Lezersrecensie
Je moet een gewas nooit voor oogsttijd uit de grond halen
De tweede roman van Marieke Lucas Rijneveld is een geweldige aanwinst voor de Nederlandse literatuur. Het is ongelooflijk om te zien hoe de schrijfster in de huid is gekropen van een 49-jarige veearts, die in een monoloog verslag doet van zijn verliefdheid op een argeloos 14-jarig meisje dat verdacht veel op de schrijfster lijkt.
Ze is een beetje verweesd door het verlies van een broer en de verdwijning van de moeder, heeft een rijke fantasie en obsessie voor piemels - z0 zou ze graag een 'geweitje' willen - en schenkt de man die steeds meer onder haar huid kruipt, al haar vertrouwen.
In alinealoze hoofdstukken met lange zinnen en rijke metaforen lees je ademloos door, mede door de vooruitwijzingen die spanning wekken. Je weet van het begin af aan dat het misgaat, maar niet precies hoe. Om dat te weten te komen moet je tot het bittere einde doorlezen en dan krijg je ook flitsen uit het verleden van de man, die zelf beschadigd blijkt te zijn. Hoewel er meerdere momenten zijn waarop het misbruik ontdekt wordt, ziet de man kans om door te gaan en komt hij pas tot inzicht wanneer hij is vastgezet:
"Ik had moeten zien dat het te veel en te groot was voor zo'n klein lijfje, dat ik je alleen kon helpen met vliegen door je aan te moedigen en door je niet aan te raken."
Rijneveld heeft al vaak verteld dat ze schatplichtig is aan Wolkers en Reve. Dat wordt in deze roman nog duidelijker door de obsessie voor het ontleden van dieren, seksualiteit, het gebruik van beeldspraak en woorden als gunsteling en praaldier. Naar mijn mening overtreft ze beide voorgangers door het gewaagde onderwerp, de gepassioneerde schrijfstijl en boeiende opbouw.. Ongetwijfeld speelt mee dat er een innerlijke noodzaak is geweest om dit verhaal te schrijven.