Lezersrecensie
Het louterende gewicht van verzwegen trauma’s
Deze recensie werd eerder gepubliceerd op mijn blog GraagGelezen.
In haar nieuwste roman Wilgenkind duikt Josha Zwaan diep in de complexe dynamiek van een ontwricht gezin. Wat begint als een plichtmatig offer van een dochter aan haar stervende vader, mondt uit in een indringende zoektocht naar de wortels van een pijnlijk verleden. Zwaan, bekend om haar vermogen om zware thema’s met fijngevoeligheid te ontleden, stelt in dit boek de vraag: kun je een ander echt vergeven als je de volledige waarheid niet kent?
De hoofdpersoon, Hannah, bevindt zich in een situatie die voor velen herkenbaar zal zijn, maar die door haar voorgeschiedenis extra zwaar beladen is. Wanneer haar vader ernstig ziek wordt, belandt ze in de rol van mantelzorger. Dit doet ze aanvankelijk met grote weerstand. De band met haar vader is immers ernstig beschadigd; als strenggelovige dominee verstootte hij haar jaren geleden nadat zij koos voor een abortus.
“Jonas knipt het lampje aan dat naast het bed aan de muur hangt, gaat rechtop zitten en trekt haar in zijn armen, zonder een poging te doen het huilen te stoppen. Het voelt alsof ze de honderden emmers uit haar droom moet vullen met tranen. Minutenlang blijven ze stromen. Pas dan komen er woorden.”
De auteur schetst de haat-liefdeverhouding tussen Hannah en haar vader haarscherp. Het conflict tussen het rationele "ik wil niets meer met hem te maken hebben" en het instinctieve "het blijft toch je vader" vormt de emotionele ruggengraat van het eerste deel van het boek.
Het verhaal komt in een stroomversnelling wanneer Hannah’s zus Lea na dertig jaar terugkeert uit Amerika. Lea, die kampt met een drankverslaving en haar eigen demonen, fungeert als de katalysator voor de waarheid. Waar de verwijdering in eerste instantie alleen aan Hannah’s abortus gekoppeld leek te worden, onthult Lea met horten en stoten dat er een veel groter, verzwegen trauma aan de basis ligt van hun dysfunctionele opvoeding.
Zwaan beschrijft op prachtige wijze hoe dit trauma het gezin van binnenuit heeft uitgehold. De moeder was afstandelijk, de vader fysiek en emotioneel afwezig. Door het rondstruinen in het ouderlijk huis en het bekijken van oude fotoalbums, reconstrueert Hannah niet alleen het leven van haar ouders, maar ook haar eigen identiteit.
“Ze deinst terug en staat op, loopt naar de openslaande deuren, opent ze en sluipt bijna eerbiedig naar de hoek van de tuin waar de treurwilg al die jaren zijn geheim bewaard heeft.”
De kracht van Wilgenkind zit in de indringende beschrijvingen van gevoelens. Zwaan hanteert een stijl die de lezer langzaam maar zeker het verhaal in zuigt. De thema’s zijn universeel en worden specifiek uitgewerkt, zoals de kwetsbaarheid van de ouder die afhankelijk wordt van het kind, de destructieve kracht van dogma’s die boven naastenliefde worden geplaatst en hoe het verzwijgen van het verleden de volgende generatie onbewust beschadigt.
Wilgenkind is een aangrijpende en louterende roman. Het is een eerlijk verslag van de strijd die veel kinderen voeren met hun ouders, en de bevrijding die kan ontstaan wanneer de mist van misverstanden eindelijk optrekt.
Achter in het boek beschrijft de auteur hoe ze tijdens het schrijven vaak terugkeek naar dierbare momenten uit haar jeugd, die ze tot dat moment vergeten leek te zijn. Josha Zwaan bewijst met dit boek opnieuw dat ze een meester is in het blootleggen van de menselijke ziel.
In haar nieuwste roman Wilgenkind duikt Josha Zwaan diep in de complexe dynamiek van een ontwricht gezin. Wat begint als een plichtmatig offer van een dochter aan haar stervende vader, mondt uit in een indringende zoektocht naar de wortels van een pijnlijk verleden. Zwaan, bekend om haar vermogen om zware thema’s met fijngevoeligheid te ontleden, stelt in dit boek de vraag: kun je een ander echt vergeven als je de volledige waarheid niet kent?
De hoofdpersoon, Hannah, bevindt zich in een situatie die voor velen herkenbaar zal zijn, maar die door haar voorgeschiedenis extra zwaar beladen is. Wanneer haar vader ernstig ziek wordt, belandt ze in de rol van mantelzorger. Dit doet ze aanvankelijk met grote weerstand. De band met haar vader is immers ernstig beschadigd; als strenggelovige dominee verstootte hij haar jaren geleden nadat zij koos voor een abortus.
“Jonas knipt het lampje aan dat naast het bed aan de muur hangt, gaat rechtop zitten en trekt haar in zijn armen, zonder een poging te doen het huilen te stoppen. Het voelt alsof ze de honderden emmers uit haar droom moet vullen met tranen. Minutenlang blijven ze stromen. Pas dan komen er woorden.”
De auteur schetst de haat-liefdeverhouding tussen Hannah en haar vader haarscherp. Het conflict tussen het rationele "ik wil niets meer met hem te maken hebben" en het instinctieve "het blijft toch je vader" vormt de emotionele ruggengraat van het eerste deel van het boek.
Het verhaal komt in een stroomversnelling wanneer Hannah’s zus Lea na dertig jaar terugkeert uit Amerika. Lea, die kampt met een drankverslaving en haar eigen demonen, fungeert als de katalysator voor de waarheid. Waar de verwijdering in eerste instantie alleen aan Hannah’s abortus gekoppeld leek te worden, onthult Lea met horten en stoten dat er een veel groter, verzwegen trauma aan de basis ligt van hun dysfunctionele opvoeding.
Zwaan beschrijft op prachtige wijze hoe dit trauma het gezin van binnenuit heeft uitgehold. De moeder was afstandelijk, de vader fysiek en emotioneel afwezig. Door het rondstruinen in het ouderlijk huis en het bekijken van oude fotoalbums, reconstrueert Hannah niet alleen het leven van haar ouders, maar ook haar eigen identiteit.
“Ze deinst terug en staat op, loopt naar de openslaande deuren, opent ze en sluipt bijna eerbiedig naar de hoek van de tuin waar de treurwilg al die jaren zijn geheim bewaard heeft.”
De kracht van Wilgenkind zit in de indringende beschrijvingen van gevoelens. Zwaan hanteert een stijl die de lezer langzaam maar zeker het verhaal in zuigt. De thema’s zijn universeel en worden specifiek uitgewerkt, zoals de kwetsbaarheid van de ouder die afhankelijk wordt van het kind, de destructieve kracht van dogma’s die boven naastenliefde worden geplaatst en hoe het verzwijgen van het verleden de volgende generatie onbewust beschadigt.
Wilgenkind is een aangrijpende en louterende roman. Het is een eerlijk verslag van de strijd die veel kinderen voeren met hun ouders, en de bevrijding die kan ontstaan wanneer de mist van misverstanden eindelijk optrekt.
Achter in het boek beschrijft de auteur hoe ze tijdens het schrijven vaak terugkeek naar dierbare momenten uit haar jeugd, die ze tot dat moment vergeten leek te zijn. Josha Zwaan bewijst met dit boek opnieuw dat ze een meester is in het blootleggen van de menselijke ziel.
1
Reageer op deze recensie
