Lezersrecensie

De levenstunnel van John le Carré


Peter B Peter B
20 mrt 2022

"De duiventunnel" is geen spionageroman maar wel John le Carré’s (enige) memoires, die werd gepubliceerd vier jaar voor zijn dood.
Het is een verzameling kortverhalen van anekdotes die zijn lange carrière (bij de Britse inlichtingendienst, en later) als schrijver overspant, waarin hij getuige was van “de gebeurtenissen en de mensen die wij meenden te begrijpen”.

Vooreerst is er de keuze van de titel die hij in het voorwoord kort uitlegt.
De duiventunnel blijkt geen metafoor te zijn voor een of ander begrip uit een dubieus spionnenleven, maar wel letterlijk wat het zegt; een beeld, in zijn kindertijd in zijn geheugen gebeiteld, waaraan hij tot in zijn laatste levensjaren is blijven denken.
De duiventunnel was een gadget voor hoge of rijke piefen in een chic hotel in Monte Carlo. De duiven werden er op het dak van het hotel gekweekt, tot de dag dat de gasten besloten om een uurtje te “kleiduifschieten”, waarop ze door ondergrondse gazontunnels werden gejaagd die uitkwamen op het einde van de schietbaan.
Dit jeugdbeeld heeft zijn spionage- en schrijversleven overleefd, het verklaart naar m’n aanvoelen een beetje het hoge psychologische gehalte van zijn romans.

Over zijn spionnenleven komen we niet zo erg veel te weten (wat John le Carré zelf had aangekondigd), tenzij markante overlopers uit het Oostblok die zijn pad hebben gekruist.
Voor de rest maken we veelal kennis met die personen die later aan de basis lagen van sommige van de personages in zijn romans.

Op de problematische relatie met zijn vader (én moeder) komt hij meermaals uitvoerig terug. Het is een verleden van fraude en bedrog, dat hij soms cynisch omschrijft alsof zijn vader de “spiontest” indertijd grandioos gepasseerd zou hebben.

Interessant zijn z’n ontmoetingen met historische kopstukken (onderhoudend is zijn onmoeting met Yasser Arafat in Beiroet, en vooral hoe hij tot daar is geraakt, en waarmee hij oudejaarsavond irgendwo in Libanon al dansend doorbrengt) en politieke markante figuren (o.a. het grappige verhaal van de jonge Duitse naoorlogse diplomaten en politici die door John l.C. een “rondleiding” krijgen tot in de late uurtjes in de “minder bekende” oorden in Londen).

Van zijn relaties met regisseurs en filmsterren krijgen we ook een paar bloemlezingen (Richard Burton, toen samen met Elizabeth Taylor, in 1965 gecast voor de hoofdrol van Alec Leamas in de verfilming van “The Spy Who Came In from the Cold”, kan niet zonder John le Carré en “heeft hem nodig” tijdens de opnames).

Alsook zijn relaties met de media (het grandioze hoofdstuk over de uitnodiging van Bernard Pivot aan zijn adres voor het Franse literaire praatprogramma “Apostrophes”, die hij in 1987 op Capri had ontmoet; John l.C. geeft hem les in formaliteit door hem daar een das cadeau te doen; twee jaar later in de uitzending van “Apostrophes” komt diezelfde das naar hem terug).
(Deze uitzending valt zelfs integraal te bekijken op Youtube https://www.youtube.com/watch?v=VzwFoMfKcds “1989 : John Le Carré, invité de Bernard Pivot dans "Apostrophes" | Archive INA”, Antenne 2, 24/11/1989, en daarin wordt ook uitgelegd hoe David Cornwell aan zijn pseudoniem John le Carré is gekomen …)

Deze compilatie is best de moeite waard om te lezen, op voorwaarde dat je toch enigszins John-le-Carré-fan bent …

Reacties

Meer recensies van Peter B

Boeken van dezelfde auteur