Lezersrecensie
Je ziel is een borstzakje waarin je de namen meedraagt van de mensen van wie je houdt
“Iemand die een godslasteraar doodde, werd daarmee voor voor talloze Pakistaanse moslims een held. Men zei dat er in zijn gevangeniscel een geur van rozen hing. Het moordwapen zou bij opbod worden verkocht als heilig werktuig.”
In 2017 verscheen De gouden legende van de Brits-Pakistaanse schrijver Nadeem Aslam (1966), die al een paar prijswinnende boeken op zijn naam had staan. In Nederland heeft deze politieke roman weinig aandacht gekregen. Dat is jammer, want het gaat niet alleen over religieus geweld binnen een moslimland en de burgerlijke ongehoorzaamheid van gematigdere landgenoten, maar ook over relaties tussen mensen van verschillende geloven, is spannend geschreven en bevat diepgang.
Massud en Nargis zijn getrouwd, hebben samen meerdere interessante bouwwerken ontworpen en wonen in Zamana, waar een dreiging in de lucht hangt. Iemand bazuint ’s nachts geheimen van burgers rond via de luidsprekers op minaretten, er worden kruisjes op huizen gezet, er wordt een rechter gedood die een rechtvaardig vonnis heeft geveld en er worden nabestaanden onder druk gezet om een moordenaar vergeving te schenken, zodat hij kan worden vrijgesproken volgens de wet van de sharia. Veel christenen worden gediscrimineerd en vals beschuldigd, er vinden aanslagen plaats en er worden journalisten gemarteld die de acties van de geheime dienst onderzoeken.
Massud en Nargis hebben boeken in hun bezit die ervan getuigen hoe belangrijke ideeën, tradities en gebeurtenissen over de hele wereld hebben gereisd en elkaar wederzijds hebben beïnvloed. Zo zou Dante zijn geïnspireerd door een verslag van Mohammed van zijn reis door het paradijs en de hel. Zij hebben ook geprobeerd de verschillende religieuze stromingen binnen en buiten de islam met elkaar te verenigen, maar in plaats van harmonie is er juist meer verdeeldheid ontstaan:
“Ik ben soms bang dat elke moslim-geestelijke zichzelf tot afvallige zou uitroepen als hij zijn eigen woorden zou teruglezen met de naam van een andere imam eronder.”
Behalve deze twee zijn er de christelijke riksha-rijder Lily, die een heimelijke relatie met een moslimweduwe onderhoudt en diens dochter Helen. Die heeft op kosten van Nargis en Massud kunnen studeren en schrijft kritische artikelen voor de krant. Tot slot is er de uit Kasjmir afkomstige en uit een trainingskamp gedeserteerde Imran. Hij helpt Helen en Nargis vluchten en schuilen, wanneer ze hun leven niet langer veilig zijn.
Dankzij het wisselende perspectief en het gebruik van flashbacks wordt er spanning gewekt en ontstaat er diepgang in de karakterbeschrijvingen. Aanvankelijk weten Nargis en Helen niet in hoeverre ze Imran kunnen vertrouwen, maar naarmate het verhaal vordert, krijgen zowel zij als de lezer meer inzicht en begrip. Nargis op haar beurt heeft een geheim dat zelfs Massud nooit te weten is gekomen, maar de geheime inlichtingendienst wel ontdekt. Niet alle personages weten aan de dood te ontkomen, maar het blijft tot het einde toe spannend wie er wel of niet overleven.