Lezersrecensie
Pseudo-poëtische interessantdoenerij
De naamloze, slechts met “M” aangeduide hoofdpersoon zit in een bus op weg naar haar demente vader, die in een bejaarden- of verzorgingshuis (“rustoord”) zit. Daar aangekomen brengt ze even een bezoek aan hem en heeft ze een kort gesprek met diens behandeld arts. Meer dan dat heeft het eerste deel van de korte roman niet om het lijf. Alsof de auteur het nodig vond om het toch wat te laten voorstellen zijn de pagina’s vooral gevuld met tamelijk banale en weinig relevante observaties over mede-buspassagiers en de bebouwde omgeving, en met pseudo-poëtische bespiegelingen.
Dit alles gelardeerd met vreselijke vlaamsismen, variërend van passagiers die gemaand worden van een bus “af te stappen” (waar uitstappen wordt bedoeld) of, idem, iemand die last van reisziekte krijgt als ze “op een voertuig zat te lezen” via een arts die “op pensioen” gaat, tot een vader die zijn dochter met de auto naar school “voerde”. Geen Nederlander weet ook wat een “pompbak” is (het blijkt een gootsteen te zijn, zo maak ik op uit de context) en zo kunnen we nog eindeloos doorgaan. Vlaamse woorden of zegswijzen kunnen nuttig en functioneel zijn als couleur locale, zoals bijvoorbeeld in Claus’ “Het verdriet van België”, maar daarvan is bij Six geen sprake; het is niets anders dan gemakzucht - Jeroen Brouwers zou er wel raad mee weten.
De onzinnigheid en het gewauwel van sommige passages gaat al snel enorm tegenstaan. De opsomming over meteorologische verschijnselen die M kent op pagina 10 en 11 bijvoorbeeld. En wat te denken van twee volle bladzijden flauw gezever over mensen die te laat op afspraken komen. Aan het begin van het tweede deel van de roman treffen we een quasi diepzinnige passage over ijsbloemen op een raam, die “pasgeboren sterren” zouden zijn, “uit het nachtgewelf geduwd wegens niet levensvatbaar, om dan, na een eeuwenlange reis door het heelal, langs gasnevels en op het nippertje ontsnapt aan zwarte gaten, te pletter te storten op dit enkelglas.” En zo gaat dat nog even verder. Fysisch totaal onzinnig, en inhoudelijk niets meer dan gewild literair. Hou toch op met die interessantdoenerij, zo wil je Six vanuit je leesstoel toeroepen. En dan zwijgen we maar over de gemakzuchtige, karikaturale beschrijving van een bejaardenhuis, zoals Six de lezer op pagina 36 voorschotelt. Gaap.
Daarna - inmiddels op bladzijde 73 aanbeland, dat is toch bijna op de helft van het boekske - was ik het beu en heb ik “In het wit” terzijde gelegd. Waar het over gaat, behalve over een dementerende vader en (in het tweede deel, waarvan ik hier en daar een passage begluurde) waarschijnlijk herinneringen aan een vroeg gestorven moeder… ik weet niet.
Opgeblazen niksigheid, meer kan ik er niet van maken.