Lezersrecensie
Kleurrijk kletsen
Met 'Lennox en de gouden sikkel' bewezen Zindzi Zevenbergen en Hedy Tjin al dat ze een duo zijn om in de gaten te houden. Voor die titel wonnen ze immers zowel het Zilveren Penseel als de Zilveren Griffel. In hun nieuwste boek over Manie Schaafijs is goed te zien wat hun samenwerking zo succesvol maakt. Het is een combinatie van spelen met een verhaalstructuur en in eenvoud treffend personages neerzetten die een boeiend verhaal vertellen.
Kenmerkend en opvallend is bij een eerste blik de vormgeving van Tjin. Deze omvat veel meer dan alleen kleurrijke illustraties. De knallende kleuren vertellen voor een deel het verhaal. Daarbij is Tjins kenmerkende tekenstijl (alleen stift als materiaal) bedrieglijk eenvoudig. Het lijkt simpel, maar wat weet Tjin mimiek en lichtval goed te gebruiken om diepgang te geven aan het verhaal. Je ziet Manie in allerlei situaties en aan de stand van zijn hoofd of de wijze waarop de ogen zijn getekend, is zo veel meer te lezen dan alleen het verhaal.
Dat verhaal is boeiend. 'De reis van Manie Schaafijs' gaat over Francisco die het arme Madeira ontvlucht om in Zuid-Amerika zijn geluk te beproeven. Hij gaat daarvoor illegaal mee met een schip op weg naar Brazilië. Door een gelukkige omstandigheid komt hij bij aankomst niet terecht in een gevangenis, maar kan hij aan de slag. Zijn werk brengt hem vervolgens naar Suriname en tijdelijk naar Trinidad. Hij groeit op, ver van zijn familie, maar weet voor zichzelf een thuis te creëren. Daarbij wordt hij geholpen door anderen en zijn vindingrijkheid. Zo wordt hij uiteindelijk Manie Schaafijs.
Zevenbergen kiest ervoor om dit verhaal te vertellen in een raamstructuur. Je start met enkele nakomelingen van Francisco die op Koningsdag over hem en zijn leven kletsen. Steeds wordt dit levensverhaal onderbroken of becommentarieerd door een oom of tante van de ik-figuur in dit overkoepelende verhaal. (Die ik-figuur blijkt op de laatste pagina echt te bestaan.) Bovendien wordt het verhaal voorzien van encyclopedische lemma's die meer feitelijke achtergrondinformatie geven over de gebeurtenissen in het verhaal.
Deze aanpak biedt diepgang. Je ziet als lezer nu voor je ogen hoe geschiedenissen ontstaan. De verschillende personages blijken namelijk steeds te discussiëren over de juistheid van het verhaal. De ene oom meent dat het zo is, een tante dacht juist dat het anders was. Hierover wordt in het boek gezegd: "Ik denk dat de waarheid zoals altijd in het midden ligt." Zo laat het boek direct en indirect zien hoe je goed om kunt gaan met informatie.
Tegelijkertijd maakt deze opzet het boek lastig. Je wordt als lezer gedwongen om steeds te schakelen tussen het verhaal over Francisco en de vele geluiden van de vertellers of blokjes informatie. Vanwege de structuur is het lastig om deze helemaal links te laten liggen en pas aan het einde of vooraf te lezen. Dit schakelen maakt dat je je aandacht soms goed bij het levensverhaal moet houden.
Desalniettemin is dit boek net zo kleurrijk en prachtig als het eerste succes van Zevenbergen en Tjin. Het is daarom te hopen dat ze het advies van de oma in dit verhaal ter harte nemen: "Stop nooit met verhalen vertellen, Hedy. En weet je wat? Als je niet zeker weet of je verhaal klopt, dan giet je er gewoon lekker veel siroop overheen."