Lezersrecensie
Waardevol essay rond actuele en urgente materie
In ‘Kinderen van Apate’ gaat Gescinska dieper in op de begrippen waarheid en leugen. In het eerste hoofdstuk behandelt ze het ‘post-truth tijdperk’. De auteur gaat hierbij op zoek naar de oorzaak van de devaluatie van waarheid. Enerzijds staat ze stil bij het postmodernisme van de voorbije decennia waarbij het filosofisch relativisme een opgang kende: waarheid is slechts een kwestie van perspectief. Anderzijds staat ze stil bij de analytische taalfilosofie: waarheid is een leeg concept.
Toch erkent ze dat dit nogal eenzijdige conclusies zijn. De huidige politiek is immers die van het grote eigen gelijk, niet die van ‘ieder zijn gelijk is gelijk’. Bijgevolg zijn er meerdere factoren die een rol spelen, waaronder het feit dat expertise niet langer met de nodige eerbied benaderd wordt.
“Het [= de leugen] is door de geschiedenis heen een zeer sterke groepsvormende en daardoor polariserende factor: een verbindende én verblindende kracht.”
In het tweede hoofdstuk bekijkt de auteur de leugen van nabij. “Eerder dan onwaarheid is onwaarachtigheid een fundamentele eigenschap van de leugen.” Het gaat om de intentie om te misleiden én de overtuiging dat de verstrekte waarheid niet strookt met de werkelijkheid. Wanneer het besef van een leugenachtige bewering ontbreekt, kan er wel sprake zijn van misleiding en manipulatie.
De leugen is niet zozeer het tegendeel van de waarheid maar eerder het tegendeel van waarachtigheid. “Waarheid toets je aan feiten, waarachtigheid aan intenties.”
In hoofdstuk drie gaat Gescinska dieper in op het begrip waarachtigheid. De waarachtigheid tegenover anderen kunnen we oprechtheid noemen, de waarachtigheid tegenover jezelf authenticiteit. Ze benadrukt ook het sociaal belang van oprechtheid. Dit is onontbeerlijk voor elke menselijke interactie.
Bij authenticiteit gaat het om het samenvallen van de gekende waarheid en de geleefde waarheid. “Waarachtigheid leven vergt de wil tot waarheid, de wil tot weten.”
In het vierde hoofdstuk plaatst de auteur het begrip waarachtigheid tegenover de samenleving. Een belangrijk criterium om de kwaliteit van een samenleving of een regime aan af te meten is de mate waarin oprechtheid (tegenover de ander) en authenticiteit (ten opzichte van het zelf) met elkaar harmoniseren dan wel botsen. Hierbij legt Gescinska een verband tussen leugen en verdrukking en tussen waarachtigheid en vrijheid.
Zo staat ze ook stil bij diverse visies rond vrijheid. Negatieve vrijheid draait om de afwezigheid van externe restricties en belemmeringen (vb. manipulatie en dominantie). Positieve vrijheid gaat om de aanwezigheid van concrete vaardigheden om zelf sturing aan je leven te geven (vb. zelfrealisatie). “Een menswaardig leven vergt vrijheid. En vrijheid vergt waarheid en waarachtigheid.”
In een laatste deel zoekt de auteur een uitweg. Zo is het ontoereikend om de leugen met louter feiten en feitenkennis te bestrijden. Het gaat niet alleen om een crisis van woorden maar ook om een crisis van waarden (vb. malafide beweegredenen). Er is nood aan meer waarachtigheid, oprechtheid, authenticiteit en vertrouwen. Om dat te bereiken is er de bereidheid nodig om je geestelijke horizonten te verruimen, om je eigen denkkaders te verbreden.
In een kort essay kan je nooit dezelfde diepgang en omvang verwachten als in een lijvig boek. Gescinska erkent deze moeilijke opdracht omdat waarheid een complex filosofisch thema is waarover al veel geschreven is.
Toch vind ik dit essay waardevol. Ze formuleert haar gedachten heel helder. Bovendien slaagt ze erin om in een beperkte ruimte gestructureerd een aantal kernbegrippen en belangrijke elementen rond waarheid en leugen te duiden waardoor een mooi denkkader met de nodige nuance geschapen wordt. Het vormt een mooie inleiding voor wie zich verder wil verdiepen in deze nog steeds actuele en urgente materie.
Haar aangename schrijfstijl nodigt me uit om nog ander werk van haar te lezen.
Toch erkent ze dat dit nogal eenzijdige conclusies zijn. De huidige politiek is immers die van het grote eigen gelijk, niet die van ‘ieder zijn gelijk is gelijk’. Bijgevolg zijn er meerdere factoren die een rol spelen, waaronder het feit dat expertise niet langer met de nodige eerbied benaderd wordt.
“Het [= de leugen] is door de geschiedenis heen een zeer sterke groepsvormende en daardoor polariserende factor: een verbindende én verblindende kracht.”
In het tweede hoofdstuk bekijkt de auteur de leugen van nabij. “Eerder dan onwaarheid is onwaarachtigheid een fundamentele eigenschap van de leugen.” Het gaat om de intentie om te misleiden én de overtuiging dat de verstrekte waarheid niet strookt met de werkelijkheid. Wanneer het besef van een leugenachtige bewering ontbreekt, kan er wel sprake zijn van misleiding en manipulatie.
De leugen is niet zozeer het tegendeel van de waarheid maar eerder het tegendeel van waarachtigheid. “Waarheid toets je aan feiten, waarachtigheid aan intenties.”
In hoofdstuk drie gaat Gescinska dieper in op het begrip waarachtigheid. De waarachtigheid tegenover anderen kunnen we oprechtheid noemen, de waarachtigheid tegenover jezelf authenticiteit. Ze benadrukt ook het sociaal belang van oprechtheid. Dit is onontbeerlijk voor elke menselijke interactie.
Bij authenticiteit gaat het om het samenvallen van de gekende waarheid en de geleefde waarheid. “Waarachtigheid leven vergt de wil tot waarheid, de wil tot weten.”
In het vierde hoofdstuk plaatst de auteur het begrip waarachtigheid tegenover de samenleving. Een belangrijk criterium om de kwaliteit van een samenleving of een regime aan af te meten is de mate waarin oprechtheid (tegenover de ander) en authenticiteit (ten opzichte van het zelf) met elkaar harmoniseren dan wel botsen. Hierbij legt Gescinska een verband tussen leugen en verdrukking en tussen waarachtigheid en vrijheid.
Zo staat ze ook stil bij diverse visies rond vrijheid. Negatieve vrijheid draait om de afwezigheid van externe restricties en belemmeringen (vb. manipulatie en dominantie). Positieve vrijheid gaat om de aanwezigheid van concrete vaardigheden om zelf sturing aan je leven te geven (vb. zelfrealisatie). “Een menswaardig leven vergt vrijheid. En vrijheid vergt waarheid en waarachtigheid.”
In een laatste deel zoekt de auteur een uitweg. Zo is het ontoereikend om de leugen met louter feiten en feitenkennis te bestrijden. Het gaat niet alleen om een crisis van woorden maar ook om een crisis van waarden (vb. malafide beweegredenen). Er is nood aan meer waarachtigheid, oprechtheid, authenticiteit en vertrouwen. Om dat te bereiken is er de bereidheid nodig om je geestelijke horizonten te verruimen, om je eigen denkkaders te verbreden.
In een kort essay kan je nooit dezelfde diepgang en omvang verwachten als in een lijvig boek. Gescinska erkent deze moeilijke opdracht omdat waarheid een complex filosofisch thema is waarover al veel geschreven is.
Toch vind ik dit essay waardevol. Ze formuleert haar gedachten heel helder. Bovendien slaagt ze erin om in een beperkte ruimte gestructureerd een aantal kernbegrippen en belangrijke elementen rond waarheid en leugen te duiden waardoor een mooi denkkader met de nodige nuance geschapen wordt. Het vormt een mooie inleiding voor wie zich verder wil verdiepen in deze nog steeds actuele en urgente materie.
Haar aangename schrijfstijl nodigt me uit om nog ander werk van haar te lezen.
1
Reageer op deze recensie
