Lezersrecensie
Vlees noch vis
Deze roman die in 1984 genomineerd was voor de Booker Prize is bijzonder. Bijzonder in die zin, dat het geen gewone roman is. Het is misschien beter te kenschetsen als een serie essays, waarover een sausje van een verhaallijn is gegoten, om het daarmee te kunnen omdopen tot een roman. Is dat als verkooptechniek gebruikt? Essays verkopen immers minder goed dan romans.
Hiermee is gelijk het grootste euvel van dit boek genoemd. Je weet niet wat het is. Als roman komt het niet goed uit de verf. Het is geen biografie. Een bundeling van een aantal essays over Flaubert komt het dichtst in de buurt. De lezer die een 'normale' roman verwacht, voelt zich gefopt.
Waarschijnlijk wilde Barnes geen echte biografie schrijven. Dat genre stelt zijn eigen eisen en dat kan te ver voeren. Maar als je dan toch wilt getuigen van je liefde voor een persoon, in dit geval een schrijver, dan is deze deels gefictionaliseerde vorm wel aardig bedacht.
Los van de vorm: er is veel te lezen over de beroemde Franse schrijver, waarvan ook een zoektocht naar de papegaai van Flaubert deel uitmaakt. Maar Barnes raakt zo veel andere onderwerpen rondom Flaubert aan, in de vorm van romanpersonage Geoffrey Brathwaite, een Engelse arts, weduwnaar en hevig geïnteresseerd in Flaubert. Vanuit die interesse onderzoekt hij het leven van Flaubert, voor een deel in Normandië zelf. Hij toont aanvankelijk wel enige terughoudendheid:
“Waarom gaan we door het geschrevene op jacht naar de schrijver? Waarom kunnen we hem niet met rust laten? Waarom zijn de boeken niet voldoende? Flaubert wilde dat ze dat zouden zijn; er zijn weinig schrijvers die meer geloofden in de objectiviteit van de tekst en in de onbetekenendheid van de persoon van de schrijver; en toch blijven we hem achtervolgen”.
Braithwaite doet uiteindelijk toch niet anders; ook hij gaat op jacht naar de schrijver Flaubert. En zo komen we best veel te weten.
Barnes brengt hier en daar de nodige humor in het boek, en dat is een grote verdienste. Als voorbeeld een stukje dat gaat over de kleur van de ogen van Emma Bovary (er wordt Flaubert verweten dat in de beschrijving daarvan niet consequent zou zijn):
“…de gekozen kleur heeft altijd zulke banale implicaties. Haar ogen zijn blauw: onschuld en eerlijkheid. Haar ogen zijn zwart: hartstocht en diepte. Haar ogen zijn groen: grilligheid en jaloezie. Haar ogen zijn bruin: betrouwbaarheid en degelijkheid. Haar ogen zijn violet: het is een roman van Raymond Chandler”.
Maar er zitten ook vreemde elementen in het boek, waarmee je als lezer niet zo veel kunt. In het voorlaatste hoofdstuk krijgen we examenvragen over Flaubert voorgeschoteld. Zowel vanuit het perspectief van een biografie als vanuit de zoektocht van Braithwaite is zoiets niet te plaatsen.
Daarmee blijft het uiteindelijk een tegenvallend boek, ondanks alle wetenswaardigheden over Flaubert en de portie humor.