Lezersrecensie
Amusante en opmerkelijke observaties van het doorgaans onopgemerkte bestaan.
Een wonderlijk ontroerende bundel die je met een lach en een traan savoureert.
In Laura’s leven heerst er maar één zekerheid: haar tomeloze liefde voor haar hond Takkie die ze voor iedere gelegenheid een andere naam toebedeeld.
Ze lijdt aan slapeloosheid en een overactief brein.
Hondje Takkie brengt hopelijk rust door de verplichte dagelijkse uitlaatsessies in de buurt en het stadspark. Voor een weidser wereldbeeld nemen ze op de bonnefooi de trein, alwaar ze personages van divers pluimage treffen.
Ze doet verslag van haar filosofische overpeinzingen en haar ontmoetingen.
Laura’s kijk op het bestaan wordt doorspekt met de visie van buurtkinderen, padvinders en buurtgenoten op het leven en haar schattige hondje Takkie.
Haar bokscoach heeft ook het een en ander te melden …
De ogenschijnlijk niet met elkaar verbonden verhaaltjes rijgen zich aaneen tot een schitterend parelsnoer hetgeen door het onderaan de pagina’s doorlopende lint met Laura’s ingevingen en observaties wordt versterkt.
Laura J. van der Haar (Groningen, 1982) is een Nederlandse dichter, schrijfster en archeologe.
In 2014 debuteerde zij met haar poëziebundel Bodemdrang. In 2018 volgde haar romandebuut: Het wolfgetal.[2] Een jaar later verscheen het boek Loslopen. Van der Haar is verder werkzaam voor De Speld en de podcast Het Volkskrantgeluid.
Van der Haar won in 2012 het Nederlands kampioenschap poetryslam. In 2019 deed ze mee aan het televisieprogramma De Slimste Mens.
Haar laatste boek, Een week of vier, stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs.
Laura van der Haar heeft met haar sprankelende schrijfstijl mijn hart gestolen.
Haar verhalen zijn boterzacht met een krokant laagje, doen hardop schateren én ontroeren door de onder de hilarische oppervlakte liggende melancholie.
Haar taalgebruik is origineel, ze speelt met woorden én creëert een illusie die de lezer tijdelijk door haar ogen laat kijken naar haar soms naar microkosmos neigende belevingswereld.
Als iets moois, liefs en leuks je raakt is er de neiging om het fijn te knijpen of te roepen: ‘Ik kan je wel opeten!’
Loslopen leest als een naar behoeven te nuttigen doos bonbons, waarbij je ervoor moet waken er niet teveel achterelkaar naar binnen te proppen.