Lezersrecensie

Fake geschiedschrijving door een authentieke charlatan


Stef Smulders Italië blogger Stef Smulders Italië blogger
5 mrt 2019

Het is zo treurig dat in het tijdperk waarin iedereen (in de vrije wereld althans) uitstekend geëquipeerd is om de juistheid of onbetwistbaarheid van elke stelling, elke bewering zelf na te gaan, vrijwel niemand de moeite neemt om het te doen. Het kritisch vermogen ontbreekt kennelijk volkomen. Een paar muiskliks en je duikt in gedigitaliseerde archieven, bekijkt ebook versies van alle mogelijke studies, leest recensies van alle internationale dagbladen etc etc. Zelfs degenen die ervoor betaald worden, journalisten, recensenten, laten het meestal en merendeels afweten. De echt kritische lezer is een witte raaf.

Zo kan het gebeuren dat er in een boek alom internationaal geprezen wordt en zelfs de belangrijkste literaire prijs van Frankrijk wint, aantoonbare onzin wordt verteld. En dat de auteur in een zegetocht langs alle belangrijke gedrukte media gaat en in interviews poseert als iemand die nieuwe feiten uit de meest stoffige archieven heeft opgedoken. Het gaat hier om het boek ’De orde van de dag’ van de Franse auteur Eric Vuillard, in 2018 in Nederlandse vertaling verschenen. Het is een boek over de gebeurtenissen rond de Anschluss, de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938.

De eerste twee zinnen van het boek hadden mij al moeten waarschuwen, maar ik dacht ’Laat ik deze ene keer nu eens niet elke mug die ik tegenkom gaan ziften’. Had ik het maar wel gedaan. ’De zon is een koude ster. Haar hart, ijsnaalden.’ De zon koud? Nou ja, dat is misschien de beleving van de waarnemer. Maar ijsnaalden in de heetste plaats van ons zonnestelsel? Kleinigheden lijken het. Maar in de rest van het boek neemt de auteur nog meer, veel kwalijker, loopjes met de waarheid.

Mijn alarmbellen gingen opnieuw af toen de auteur na het eerste, toegegeven erg beeldend geschreven hoofdstuk, een zeer polemische, moralistische toon begon aan te slaan alsof hij een persoonlijke vete met enkele van de personages (allemaal allang veroordeeld en dood en begraven) had uit te vechten. Een zeer subjectieve houding die een afgewogen beschrijving van de gebeurtenissen per definitie onmogelijk maakt. Dit kan niet goed zijn, dacht ik meteen. En het was ook niet goed. De auteur vliegt in dit boek door zijn politiek-moralistische vooringenomenheid herhaaldelijk volkomen uit de bocht.

Het boek is uitgebracht als een ’recit’. Geen roman en ook geen historische studie maar ’iets’ ertussen in. Een nieuw genre dat in Frankrijk erg populair schijnt te zijn. Maar meteen ook een heel problematisch genre want hoe weet je als lezer nu of wat je leest feit of fictie is? Van de auteur komen we desgevraagd niet veel te weten. In interviews zegt hij nu eens dit dan weer dat en ontkomt zo telkens aan de schaarse kritische vragen die hem daarover gesteld worden. Hij zou maandenlang onderzoek hebben gedaan in de meeste stoffige archieven om vergeten maar veelzeggende details aan het licht te brengen, maar bronnen noemt hij niet. Hij zou maar weinig aan fictie hebben toegevoegd. Maar het boek bevat geen enkele verantwoording. Hij staaft zijn beweringen niet en dus moet de lezer zelf op onderzoek uit. Zo gezegd, zo gedaan.

De belangrijkste gebeurtenissen die Vuillard tot leven wekt, zijn:

• de ontmoeting tussen Hitler en de industriëlen in 1933
• de lunch tussen Chamberlain en co. en de Duitse ambassadeur Ribbentrop tijdens de Anschluss in 1938
• het verloop van de inval in Oostenrijk zelf.

De eerste gebeurtenis lijkt geheel overeenkomstig de overgeleverde documenten (dagboeken) beschreven te zijn. Maar de auteur kan het niet laten om in zijn (herhaaldelijk geuite) vooringenomenheid tegen de Britse upperclass (zonder bron) te vermelden dat Ribbentrop tijdens zijn verblijf in het Verenigd Koninkrijk een huis huurde van uitgerekend Chamberlain. Volgens Vuillard is dit een door de geschiedschrijvers (bewust!) genegeerd detail dat hij nu eindelijk aan het licht brengt. De auteur insinueert vervolgens dat Chamberlains slappe houding ten opzichte van de nazi’s voortkwam uit een sympathie voor of zelfs vriendschap met Ribbentrop. Vijf minuten zoekwerk en een paar muisklikken leidden mij tot de website van de Conservatieve Partij van Engeland, waar hun officiële geschiedschrijver Lord Lexden in een notitie van 2015 melding maakt van het feit dat Ribbentrop inderdaad een huis van Chamberlain huurde (zie https://www.alistairlexden.org.uk/news/alistair-lexden-reveals-dark-secret-famous-london-square). Dat klopt dus. Maar, zegt Lord Lexden erbij, dat werd Chamberlain hoogstwaarschijnlijk ingegeven door de ernstige geldnood waarin hij destijds verkeerde. Dat hij totaal geen sympathie voor Ribbentrop had, blijkt uit talrijke bronnen van getuigen waarin hij zich over de ambassadeur heeft uitgelaten. Niks geheim, opzettelijk onder het tapijt geveegd detail dus. Dat Ribbentrop zich bij de Britse bestuurdersklasse compleet onmogelijk had gemaakt, door zijn onwetendheid, blunders en onvoorstelbaar ondiplomatieke gedrag, is overal na te lezen. Waarom probeert Vuillard de lezer dan te misleiden? Het kan niet anders dan vooringenomenheid zijn: hij wil de Britse politici (die met zekerheid grote fouten hebben begaan), vertegenwoordigers van de upper class, zo zwart mogelijk afschilderen. Vuillards versie van het verhaal is onjuist en ingegeven door politiek-moralistische motieven.

In de beschrijving van de lunch tussen Ribbentrop en Chamberlain en co. doet Vuillard er nog een schepje bovenop. In een interview zegt de auteur dat het hem na herhaaldelijk herlezen van de memoires van Churchill was opgevallen dat die lunch merkwaardig lang geduurd had. Zo was hij op het idee gekomen dat dat misschien wel door Ribbentrop veroorzaakt was. Als die nu eens wist wat er in het telegram stond dat tijdens de lunch aan Chamberlain overhandigd werd, namelijk dat de Duitsers Oostenrijk hadden geannexeerd? En als de Britten nu eens niet wisten dat Ribbentrop dat wist? Dan had de laatste de lunch misschien wel expres hebben gerekt om Chamberlain de mogelijkheid te ontnemen om direct overleg te plegen met zijn kabinet om althans iets te kunnen doen tegen de Duitse oorlogsdaad. Dat zou een hilarische scene opleveren, iets waar een fictieschrijver zijn vingers bij aflikt. Maar hoe zou Ribbentrop het hebben aangepakt? Vuillard verzint dat de ambassadeur ellenlang zou hebben uitgeweid over een Amerikaanse tennisspeler van die tijd en daarmee Chamberlain tot wanhoop had gedreven. Na vertrek zouden Ribbentrop en zijn vrouw in de dienstauto hartelijk hebben nagegniffeld om hun grap.

Jammer dat er niets van klopt. Vuillard geeft in een interview toe dat hij het verhaal over de tennisspeler heeft verzonnen maar zegt niets over zijn versie van de verdere gang van zaken. In Ian Kershaws ’Hitler - Nemesis’ is (met vermelding van verschillende bronnen!) te lezen dat Chamberlain Ribbentrop meteen na ontvangst van het telegram heeft ingelicht (want Ribbentrop wist van niets!) en ter verantwoording heeft geroepen. Waarom, alweer, vertelt Vuillard onzin? Misschien is de enige reden in dit geval dat hij zijn idee van de hilarische scene perse in het boek kwijt wilde. Hier had de romancier de overhand over de geschiedschrijver. Of heeft hij zelfs de meest voordehand liggende studies (Kershaw is de meest gezaghebbende historicus op dit gebied) niet hebben geraadpleegd? Het was voor mij maar een halfuurtje werk. Zoals Vuillard toegeeft, komt dit verhaal duidelijk uit Churchills memoires. Maar de tekst van Churchill bevat een bananenschil waarover Vuillard is uitgegleden. In de alinea voorafgaand aan de tekst over de lunch spreekt Churchill over de dag van de inval, 12 maart 1938, om daarna nauwelijks merkbaar terug te keren naar de dagen ervoor. Vuillard heeft hier overheen gelezen en plaatst de lunch daardoor op 12 maart, terwijl deze in werkelijkheid op 11 maart, de dag voor de inval plaatshad zoals alle andere bronnen vermelden. Bronnen die hij dus kennelijk niet heeft ingezien terwijl het juist de belangrijkste zijn. Als je de waarheid wil vertellen tenminste en dat zegt hij in interviews ook te doen, of zijn boek nu een récit is of niet.

Dan komende we bij de scene waarin Vuillard beschrijft hoe de Duitse inval helemaal vastloopt op de slechte en modderige wegen bij de grens. Zo vast, dat zelfs Hitler, die later is vertrokken, er niet langs kan. Als oplossing laden de Duitsers de krakkemikkige tanks dan maar op een trein die ze naar Wenen vervoert zodat ze toch aan de triomfparade kunnen deelnemen. Dit bijzondere voorval, dat schijnbaar nog niet eerder verteld is, wordt door alle journalisten die over het boek schrijven, aangehaald. Maar er is helemaal geen bewijs voor! Althans, Vuillard levert het niet (geen bronvermelding) en bij Kershaw en andere, wel serieus te nemen historici is er niets over te vinden. Ja, de inname liep veel vertraging op, maar dat kwam vooral door de massaal toegelopen bewoners die de Duitsers wilden verwelkomen. Vuillard zal dit verhaal toch niet echt uit zijn duim gezogen hebben, denk je dan. Dat kan toch niet waar zijn? Maar de manier waarmee deze auteur met de waarheid omgaat, zoals hiervoor beschreven, doet het ergste vrezen. Na wat langer speurwerk kwam ik erachter dat Vuillard ook hier uit de memoires van Churchill heeft geput. Niet bepaald een obscure bron dus. Churchill vertelt niet waar hij zijn kennis vandaan heeft maar zijn verhaal wordt punt voor punt weersproken door de ooggetuige Guderian, commandant van het Duitse leger in diens herinneringen. Deze komen des te geloofwaardiger over doordat hij ook de voor de Duitsers minder positieve gebeurtenissen vermeldt en Churchill in het algemeen hoog waardeert en als belangrijke bron erkent. Zo vertelt hij bijvoorbeeld dat het Duitse leger zo slecht voorbereid waren dat hij een Duitse generaal een Baedeker reisgids van Oostenrijk moest verstrekken bij gebrek aan een fatsoenlijke kaart. Een smeuïg detail dat Vuillard gemist heeft doordat hij ook deze voordehand liggende bron kennelijk niet heeft geraadpleegd.

Uiteraard mag een auteur van alles verzinnen, zolang hij fictie schrijft en duidelijk is over zijn bedoelingen. Maar Vuillard schippert tussen feit en fictie en laat doelbewust een mist hangen over de scheidslijn tussen beide. Dat is kwalijk. Op deze manier krijgt niet alleen fake news vrij spel, maar nu dus ook fake history. En zoals ik in het begin al schreef, deze valse beschrijving van een periode uit geschiedenis (hoe belangrijk en ernstig ook) wordt bejubeld en op het schild gegeven. Met zijn boek won Vuillard de meest prestigieuze Franse literaire prijs, de Prix Goncourt. De recensies zijn bijna zonder uitzondering lovend, in Nederland, Duitsland, Groot-Brittanië en verder. The Guardian, Le Monde, Die Zeit: de recensenten slikken Vuillards verzinsels voor zoete koek en gaan er blind van uit dat de feiten in het boek waarheid zijn. We leven in vreemde, soms zelfs onvoorstelbare tijden.

Gelukkig heb ik toch een (één) witte raaf gevonden. In Le Figaro (01/12/2017) ontleedt Jean-Louis Thiériot de vooringenomen stellingname van Vuillard en maakt gehakt van een aantal van diens beweringen (andere dan die ik hier noem), als puur ingegeven door een politiek-moralistisch uitgangspunt:
„Les préjugés de l'auteur, habités de la doxa marxiste, donnent de l'histoire une vision biaisée, en tout cas partielle et partiale, très éloignée de la complexité tragique de ces années décisives.”
Vuillard haalt steeds geschiedenis en moraliteit door elkaar en verzwakt daarmee de zeggingskracht van zijn boek:
„Confondant constamment histoire et morale, L'Ordre du jour n'a pas la force des écrits de guerre d'un Malaparte dans La Peau ou dans Kaputt.”
De manier waarop Vuillard de Oostenrijkse figuur van Schussnig in bijna bijbelse bewoordingen vervloekt, is bijna genant:
„Mais l'héroïsme, réclamé par un écrivain grimé en procureur à quatre-vingts ans de distance a quelque chose de dissonant, surtout s'il s'appuie sur une histoire partiellement travestie.”

Eric Vuillard poseert als een historicus die zelfs de diepst weggeborgen bronnen heeft geraadpleegd en daaruit lang vergeten feiten tevoorschijn heeft getoverd. Oké, soms heeft hij er wat bij moeten verzinnen, dat geeft hij toe. Zijn boek is geen geschiedkundige studie tenslotte! Maar bijna alles is overeenkomstige de werkelijkheid, beweert hij en als journalisten de meest pregnante ’nieuwe feiten’ uit zijn boek aanhalen, spreekt hij ze niet tegen. Door de streng-moralistische toon die hij in het boek aanslaat, wekt hij nog sterker de indruk dat wat hij schrijft waar is. Want waarom zou je je opwinden over een verzinsel, je eigen verzinsel op de koop toe? Jammer genoeg klopt er veel niet. Nog spijtiger is het dat de meeste lezers en journalisten het niet doorhebben, bedwelmd door het beeldende, soepele literaire proza van de schrijver en een gebrek aan kritisch vermogen.

Het thema van het boek is (volgens de auteur) dat bluf de wereld regeert. Eindelijk toch nog een waarheid, waarvan de schrijver met zijn eigen boek helaas een bitter bewijs levert.

Reacties

Meer recensies van Stef Smulders Italië blogger

Boeken van dezelfde auteur