Lezersrecensie

Recensie: Tis een beetje een dooie boel in 'De dieren van Lockwood Manor'


Saskia Jacobs-Labree Saskia Jacobs-Labree
19 mrt 2020

De cover

De mooie en sfeervolle cover doet vroegere tijden herleven. De bloemen en vogeltjes op de cover vind je soms terug op het handgeschilderde behang in kastelen. Daarnaast toont de voorkant twee zwarte poema’s en een landhuis dat ongetwijfeld Lockwood Manor moet voorstellen. Het schept een exotische sfeer.
De achterkant vertelt ons over het vervallen landhuis, over mysterieuze verdwijningen en over het gevoel om achtervolgd te worden.

‘Ze is zelf een spookhuis’

Een korte blik op het Angela Carter’s citaat dat aan het verhaal vooraf gaat, schept verwachtingen over een gotisch, magisch realistisch en enigszins excentriek verhaal. Hopelijk met griezelige en macabere elementen. Tenslotte staat Carter bekend om haar magisch realisme. Het gebruikte citaat komt uit Lady of The House of Love, een vampierachtig verhaal dat gebaseerd is op Doornroosje, vampierverhalen en Jaap en de Bonestaak.

De recensie

De Dieren van Lockwood Manor is het romandebuut van de in Edinburgh residerende schrijfster Jane Healey. In tegenstelling tot de schitterende en levendige cover komen de personages uit het boek aanmerkelijk minder tot leven. Alleen de opgezette dieren afkomstig uit het natuurhistorisch museum zijn doder hoewel zij zeer gedetailleerd en sprankelend worden omschreven. Ook de verwachte magisch realistische elementen blijven helaas uit en van de spanning die men verwacht bij een oud huis vol geheimen is weinig te bespeuren. Het is dan ook de vraag wat de schrijfster met dit boek wil. Is het horror, romantiek, literatuur of een psychologische roman? De conclusie is onvermijdelijk: het is vleesch noch visch. Wat is het dan wel? Tis een beetje een dooie boel.

De 30-jarige Hetty Cartwright krijgt de supervisie over de collectie van het natuurhistorisch museum in London wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Alle mannelijke werknemers en de directeur zijn gemobiliseerd waardoor Hetty promoveert van assistent conservator tot waarnemend directeur. Vanwege het gevaar van bombardementen op London verhuist zij samen met de collectie naar Lockwood Manor op het platteland. Daar zwaait Majoor Lockhart de scepter over het vervallen Lockwood Manor. Zijn vrouw en moeder zijn pas geleden overleden en zijn dochter Lucy heeft gevoelige zenuwen. Hetty sluit vriendschap met Lucy, probeert de collectie te beschermen tegen muizen en ratten en stuit onderwijl op de geheimen van Lockwood Manor. De plotselinge verdwijningen van stukken uit de collectie brengen haar tot wanhoop en zij stelt alles in het werk om deze terug te halen.

Het taalgebruik kenmerkt zich door lange zinnen en door het gebruik van woorden die tegenwoordig niet erg gangbaar zijn zoals ‘reverence’ in plaats van’ kniebuiging’, ‘tournure’ en het inmiddels ouderwets aandoende ‘tuttebel.’ De ouderwetse woorden dragen bij aan de inkleuring van de tijdsgeest en het schetsen van het leven van de bevoorrechte klasse. Dit geldt ook voor de zeer lange zinnen die destijds gebruikelijker waren dan nu.
Helaas is die lengte ook storend want ze dwingt de secure lezer herhaaldelijk tot herlezing. Wanneer die besluit het tempo op te voeren, wordt het geheel beter leesbaar. Het nadeel daarvan is dat mooie zinsdelen ondergesneeuwd raken.

Het verhaal ontwikkelt zich traag en dat komt niet alleen door de lange zinnen. Er gebeurt weinig spannends, er zijn veel uitweidingen die neigen daar een droge opsomming. Zeker de delen die verteld zijn vanuit het vertelperspectief van Hetty lijden hieraan waardoor dat het personage afstandelijk overkomt en moeilijk inleefbaar is. Dat geldt ook voor de vriendschap tussen Hetty en Lucy, een relatie die emotioneel heel wat ups-en downs kent.

Ook de getormenteerde Lucy komt niet goed uit de verf. Voor een personage dat geplaagd wordt door geesten uit het verleden, blijkt zij opmerkelijk helder, verstandig en evenwichtig over te komen. Haar geestelijke nood overtuigt niet.
Hetzelfde geldt voor de geheimen die het huis herbergt en de verdwijningen van de opgezette dieren. Het wordt geen enkel moment echt spannend en zelfs de aanwezigheid van geesten doet het hart niet sneller kloppen. De hier te verwachten intensiteit van een sinistere en lugubere sfeer is ver te zoeken.

Pas ver over de helft van het verhaal wordt het verhaal interessanter. De geheimen krijgen langzaam wat meer inhoud en de vaart neemt toe. Ze worden opgelost maar voelen als een anticlimax want het magische element is ver te zoeken en de waarheid is niet erg spectaculair. Het slot is echter heel onverwacht: het slaat in als een bom.

Het verhaal blijkt uiteindelijk geen horror, geen thriller of feelgood te zijn. Maar wat is het dan? Verwijzingen naar Jane Eyre zijn veelvuldig terug te vinden: een verschrikkelijke brand, een dominante man en de aanwezigheid van waanzin in het huis. Voor een literaire thriller heeft het toch te weinig (psychologische) diepgang en het is bovendien niet sprankelend genoeg.
De dieren van Lockwood Manor bereikt nooit de diepte en levendigheid die nodig is om je aan het boek gekluisterd te houden. Het is een kloon van Jane Eyre, maar dan de opgezette versie. Gelukkig maakt het schokkende en onthullende slot nog wat goed.

Reacties

Meer recensies van Saskia Jacobs-Labree

Boeken van dezelfde auteur