Advertentie
    Jan Stoel Hebban Recensent

' Winteruren,' de debuutroman van Filip Bastien (1962) is in meerdere opzichten een opvallend boek. Het is een oorlogs- en een liefdesroman tegelijk waarin feit en fictie samensmelten. Het verhaal is een gefictionaliseerde zoektocht en een eerbetoon aan zijn grootvader Richard Van Waeyenberghe (die Bastien nooit gekend heeft), die in de Tweede Wereldoorlog een verzetsdaad gepleegd zou hebben. En het is een dubbel liefdesverhaal. De vormgeving is bijzonder door onder meer authentieke familiefoto’s. Het geeft het verhaal letterlijk een gezicht. In 2018 won Bastien met dit boek de Indie Awards (als eerste Vlaming) voor het meest memorabele hoofdpersonage. Onlangs kwam de nieuwe versie uit, met extra scenes.

De vierenzeventigjarige Richard zit in december 1989 aan het sterfbed van zijn echtgenote Anna-Maria Hollebeke. Hij heeft een ansichtkaart in handen, gestuurd uit Leningrad, door Josephine (Fientje) een jeugdliefde. Hij heeft sinds 1958 (de Wereldexpo in Brussel) geen contact meer met haar gehad. Ze wil hem nog een laatste maal zien. “Fientje. Ik adem haar naam.” In de winteruren die hij aan het bed van Anna-Maria zit overziet hij zijn leven. Fientje en Anna-Maria zijn de twee liefdes die zijn leven beheerst hebben. Richard heeft als tienjarige jongetje voor het eerst Fientje gezien. Hij ontdekt het gevoel van de liefde en het is wederzijds, al is het moeilijk om met elkaar in contact te komen/te blijven. In 1932, als hij op karwei is gestuurd naar een molenaar en een zonnesteek oploopt is daar ineens de verleidelijke Anna-Maria. “Veel aandacht voor het streepje karmijn op haar lippen heb ik niet. (…) Eén blik op haar decolleté en ik vergeet mijn hoofdpijn.” Hoewel hij steeds aangetrokken wordt door Fientje komt Anna-Maria meer en meer bij hem in beeld. Als hij uiteindelijk toch voor Fientje kiest en haar wil opzoeken is ze verdwenen, niemand weet waarheen ze is vertrokken. Het is dan 1943. Uiteindelijk trouwt Richard in 1959 met Anna-Maria. Hoe diep zijn liefde voor Fientje is blijkt wel op het moment dat hij het ja-woord moet geven. Hij zucht dan: “Fientje.” Na de dood van Anna-Maria vliegt Richard naar Leningrad, naar Fientje. Daar worden de laatste stukjes van de puzzel gelegd. Het einde van het verhaal is verrassend en ontroerend mooi.

De gevolgen die gebeurtenissen in de geschiedenis op individuen hebben is een thema in deze roman. Hoe dicht kun je dan bij jezelf blijven? Daarnaast is er de queeste naar wat er eigenlijk gebeurd is tussen Anna-Maria en Josephine en waarom Josephine is verdwenen. Die zoektocht levert een spannend, gelaagd en vaak ook ontroerend verhaal op. Winteruren wordt verteld vanuit het ik-perspectief van Richard. Bastien heeft dat personage in al zijn levensfases volledig uitgediept met al zijn gevoelens van liefde, verdriet, eenzaamheid, chaos, plezier, woede, wanhoop en vriendschap. Ook de twee andere belangrijke personages, Josephine en Anna-Maria zijn levensecht neergezet. Door de tijd constant te laten verspringen, het boek beschrijft de periode tussen 1915 en 2017 krijgen de personages steeds meer diepte. Beetje bij beetje leer je ze beter kennen, krijg je zicht op hun ontwikkeling, hun gevoelens, hun goede en minder goede kanten.

De roman is scenisch qua opbouw. Het verspringen in de tijd biedt de auteur bovendien de mogelijkheid om de historie aan de orde te laten komen. Zo is de vader van Richard in de Eerste Wereldoorlog bij Diksmuide gesneuveld. Dat gebeurde ook met de vader van de echte Richard Van Waeyenberghe. De euforie waarin men naar het front trok, de angst die je er doormaakte, de smerigheid en de klaprozen (een pioniersplant die vaak als eerste op een verwoest land ontkiemt) komen aan de orde. Poëtisch schrijft Bastien: “Klaprozen: hoe meer we vechten, hoe meer er zijn. En ze fluisteren. (…) Als je na de oorlog naar deze velden komt en ik ben er niet meer, kuier dan tussen de klaprozen. Luister naar hun gefluister en denk aan mij.” Zo’n zin geeft de universele gedachte van de waanzin van de oorlog weer, maar doet de lezer ook stilstaan bij het feit dat we van de historie niets leren. Na de Eerste kwam immers de Tweede Wereldoorlog en daarna zijn nog vele oorlogen gevolgd. De relatie tussen Anna-Maria en Josephine kun je parallel daaraan als een persoonlijke oorlog zien.

In de historische laag van de roman komt de Tweede Wereldoorlog prominent aan bod waarin Richard ook een soort van verzetsdaad pleegt en opgepakt wordt en in Breendonk (het enige bewaard gebleven concentratiekamp in België) terechtkomt. Een reeks van de verschrikkingen die daar plaatsvonden komen aan de orde in het boek met wreedaards als kampcommandant Schmitt, Vlaamse beulen als Rijkaard De Both en Fernand Wyss. Ook hier vervlecht Bastien weer fictie in het verhaal door Fritz Krüze als commandant op te voeren waardoor een nieuwe verhaallijn tot ontwikkeling kan komen. Andere historische feiten die door het verhaal meanderen zijn: de Wereldexpo van 1958 in Brussel met het Atomium en het Congolese dorp waar de mensen naar honderden Congolezen konden kijken als een koloniale variant van een dierentuin, de Koude Oorlog, de val van de Berlijnse muur. Ook kleinere gebeurtenissen die de opkomst van noviteiten als softijs, brouwerij Krüger in Eekloo, de eerste Flandriens (wielrenners) geven kleur aan het verhaal.

Bastien schrijft vol gevoel, met aandacht voor het detail, beeldend, bloemrijk: “Het regent ratten uit de goot”; “Hoe kort de afscheidskus ook was, hij deed mijn hart ratelen als een bonte specht.” Hij weet de balans tussen spanning en ‘ontspanning’ goed te vinden. Daardoor wordt het boek niet zwaar. Humor speelt een belangrijke rol. Een van de maten die samen met Richard uit Breendonk ontsnapt weet de ontberingen te relativeren: “Als ik hier levend uitkom, open ik een kermistent. Als levend geraamte, terwijl hij zijn ogen laat draaien en met zijn gebit klappert.” Steeds komen ook spreuken van de moeder van Richard terug, als een soort denkcursiefjes: “Gevoelens moet je verstikken. Anders bijten ze je kapot”, “Verliefdheid is een dessert dat je eet voor het hoofdgerecht.”
Winteruren is een boek dat je bijblijft, je aan het denken zet.

Reacties op: Luister naar het gefluister van de klaprozen en denk aan mij

57
Winteruren - Filip Bastien
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners