Lezersrecensie

Uit het leven gegrepen observaties


Peter de Wolff Peter de Wolff
12 mrt 2016

“Ik ben een hotelburger, een hotelpatriot”

Joseph Roth was een hotelmens. Jarenlang trok jij van hotel naar hotel en kende eigenlijk geen eigen huis. Het hotelleven was zijn leven. In deze uitgave, samengesteld door Roth-deskundige Els Snick, beschrijft Roth dat hotelleven in meerdere korte stukken, grotendeels geschreven voor de kranten waaraan hij als journalist verbonden was.

In de stukken toont Roth zich een begenadigd observator, die in mooie woorden beschrijft wat hij ziet. Hij heeft een zwak voor de eenvoudige man: “Ik echter voel me persoonlijk op een sentimentele (en recent weer nogal ouderwets geworden) manier meer aangetrokken tot de kleine man die de bevelen ontvangt en altijd maar moet gehoorzamen, gehoorzamen, gehoorzamen, en ik slaag er zelden in objectief te schrijven over de grote heren, over hen die bevelen, bevelen, bevelen”.

Gaandeweg - de stukken zijn chronologisch in de bundel opgenomen - wordt ook duidelijk dat de persoonlijke situatie van Roth slechter en uitzichtlozer wordt. In een van de laatste stukken beschrijft Roth de sloop van een hotel waar de ik-persoon vaak heeft verbleven. Dat was gebaseerd op Roths eigen ervaring: in november 1937 is hij in Parijs om zijn geliefde Hotel Foyot gesloopt te zien worden. Het laatste stuk van Roth in deze bundel is tegelijk triest en hoopvol. Roth zou enkele maanden later overlijden.

Reacties

Meer recensies van Peter de Wolff

Boeken van dezelfde auteur