Lezersrecensie

John le Carré versus Allen Dulles


Peter B Peter B
17 mrt 2023

“Spion verspeeld” (in het verleden ook al ’s verschenen onder een andere maar even slecht vertaalde titel “Speelgoed voor spionnen”, uit het originele Engelse “The Looking-Glass War”) is het 4de boek van John le Carré (en het 4de in de George Smiley-reeks, of het 5de van al zijn boeken indien men de omnibus “The Incongruous Spy” die zijn 2 eerste boeken omvat zou meetellen).

Het verhaal speelt zich af kort na de tweede wereldoorlog. Uit de korte inhoud :
“Een geheim agent in Hamburg krijgt een tip over Russische troepenbewegingen bij een nieuwe raketbasis in de buurt van Lübeck en rapporteert dit aan zijn baas Leclerc in Londen. Leclerc’s organisatie, een overblijfsel uit de Tweede Wereldoorlog, bestaat uit een stelletje bureaucraten. Nu krijgen ze de kans weer operationeel te worden.

Besloten wordt om Fred Leiser, een tot Engelsman genaturaliseerde Pool, over de Oost-Duitse grens te zetten. Het thuisfront geniet van het werk, maar in wezen spelen ze alleen een spel. Een levensgevaarlijk spel, met methoden uit een vorige oorlog en met als inzet een paar spionnen.”

“Spion verspeeld” (1965) kwam 2 jaar na zijn 3de boek waarmee hij zijn internationale doorbraak maakte “Spion aan de muur” (1963) (nog zo’n foute titel, uit het originele Engelse “The Spy Who Came in from the Cold”).
Opnieuw is dit boek een pur sang “goeien-ouwen-tijd”-spionnenverhaal, geschreven in een periode dat de koude oorlog op zijn koudst was. Een citaat ter illustratie (Luitingh-Sijthoff, Poema Pocket editie 1994, p.175) : “… (Haldane) ging … over op de documenten en foto’s en bladerde in de deprimerende verzameling van verslagen over de schurken, dubbelagenten en idioten die in alle denkbare uithoeken van de wereld en onder elk denkbaar voorwendsel … getracht hadden het Westen om de tuin te leiden. De techniek was tot vervelens toe dezelfde : altijd die kern van de waarheid, zorgvuldig gekoesterd en opgebouwd uit krantenverslagen en kroegpraatjes”.

John le Carré, die in het echte leven effectief voor MI5 en MI6 heeft gewerkt, gestationeerd tussen 1959 en 1964 in Bonn en in Hamburg (jawel !), had dus net de Britse geheime dienst verlaten als hij “Spion verspeeld” schreef.
Het grootste deel van zijn schrijversloopbaan was de echte Carré (David John Moore Cornwell) gekluisterd aan een soort “omertà”, die varieerde van een in interviews besliste ontkenning van zijn spionnen-verleden wanneer hij er naar gevraagd werd, tot schoorvoetende toegevingen dat hij ooit in British Intelligence had gezeten maar er toch niets over zou zeggen. In een in 2015 verschenen biografie van de hand van Adam Sisman worden voor het eerst details beschreven over zijn tot dan toe zorgvuldig toegedekt verleden.

In zijn memoires “De Duiventunnel” (2016) geeft John le Carré zelf inzage in zijn activiteiten eertijds als spion en later als schrijver. Onthullend daarbij is hoe hij daarin vertelt hoe zijn doorbraakboek “Spion aan de muur” door de buitenwereld werd onthaald, maar ook door gewezen collega’s van de Britse geheime dienst werd ervaren :
“… ‘Ik weet wat jij bent’, roept Denis Healey, een voormalige Britse minister van Defensie uit de hoek van Labour op een besloten feestje waar wij allebei voor zijn uitgenodigd, terwijl hij met zijn hand uitgestrekt vanuit de deuropening op me af struint. ‘Jij bent een communistische spion, dat ben je, geef het maar toe.’
Dus geef ik het toe, zoals brave borsten in zulke gevallen alles toegeven. En iedereen lacht, mijn enigszins geschrokken gastheer incluis. En ik lach ook, want ik ben een brave borst en ik kan net zo goed tegen een grapje als ieder ander …”.
“… ‘Cornwell, vuile klootzak,’ roept een agent van MI6 van middelbare leeftijd en ooit een collega van me van de andere kant van de kamer naar me als een zootje hoge pieten in Washington bij elkaar zijn gekomen voor een diplomatieke receptie, georganiseerd door de Britse ambassadeur. ‘Jij vuile klootzak’. Hij had niet verwacht me daar tegen het lijf te lopen, maar nu dat toch is gebeurd, is hij blij dat hij de gelegenheid heeft om mij te vertellen wat hij vindt van mijn bezoedeling van de goede naam van de Dienst – onze Dienst, verdomme ! – en van het belachelijk maken van mannen en vrouwen die van hun land houden en zich niet kunnen verdedigen. Hij staat voor me in de gekromde houding van iemand die op het punt staat eens even helemaal los te gaan, en als diplomatieke handen hem niet zachtjes een stukje naar achteren hadden getrokken, hadden de kranten de volgende ochtend hun geluk niet op gekund.
Langzamerhand wordt de borrelpraat hervat. Maar pas nadat ik erachter ben gekomen dat het boek dat hem zo tegen de borst heeft gestuit niet The Spy Who Came in from the Cold is, maar zijn opvolger The Looking-Glass War (Spion verspeeld), met het sombere verhaal van een Brits-Poolse spion die op een missie naar Oost-Duitsland wordt gestuurd en daar aan zijn lot wordt overgelaten. Helaas had Oost-Duitsland in de dagen dat we samenwerken deel uitgemaakt van de parochie van mijn aanklager. Ik overweeg nog even hem te vertellen dat Allen Dulles, kort daarvoor als directeur van de CIA met pensioen gegaan, heeft opgemerkt dat het boek de realiteit een stuk dichter benaderde dan zijn voorganger, maar ik vrees dat dat zijn woede alleen maar zal aanwakkeren. …”

En hiermee wordt nog ’s bevestigd dat de realiteit de fictie soms overtreft.

Reacties

Meer recensies van Peter B

Boeken van dezelfde auteur