Lezersrecensie
Niet voor zwakke magen, maar wie er tegen kan, krijgt er een verslavende pageturner voor terug.
Chris Carter zet meteen de toon met een extreem gruwelijke moord, die zelfs voor de doorgewinterde Hunter en zijn partner Garcia bijna te veel is. De dader gebruikt zijn slachtoffers als onderdeel van een ziek kunstwerk, compleet met Latijnse teksten op de huid en zorgvuldig geënsceneerde crime scenes.
Het sterk punt van dit boek is hoe Carter spanning en psychologie combineert. Hunter is niet alleen een briljante speurder, hij heeft ook een achtergrond in psychologie en gedragsanalyse, waardoor hij net iets dieper in het hoofd van de dader kan kijken. Toch is hij geen perfecte held: hij maakt fouten, twijfelt en durft in dit deel ook privé iets meer van zichzelf te laten zien, wat hem menselijker en interessanter maakt. De samenwerking, en botsing, met de FBI zorgt voor extra vuurwerk en soms verrassend luchtige humor.
Samen met Garcia botst Hunter geregeld met de arrogante FBI-agenten, wat de spanning verhoogt en voor scherpe dialogen zorgt. Ondanks alle horror blijft er ruimte voor menselijkheid, vooral wanneer Hunter voorzichtig toelaat dat iemand dichterbij komt dan hij gewend is.
Carter schrijft snel, spannend en zonder omwegen. Zijn verhalen zijn niet zomaar puzzels over wie het gedaan heeft, maar duiken diep in de kronkels van de menselijke geest. De moorden zijn bloederig, de spanning hoog, maar het zijn de personages die de boeken echt tot leven brengen.