Lezersrecensie
John le Carré in Nairobi
Dit is de tiende roman die ik inmiddels van John le Carré heb gelezen.
De vorige negen situeerden zich allemaal in de spionnenwereld, al of niet met de oud-gediende George Smiley, medewerker van de Britse geheime dienst.
“De toegewijde tuinier” staat een beetje los van de standaard-JlC’s, maar is wel meteen de bekendste van hem in dit aparte genre.
De titel slaat op de hobby van het hoofdpersonage Justin Quayle, een Brits diplomaat op de ambassade in Nairobi, Kenia, die wat rond hem gebeurt een beetje over zich heen laat gaan, vooral wat betreft de activiteiten van zijn veel jongere vrouw Tessa
(“… Daarom was het dubbel onfortuinlijk dat Justin, die elke vorm van idealisme met diepgewortelde scepsis bezag, zich had ingelaten met een jonge vrouw die weliswaar in veel opzichten verrukkelijk ongeremd was, maar nog geen straat kon oversteken zonder een moreel oordeel te vellen …”).
Tessa is begeesterd door de bedenkelijke activiteiten en samenwerking van een farmaceutisch bedrijf met een importbedrijf op het Afrikaanse continent, en is zelf getuige geweest van geheimzinnige behandelingen en visites vanwege bedrijfsdokters in lokale ziekenhuizen. Samen met de zwarte Belgische (!) NGO-medewerker Arnold Bluhm, met wie ze een nauwe band heeft (in het kader van haar idealistische kruistocht wel te verstaan), brengt Tessa een ontluisterend werkbezoek aan een kamp ergens in het noorden van Kenia.
Op die reis wordt Tessa vermoord, en verdwijnt Arnold van de radar.
Terwijl de Britse diplomatie er alles aan doet om een schandaal te vermijden naar de pers toe, en andere krachten de bewering de wereld insturen als zou Arnold achter de moord zitten, wordt langzaamaan een en ander duidelijk voor Justin dat de dood van zijn vrouw niet zozeer iets met passie heeft te maken maar wel met de misdadige belangen van het bedrijf waar Tessa jacht op maakte. Intussen proberen zijn collega’s hem van de officiële versie van het moordverhaal te overtuigen
(“ … toen ze toch bezig was. Verkondig het in Brussel. Verkondig het in de VN. Verkondig het op tv. Zo’n meisje dat zich geroepen voelt de wereld te redden doet maar wat er in haar hoofd opkomt en trekt zich geen donder aan van wat ervan komt.”).
In de marge van Justin’s queeste duikt er dan toch iemand van de Britse geheime dienst op, dus de spionnen zijn nooit veraf bij JlC.
Halverwege het boek staat er nog een merkwaardig citaat uit een medisch werk “Clinical Trials” (“Studenten en zelfs vele clinici neigen ertoe de medische literatuur te behandelen met meer respect dan zij verdient. Vooraanstaande publicaties zoals de Lancet (!) en het New England Journal of Medicine worden geacht nieuwe medische feiten te presenteren die niet omstreden zijn.”). JlC heeft zijn boek geschreven in 2001. Twintig jaar later komt de echte The Lancet in een mediastorm terecht na enkele gevallen van omstreden taalgebruik zoals bv. “lichamen met een vagina”. Was JlC een beetje visionair ?
In een dankwoord na het einde legt de auteur uit welke personen, organisaties en bedrijven fictie zijn, en wat er van de praktijken van de farmaceutische industrie in werkelijkheid aan is, maar in plaats van dat hier te beschrijven kan je beter het boek zelf lezen.
Geen klassiek spionnenverhaal, maar met de zelfde overtuiging, spanning en briljante dialogen geschreven als in zijn George-Smiley-thrillers, het blijft genieten om een John le Carré op een vakantiebestemming te lezen.
Werd in 2005 door Fernando Meirelles succesvol verfilmd, met Ralph Fiennes als Justin Quayle, Rachel Weisz als Tessa Abbott-Quayle, en Danny Huston als Sandy Woodrow. Rachel Weisz kreeg het jaar daarop een Oscar (haar eerste), een Golden Globe, een BAFTA, en een Screen Actors Guild Award, voor haar rol in de film (Ralph kreeg “enkel” een BAFTA in 2005).