Lezersrecensie
De voorlaatste spion
"Spion buiten dienst" is het voorlaatste boek van John le Carré, met de klassieke ingrediënten die je telkens terugvindt in het laatste werk van deze auteur :
Een oud-gediende van "De (Britse Geheime) Dienst", Nathaniel "Nat", keert terug naar het vaderland. Nat komt terecht in een schijnbaar onbeduidende, afgedankte positie van het Bureau (de zogenaamde "Haven"), maar dan dienen zich een aantal complicaties aan die hem, zijn vrouw Prudence "Prue", en enkele collega's, in een onverkwikkelijke zaak zullen storten.
Tegelijkertijd is Nat ere-secretaris van de Athleticus Club in Battersea, een badmintonclub, waar Nat uitblinkt als de plaatselijke kampioen van deze "edele spionnensport". Verderop in het verhaal blijkt dat badmintonbanen al sinds de Koude Oorlog veelvuldig als communicatiemiddel tussen spionnen werden gebruikt (?).
Nat die dacht dat hij in Battersea een rustig leventje zou leiden wordt op zekere dag op een nogal vreemde wijze door een klungelige jongeman, Edward "Ed", in de club benaderd. Ed, die beweert Nat al een tijdje op te volgen, wil hem uitdagen voor het badminton kampioenschap. Nat laat zich overrompelen door de opdringerigheid van de jongeman, en geraakt langzaam aan bevriend met hem.
Ed blijkt ook een heethoofd te zijn. Elke afterdrink in de bar van de club draait uit op een drammerige monoloog van Ed, over Groot-Brittannië dat naar de knoppen gaat als gevolg van de Brexit, over de wereld die naar de knoppen gaat als gevolg van de dolle fratsen van ene misdadige Donald Trump, en over zijn klachten over zijn rotbazen bij het mediabureau waar hij werkt.
Wat zich hierna afspeelt behoort tot de intriges en de plot van het verhaal, niets minder dan een spoiler die aldus hier niet verder besproken dient te worden.
Maar wat mij ook nog intrigeert zijn de recensies en de interpretaties van andere lezers over dit boek.
Sommigen menen dat John le Carré via de woorden van Ed zijn eigen mening wou ventileren over de Brexit, de Britse buitenlandse politiek, en de toenmalige Amerikaanse president.
Het is maar hoe je het zelf bekijkt.
John l.C. laat zijn Nat-personage alles wat Ed uitkraamt "beamen", mij lijkt het alsof deze de opgeklopte atmosfeer aan de bar wil "bekoelen" (p.251: "Trump als mens stelt in (Ed) Shannons ogen niets voor. Een volksmenner. Maar als symptoom van wat er in 's werelds kreupelhout zit te wachten om te worden wakker geschud, is hij de duivel in eigen persoon. Een simplistische visie".) Maakt John le Carré nu een parodie van de anti-brexisten en het anti-Trumpisme ? Volgens Nat zijn die in paniek dat de UK bij Trump zou moeten bedelen nu ze de Europese markt "kwijt zijn".
Een andere lezer merkt op : "Waren zijn eerdere Koude Oorlog thrillers bloedserieus ... in deze thriller deden mij bepaalde situaties en personages (persiflages) hard lachen".
Wat in die recensies daarentegen niet over gesproken wordt is bv. (p.85) : "Ed was ernstig besmet met het Duitse virus ... Duitse burgers waren simpelweg de beste Europeanen ooit", en verder (p.86) : "... Duitslands boetedoening voor haar zonden in het verleden ... welk ander land had ooit iets dergelijks gedaan ? ... Had Turkije zijn excuses aangeboden voor de afslachting van de Armenen en de Koerden ...?".
Stemt even tot nadenken; het gratuit wat woorden in de mond van wijlen John le Carré gaan leggen is erg kort door de bocht, en typisch voor deze tijd.
Voor sommigen is de afwezigheid van actie een kenmerk van een "magere verhaallijn", voor mij is het pure psychologische karakter van zijn spionageromans zijn sterkte, een gecertificeerd handelsmerk van John le Carré.