Advertentie
    Johan Klein Haneveld Auteur

Disclaimer: Ik ken de auteur niet persoonlijk, maar we volgen elkaar op facebook. Omdat ik geinteresseerd ben in SF en zelf erg van korte verhalen houd, besloot ik deze bundel te bestellen.

De sciencefiction begint in Nederland langzaam weer aan populariteit te winnen. Dat in het Engelse taalgebied een tweede ‘gouden eeuw van de science fiction’ gaande is, draagt daaraan bij - schrijvers als Martha Wells, Becky Chambers en Adrian Tchaikovsky bereiken ook steeds meer Nederlandse lezers. Daarnaast lijken het alsof steeds meer Nederlandse uitgevers in het fantastische genre SF-boeken durven te publiceren. Bovendien zijn er zoals altijd schrijvers die hun verhalen in eigen beheer uitbrengen. Dit alles resulteert in een steeds diverser en daarmee gezonder landschap voor het SF-genre.
Als liefhebber van korte verhalen juich ik het toe dat er ook steeds vaker verhalenbundels (in mijn opinie de drijvende kracht onder het SF-genre) verschijnen van Nederlandse auteurs. Zoals het hier besproken werk van Antoni Dol - nog geen bekende naam in het genre, maar als deze bundel een indicatie is, kan hij dat wel worden. Zijn verhalen zouden niet misstaan in genrepublicaties als Fantastische Vertellingen of Ganymedes. Om zonder naamsbekendheid een bundel uit te brengen via ‘publishing on demand’ is moedig - ik zou het niet durven. Om die bundel dan vervolgens bij mensen onder de aandacht te brengen is helemaal een uitdaging. Ik wil er graag bij helpen door deze recensie te schrijven. Niet alleen omdat het ook mijn eigen werken ten goede komt als meer mensen SF-bundels lezen, maar vooral omdat dit een behoorlijk geslaagde bundel is. Het woord ‘behoorlijk’ suggereert dat ik ook enkele kritische kanttekeningen heb, maar laat ik beginnen met de positieve aspecten - die in dit geval duidelijk de overhand hebben. De verhalen in deze bundel zijn heel afwisselend. Ze gaan over een potje trefbal in de asteroïdengordel, of over een oude dame die een nieuw model zweefwagen aanschaft. De auteur gebruikt in zijn verhalen moderne inzichten in bijvoorbeeld zwemgedrag van drones, kunstmatige intelligentie en mijnbouw in de ruimte in plaats van stoffige ideeën uit de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw. Hij weet ook originele insteken te vinden, vaak door in elk verhaal twee onderwerpen met elkaar te verbinden. Zoals races met snelle zweefwagens en nieuwe procedures om botten te vervangen in het titelverhaal (dat overigens een geweldige slotzin heeft, die een brede glimlach bij me achterliet) en sport en kunstmatige intelligenties in het slotverhaal ‘Ontwijk een asteroïde’. De verhalen zijn zorgvuldig opgebouwd, met wendingen die ik als lezer niet zag aankomen. Soms is er een thrillerachtige structuur, zoals met ‘Unboxing Helena’. De verhalen raakten mij overigens vooral op een intellectueel niveau. Ze deden me nadenken over het thema - wat natuurlijk een doel is van het SF-genre.
De verhalen raakten me echter niet altijd emotioneel. Hier beginnen we enkele kritiekpunten te benaderen. De vertelstijl is wat afstandelijk. Deze benadert de vorm van een alwetende verteller en soms zijn er zoveel perspectieven in een verhaal dat er niet één persoon is waar ik mee kon meeleven. Emoties worden genoemd in plaats van doorvoeld, dat was in elk geval mijn ervaring. De positieve uitzondering hierop was ‘De graveyard orbit’ - wat mij betreft het meest geslaagde verhaal in de bundel, met een kat- en muisspel aan boord van een ruimteschip, dat een verstekeling heeft opgepikt die onzuivere bedoelingen heeft. Hierbij zat ik op het puntje van mijn stoel. Het verhaal was tot het einde spannend. Misschien niet toevallig dat dit het verhaal is dat zowel door een intervisiegroep als door een schrijfgroep is besproken. Als de auteur een vergelijkbare persoonlijke betrokkenheid ook had kunnen toevoegen aan de andere verhalen waren die een niveau hoger getrokken. Vooral in het eerste verhaal werd een strijd tussen dronezwermen zo droog beschreven dat het me helemaal niets deed. Ik vond dat jammer. Het intellectuele genot van een nieuw inzicht in een probleem van nieuwe economische patronen in dit verhaal, en hoe er een conflict kan ontstaan met de oude productieketen werd daardoor natuurlijk niet minder.
De auteur heeft een behoorlijke woordenschat, waardoor het lezen een prettige ervaring is. Maar hij maakt zijn taal zeker niet te bloemrijk. Ik vond een paar foutjes, vooral dat er met een verwijswoord van een verkeerd geslacht naar begrippen verwezen werd. Ook had de auteur iets bloemrijker kunnen zijn als hij schrijft ‘Ik was in een doos.’ Hier had ‘Ik bevond me in een doos’ beter geweest. Dit kwam later nog een keer terug. De schrijfstijl had dus iets vloeiender gekund. Gezien dit het debuut is van deze auteur beschouw ik dit als heel kleine puntjes en ik weet zeker dat hij in zijn schrijven nog flink zal groeien. Kortom, deze bundel is een aanrader voor SF-liefhebbers, vooral degenen degenen die het te doen is om de intellectuele kanten van het genre, en interessante speculatie op de grenzen van de huidige technologie.

Reacties op: Moderne techniek in een goed geschreven bundel

1
Het zwaartekracht-probleem - Antoni Dol
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners