongeopend bij het oud papier of in het kampvuur, en als gemeente-ambtenaren zijn erf willen betreden jaagt hij hen weg, al dan niet onder bedreiging met een luchtbuks.
Aanvankelijk is nieuwkomer Lou ook hier een buitenbeentje, maar hij blijkt talent voor techniek te hebben en wordt daarom al gauw populair. Het gaat ten koste van de vriendschap met Ko. Het leidt tot een dramatische gebeurtenis die hen weer contrecoeur bij elkaar brengt.
Tussen het verhaal van Ko, Lou en Adrie door, zijn er ook korte, mysterieuze hoofdstukken die verteld worden door een lang naamloos blijvend meisje, dat blijkbaar dood is (“We zijn verbrand”, “Wij zijn as, mijn zusje en ik”). Pas helemaal op het einde van de roman blijkt hoe deze passages verweven zijn met het hoofdverhaal.
Vantoortelboom vertelt dit alles in een beeldende stijl. Je ruikt gewoon de geur van het water in de zwarte poel op Adrie’s erf, of die van het spiegelei met het zwarte randje. Je voelt zelf de stekels van de braamstruiken door je broek heen in je benen prikken. En je hóórt de kreten van Adrie’s pauwen in de donkere nacht.
De roman zit wat complex in elkaar, door het heen en weer springen in de tijd zonder dat dit wordt aangeduid (alleen de korte hoofdstukjes van het dode meisje worden gemarkeerd), en doordat Vantoortelboom het plot zeer gedoseerd opbouwt. Pas op het eind komt alles samen, en vallen de puzzelstukjes op hun plaats. En bij (gedeeltelijke, fragmentarische) herlezing zie je pas hoe goed de roman is gecomponeerd, met vooruitwijzingen van schijnbaar onbeduidende gebeurtenissen, die later betekenisvol blijken te zijn, zoals de afkeer van de houtkachel die Lydia beslist in huis wil hebben en die Ko categorisch weigert van de as te ontdoen.
Een prachtige vertelling over vriendschap en schuld, en over de onuitwisbaarheid van het verleden.